NGV-Geonieuws 8 artikel 100

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Juni 2000, jaargang 2 nr. 2 artikel 100

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 8! Op de huidige pagina is alleen artikel 100 te lezen.

<< Vorig artikel: 99 | Volgend artikel: 101 >>

100 Loodisotopen in boomringen weerspiegelen ontwikkeling van de luchtvervuiling met zware metalen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over het Milieu !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Loodisotopen in jaarringen verschaffen, in de vorm van hun onderlinge verhoudingen, een sleutel om de milieuvervuiling met zware metalen in het verleden te reconstrueren. Tot die conclusie komen aardwetenschappers van de Vrije Universiteit in Amsterdam op basis van analyses van boomringen, in combinatie met metingen van samenstelling van aerosolen in de atmosfeer van verstedelijkte gebieden. Ze hebben die twee parameters gemeten voor de periode van 1950 tot 1995.

Om zo duidelijk mogelijke resultaten te krijgen, zijn de geanalyseerde monsters genomen van een boomsoort met een - onder niet vervuilde omstandigheden -relatief lage loodconcentratie in hun hout. Het blijkt dat in de onderzochte boomringen de verhouding tussen de loodisotopen op gelijke varieerden als de verhouding in kleine stofdeeltjes die verzameld werden uit de lucht in Florence. Daarmee staat, volgens de onderzoekers, de relatie zonder meer vast, dat de loodisotopen een bruikbare indicator vormen, zodat bomen een belangrijke rol kunnen gaan spelen bij de reconstructie van de luchtvervuiling in het verleden, vooral in verstedelijkte gebieden. Hiermee krijgt het onderzoek van boomringen - dat historisch en prehistorisch al van groot belang was vanwege de daarop gebaseerde dateringmogelijkheid (dendrochronologie) die inmiddels vele duizenden jaren teruggrijpt - een geheel nieuwe dimensie.

Hierbij moet worden aangetekend dat de onderzochte boom Celtis australis in een straat stond met druk verkeer, hetgeen impliceert dat de vervuiling ter plaatse relatief sterk was, en waarschijnlijk veel sterker dan gemiddeld (vgl. de hoge loodconcentraties die - voor de grootschalige invoering van loodvrije benzine - de vegetatie langs onze Nederlandse snelwegen duidelijk beïnvloedden). De boom werd in februari 1996 gekapt. De hoogste loodconcentratie werd in de schors aangetroffen (gemiddeld 63 ng/g), maar de stam zelf geeft ook duidelijke variaties te zien. Zo geldt voor de periode 1939-1943 een concentratie van 28 ng/ g, voor 1956-1962 13 ng/g, voor 1986-1990 54 ng/g, en voor 1991-1994 56 ng/g. Dat wijst op toenemende vervuiling, behalve toen de economie nog behoorlijk zwak was als nawee van de tweede wereldoorlog.

Afgezien van de totale loodconcentratie, is de verhouding van de isotopen (Pb-208/Pb-204, Pb-207/Pb-204, Pb-206/Pb-204, Pb-208/Pb-206, Pb-207/Pb-206 en Pm-208/Pb-207) interessant. Deze vertonen namelijk tendensen (stijgend of dalend, afhankelijk van de gekozen isotopen) die afhankelijk zijn van de totale vervuilontwikkeling. Dat betekent dat de verandering in tijd van de verhouding van de loodisotopen een parameter is die - met grotere zekerheid dan de loodconcentratie zelf, stellen de auteurs - de ontwikkeling van de luchtvervuiling weerspiegelt.

Referenties:
  • Tommasini, S., Davies, G.R. & Elliott, T., 2000. Lead isotope composition of tree rings as bio-geochemical tracers of heavy metal polution: a reconnaissance study from Firenze, Italy. Applied Geochemistry 15, 891-200.

N.B.: een iets afwijkende versie van dit bericht werd onder de titel 'Loodisotopen in boomringen zijn teken van luchtvervuiling' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap & Onderwijs' van NRC Handelsblad (22 april 2000).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl