NGV-Geonieuws 1 artikel 1

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Januari 1999, jaargang 1 nr. 1 artikel 1

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 1! Op de huidige pagina is alleen artikel 1 te lezen.

Volgend artikel: 2 >>

1 Nieuw licht op 'ijsrivieren' op Antarctica
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Glaciologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De uitgestrektheid van de Antarctische ijskap wordt grotendeels bepaald door het bewegingspatroon van een soort enorme - tot wel 150 km brede - rivieren van ijs (in feite zijdelings door ijs omgeven gletsjers), die zich vanuit het 'binnenland' van de ijskap naar de randen toe bewegen. Die 'ijsrivieren' zijn van groot belang omdat de hoeveelheid die door hen wordt verplaatst, in sterke mate bepaalt hoeveel ijs er in de wateren rondom de ijsmassa afsmelt. Dat afsmelten heeft op zijn beurt weer grote betekenis voor de mensheid, omdat het gaat om zulke grote hoeveelheden dat daardoor de zeespiegel kan fluctueren (bij smelten van al het ijs op Antarctica zou de zeespiegel zon 5 m stijgen) en daarmee op de bewoonbaarheid van talrijke kustgebieden. Overigens smelten noch de Groenlandse ijskap, noch die op Antarctica momenteel af, maar dat was in het verleden wel anders. Het is met het oog op plannen voor de toekomst in veel gebieden dan ook van essentieel belang om te weten wat de zeespiegel zal gaan doen. Om dat betrouwbaar te kunnen voorspellen, moeten de achterliggende processen van groei of afsmelten van de grote landijskappen echter worden begrepen.

Over de processen die een rol spelen bij het relatief snelle - tot honderden meters per jaar - plastische stromen van de ijsrivieren op Antarctica was tot nu toe bar weinig bekend. Recent geofysisch onderzoek vanuit de lucht en seismisch onderzoek onder de 'ijsrivieren' hebben nu enige klaarheid gebracht. Het blijkt dat de geologie van de grond waarop het ijs rust een belangrijke rol speelt: zo valt het 'brongebied' van de ijsrivieren vrijwel steeds samen met een sedimentair bekken. De onderzoekers trekken daaruit de conclusie dat de ijsrivieren ontstaan doordat het eroverheen bewegende ijs uit een dergelijk bekken deeltjes erodeert die een eindje worden meegevoerd en dan weer achtergelaten. Zo ontstaat geleidelijk een steeds duidelijker laag van 'smeermiddel' waarover het ijs zich snel kan voortbewegen; de opbouw van een brede en lange 'glijlaag' vereist wel voldoende materiaal. Het is daarom interessant dat in het brongebied altijd een dik pakket sediment (minimaal 100 m) aanwezig blijkt te zijn.

De gedane waarnemingen vormen inderdaad een sterke aanwijzing voor een relatie tussen ijsstroming en ondergrond. Daarbij moet overigens wel worden bedacht dat de ontdekte relatie tussen de positie van de ijsrivieren en de aard van hun ondergrond geen Wet van Meden en Perzen is: er zijn ook plaatsen waar het begin van een ijsrivier niet boven (maar wel vlakbij) een sedimentair bekken ligt. Heeft de ijsrivier zijn loop daar verlegd? En waarom moet een veel dikker pakket afzettingen in het sedimentaire bekken aanwezig zijn dan nodig lijkt om een voortgaande erosie in stand te houden? Het onderzoek heeft interessante gegevens opgeleverd, maar dus ook tevens veel nieuwe vragen opgeworpen.

Referenties:
  • Anandakrishnan, S., Blankenship, D.D., Alley, R.B. & Stoffa, P.L., 1998. Influence of subglacial geology on the position of a West Antarctic ice stream from seismic observations. Nature 394, p. 62-65.
  • Bell, R.E., Blankenship, D.D., Finn, C.A., Morse, D.L., Scambos, T.A., Brozena, J.M. & Hodge, S.M., 1998. Influence of subglacial geology on the onset of a West Antarctic ice stream from aerogeophysical observations. Nature 394, p. 58-62.
  • Bentley, Ch.R., 1998. Ice on the fast track. Nature 394, p. 21-22.


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl