NGV-Geonieuws 155 artikel 1000

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


24 December 2008, jaargang 10 nr. 12 artikel 1000

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 155! Op de huidige pagina is alleen artikel 1000 te lezen.

<< Vorig artikel: 999 | Volgend artikel: 1001 >>

1000 Terug- en vooruitblik vanaf een mijlpaal
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

    Klik hier om dit artikel af te drukken !

Nummer 1000 van Geonieuws. Volgens goed gebruik vereist dat een terugblik. Daar wil ik me graag aan houden, in meer dan één opzicht zelfs. Maar ik wil ook vooruitblikken, en ook dat in meer dan één opzicht. De lezer is dus gewaarschuwd: dit is geen stukje dat, zoals de laatste jaren gebruikelijk was, gaat over een onderwerp dat in de recente literatuur aan de orde is gesteld.



Aardwetenschappelijk interessante gebitsrestanten: een mammoetkies (Geonieuws 616) die getroffen werd door deeltjes die bij een supernova werden uitgezonden (een astronomisch proces) en een kies (Geonieuws 691) die werd geboord met vuursteen (archeologie) en vervolgens opgevuld

Voor geologen is het van oudsher de normaalste zaak ter wereld om terug te blikken in de tijd. Verder dan de meeste mensen, die alleen op hun eigen leven kunnen terugkijken. Verder ook dan historici die terugblikken tot de tijd waarvan de oudste schriftelijke overleveringen dateren. Verder zelfs dan archeologen, die terugblikken tot waar de eerste mensen - vaak zelfs de eerste mensachtigen - hun sporen achterlieten. Geologen blikken verder terug: tot het moment waarop de aarde, omstreeks 4,6 miljard jaar geleden, ontstond. Maar astronomen blikken nog verder terug: tot het moment waarop - als gevolg van (of gepaard gaande met) de oerknal - ons heelal ontstond.



De door Homerus beschreven reis (geschiedenis) van Odysseus (die hier bij thuiskomst de vrijers van Penelope afslacht: Geonieuws 957) kan worden gereconstrueerd aan de hand van de toenmalige sterrenhemel. De moddervulkaan Lusi (Geonieuws 793) die in mei 2006 op Java ontstond is een geologisch fenomeen dat veel nu levende mensen zelf meemaakten

De indeling in tijdschalen die de meeste mensen, historici, archeologen, geologen en astronomen scheidt, wordt echter met het voortschrijden van de wetenschap steeds vager. Dat blijkt alleen niet uit de wetenschappelijke literatuur, maar ook - en juist op basis van die literatuur - uit Geonieuws. Het is niet voor niets dat deze rubriek aan alle hiervoor genoemde onderwerpen aandacht heeft besteed, ook al bleef de kern natuurlijk berichtgeving over de ontwikkeling van de aarde, vanaf zijn ontstaan tot de dag van vandaag.


De aarde zelf (Geonieuws 890) bleef het belangrijkste onderwerp

De berichtgeving in Geonieuws dekte echter ook, zij het zeker niet als hoofdonderwerp, nog een ander tijdsbestek: de toekomst. Waar de - vaak langzame - processen die de aarde veranderen voor veel mensen als een chaotisch en onvoorspelbaar geheel overkomen, daar weten geologen, op basis van hun kennis van het verleden van de aarde, dat er wetmatigheden bestaan. Continenten verschuiven, botsen tegen elkaar, stuwen gebergtes op die later door erosie weer veranderen in vlaktes, enz. Die processen waren in de eerste 2-3 miljard jaar van de aarde weliswaar (deels) anders dan nu, maar sindsdien - en vooral sinds gedurende het begin van het Fanerozoïcum complexe levensvormen ontstonden, en zeker sinds het land door plant en dier werd veroverd - zijn er geen fundamentele veranderingen opgetreden in de processen die de ontwikkeling van de aarde bepalen. Dat betekent dat de processen die we uit de laatste honderden miljoenen jaren kennen, ook nu actief zijn. Patronen die we nu herkennen kunnen we - door vergelijking met patronen uit het verleden - daarom gebruiken om toekomstige ontwikkelingen te voorspellen: zonder menselijk ingrijpen (en zonder onvoorziene omstandigheden) is bijvoorbeeld de Waddenzee gedoemd om binnen enkele honderden jaren te verdwijnen doordat de naar de kust kruipende Waddeneilanden aan de zich uitbouwende kwelders zullen vastgroeien.



De Waddenzee (Geonieuws 453) zal vanzelf verdwijnen doordat de eilanden naar de kust kruipen en daar vastgroeien aan de kwelders (Geonieuws 59)

Dit op geologische veranderingen in het verleden gebaseerde inzicht in wat ons in de toekomst te wachten staat, maakt geologen veel waardevoller voor de maatschappij dan men zich realiseert. In het door gebrek aan harde gesteenten gekenmerkte Nederland, waar veel mensen het verschil tussen geologie, archeologie en theologie nog steeds niet kennen, vormen geologen zelfs een volstrekt verwaarloosde groep (behalve als het gaat om snelle winsten zoals bij de winning van olie en aardgas). Het is in dit kader kenmerkend dat er geen geologen of paleoklimatologen betrokken zijn geweest bij de overheidsstudies naar het toekomstige klimaat, een eventuele zeespiegelrijzing, en verwante zaken. Geen wonder dat de door de overheid ingestelde Commissie Veerman tot de opzienbarende conclusie kwam dat de zeespiegel voor de Nederlandse kust veel sterker zal stijgen dan andere onderzoekers voorspellen voor de kust van België, Duitsland en Engeland!


Deze atol in de Grote Oceaan (Geonieuws 396) wordt bedreigd bij doorgaande opwarming door zeespiegelstijging

In Nederland, waar geologisch veldwerk meer en meer in het verdomhoekje komt, en waar men zich dus noodgedwongen steeds meer richt op laboratoriumonderzoek en op modelstudies, heeft de overheid, naar het lijkt, al zijn kaarten gezet op modelstudies. Het KNMI gaat daarin, wat betreft de toekomstige klimaatontwikkeling, volledig mee. Ik vind het persoonlijk onvoorstelbaar dat ik van medewerkers van het KNMI diverse malen bericht kreeg dat het een schande was dat ik in Geonieuws berichtte dat de paniek over de opwarming van de aarde overdreven was, omdat tal van onderzoeken aangeven dat daarvoor geen enkele reden is. De resultaten van die onderzoeken werden niet door het KNMI weerlegd, maar de brenger van de boodschap werd door hen aan de schandpaal genageld omdat de informatie niet overkwam met de mening die het IPCC (en ‘dus’ ook het KNMI) had. Daarbij ging het KNMI er overigens aan voorbij dat ik ook in Geonieuws aandacht besteedde aan onderzoeken die juist wel wezen op opwarming en/of zeespiegelstijging.



Bericht over extreme kou (Geonieuws 901) in Griekenland (links) en Estland (rechts) wekten de woede van het KNMI

Dit brengt mij bij het punt dat ik voel dat ik de lezers van Geonieuws verantwoording verschuldigd ben over de wijze waarop ik aan het materiaal voor mijn bijdragen kwam. Na een aarzelend begin (per 1 januari 1999), waarbij nieuws en nieuwtjes van diverse kanten werden gebruikt, ontstond al spoedig een meer gestructureerde aanpak, waarbij vanaf januari 2002 iedere maand 10 bijdragen aan Geonieuws werden geleverd. Zo werd Geonieuws een tijdschrift waar de belangstellenden regelmatig naar uitkeken. Daarbij ben ik uitgegaan van het principe dat elke bijdrage om een onderwerp moest gaan dat voor op z’n minst een groot aantal amateurgeologen of geheel niet-deskundigen interessant moest zijn. Hoe kom je aan zulk materiaal? Door eindeloze hoeveelheden literatuur door te nemen. Daartoe controleerde ik - voor zover mogelijk - dagelijks de titels van artikelen in tientallen geologische en algemene (bijv. Science en Nature) tijdschriften; op basis van die titels selecteerde ik dan een aantal die ik interessant achtte, en daarvan las ik het abstract. Op basis van die abstracts selecteerde ik vervolgens de stukken die me voor Geonieuws interessant leken. En op basis daarvan besloot ik welke artikelen werkelijk voor een stukje in aanmerking kwamen. Dat waren er altijd meer dan tien per maand, dus ook dan moest nog worden geselecteerd. Dat deed ik vaak op basis van contact (gewoonlijk per email, soms op congressen) met de oorspronkelijke onderzoekers. Aan hen vroeg ik vaak ook om illustratiemateriaal dat minder ‘technisch’ was dan de illustraties in de oorspronkelijke artikelen. Meestal stelden de onderzoekers graag zulk materiaal ter beschikking. Een enkele maal kwam het illustratiemateriaal uit andere bronnen (bijv. eigen dia’s), maar ik maakte vrijwel geen gebruik van foto’s van Internet of uit Wikipedia. Het bleek namelijk al gauw dat daarmee copyrights geschonden kunnen worden, en dat - minstens zo erg - de bij dergelijk illustratiemateriaal behorende informatie vaak onjuist is (doordat ook niet-deskundigen artikelen in Wikipedia kunnen schrijven en/of bestaande artikelen veranderen).


Deze zeelelies uit de diepe Noordzee (Geonieuws 380) vormen één voorbeeld van de vele prachtige foto’s die onderzoekers aanleverden

Een vraag die ik vaak kreeg, was waar ik de tijdschriften vandaan haalde om geschikte artikelen te vinden. Een legitieme vraag, want daarmee hangt de betrouwbaarheid van de diverse stukjes natuurlijk ten nauwste samen. Het antwoord is simpel: ik heb privé-abonnementen op ca. 10 belangrijke tijdschriften. Diverse uitgevers (onder meer Elsevier, de American Geophysical Union en de Geological Society of America) gunden mij ook nog eens elektronische inzage in al hun aardwetenschappelijke tijdschriften. Daarnaast is er een snel toenemend aantal tijdschriften die vrij via Internet toegankelijk zijn (open access). Zo had ik al met al honderden tijdschriften ter beschikking. Veel materiaal kreeg ik ook in handen door het bezoek van congressen maar ook van andere congressen kreeg ik vaak materiaal toegestuurd. En tenslotte waren er de talloze nieuwsbrieven van universiteiten over de hele wereld, die me - net als andere media zoals populair wetenschappelijke tijdschriften (bijv. Duin, Shell Venster en Astrobiology News) - aanwijzingen verschaften van wie ik informatie over nieuwe ontwikkelingen kon krijgen. Uit al die bronnen heb ik rijk geput. Het ging daarbij echter toch vooral om wetenschappelijke tijdschriften. Veel daarvan nam ik jarenlang door zonder dat er ooit materiaal in stond dat geschikt was voor een stukje in Geonieuws. Dat was echter wel het geval met een groot aantal tijdschriften. De volgende lijst (met excuses voor het geval dat ik iets over het hoofd heb gezien) geeft aan in welke tijdschriften de oorspronkelijke artikelen stonden waaruit ik mijn bijdragen destilleerde (en waarna ik in mijn bijdragen ook verwees).


Het gerenommeerde tijdschrift Science (Geonieuws 600) vormde de rijkste bron voor materiaal ten behoeve van Geonieuws

American Journal of Science
American Mineralogist
Applied Environmental Microbiology
Applied Geochemistry
Astrobiology
Atmospheric Environment
Atmospheric Research
Biology Letters of the Royal Society
Catena
Chemical Geology
Cold Regions Science and Technology
Current Science
Earth and Planetary Science Letters
Earth-Science Reviews
Environmental Research Letters
Eos
Episodes
Geochemistry Geophysics Geosystems
Geochimica et Cosmochimica Acta
Geoderma
Geologica et Paleontologica
Geological Society of America Bulletin
Geologische Rundschau
Geology
Geomorphology
Geophysical Research Letters
Geotimes
Global and Planetary Change
GSA Today
International Journal of Coal Geology
Journal of African Earth Sciences
Journal of the American Ceramic Society
Journal of Archaeology
Journal of Asian Earth Sciences
Journal of Chemical Ecology
Journal of Climate
Journal of Ecology
Journal of Geophysical Research
Journal of the Geological Society of India
Journal of the Geological Society of London
Journal of Human Evolution
Journal of Mammalian Evolution
Journal of Paleolimnology
Journal of Paleontology
Journal of Petrology
Journal of Sea Research
Journal of Sedimentary Research
Journal of Structural Geology
Journal of Vertebrate Paleontology
Journal of Volcanology and Geothermal Research
Lethaia
Lithos
Marine Geology
Marine Micropaleontology
Marine and Petroleum Geology
Monthly Notices of the Royal Astronomical Society
Mycological Research
Nature
Nature Biotechnology
Nature Geoscience
Naturwissenschaften
Netherlands Journal of Geosciences
Norwegian Journal of Geology
Oceanography
Palaeogeoraphy, Palaeoclimatology, Palaeoecology
Palaeontology
Paläontologische Zeitschrift
Paleobiology
Paleocenanography
PLoS Biology
PLoS One
Precambrian Research
Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America (PNAS)
Proceedings of the Royal Society B
Quaternary International
Quaternary Research
Quaternary Science Reviews
Quaternary Stockholm
Radiocarbon
Review of Palaeobotany and Palynology
Science
Science & Technology Review
Sedimentary Geology
South African Journal of Science
Tectonics
Tectonophysics
Terra Nova
The American Naturalist
The Astrophysical Journal
The Journal of Arachnology
Zoosystema


Het tijdschrift Nature eindigde ruimschoots op de tweede plaats als informatiebron

Deze 91 tijdschriften dekken een zo uitgebreid veld van aardwetenschappen en verwante disciplines, dat daaruit kan worden verklaard waardoor zoveel verschillende onderwerpen in Geonieuws belicht konden worden. Het verklaart ook waarom zoveel verschillende - soms tegenstrijdige - interpretaties van verschijnselen konden worden gegeven. Waar het voor onderzoekers bijvoorbeeld vrijwel onmogelijk is om een artikel in Nature of Science geplaatst te krijgen dat ingaat tegen de opvattingen van het IPCC met betrekking tot het toekomstige klimaat, daar staan de redacties van andere tijdschriften veel minder bevooroordeeld tegenover de toegestuurde manuscripten. Hoewel ik persoonlijk sterk gekant ben tegen de genoemde handelwijze van Nature en Science (die toch wel erg dicht bij censuur komt) heb ik die tijdschriften zeker niet geboycot: integendeel, zij leverden meer materiaal voor bijdragen in Geonieuws dan enig ander tijdschrift. Op zich niet verwonderlijk, want juist deze twee tijdschriften zijn sterk gericht op het publiceren van artikelen die voor een wijd lezerspubliek (dat overigens wel hooggeschoold moet zijn) interessant zijn. Maar dat doet uiteraard niets af aan het feit dat ik veel andere tijdschriften ook iedere keer opnieuw weer met grote interesse heb doorgenomen.

Daaraan gaat nu iets veranderen: ik ga tijdschriften met ingang van 2009 op een andere wijze lezen. Niet meer ‘op jacht’ naar materiaal voor Geonieuws, maar als ‘normale’ wetenschapper. Met het schrijven van deze duizendste bijdrage aan Geonieuws, in een tijdsbestek van precies tien jaar, meen ik namelijk dat het tijd is geworden om het stokje over te dragen. De taak was namelijk wel zwaar: ik besteedde gemiddeld zo’n vier uur aan een bijdrage, d.w.z. 480 uur per jaar, ofwel 3 volle werkmaanden (en dat in mijn vrije tijd). Nu mogen anderen het overnemen, en er staat inmiddels een team klaar om dat te doen.


De auteur van 1000 bijdragen krijgt nu weer meer tijd voor eigen veldwerk

Intussen kijk ik wel met groot genoegen terug op de 10 jaren van Geonieuws en op de 1000 stukjes. Ik heb er zelf veel van geleerd, en ik weet dat ik er veel anderen een genoegen mee heb gedaan, niet alleen amateurgeologen, maar ook professionals die zo ook buiten hun eigen specialisme wat gemakkelijk te verteren informatie kregen. Maar dat was natuurlijk bijzaak: mijn primaire doel was om mensen te bereiken met interesse voor de geologie, en om mensen te bereiken die niets wisten van geologie, om ze zo te laten zien hoe interessant de aarde om ons heen is. Daarin ben ik niet teleurgesteld: niet alleen kreeg ik veel reacties van lezers (en dank aan allen die mij op fouten en foutjes wezen: zulke kritische lezers heb ik altijd zeer gewaardeerd), maar ook kreeg ik veel vragen om aanvullende informatie, bijv. van scholieren die met een werkstuk bezig waren. Zo weet ik dat de inspanningen hun doel hebben bereikt. Wat natuurlijk ook leuk is (voor mij) om te weten, is dat Geonieuws druk werd geraadpleegd. Veel meer dan een miljoen maal (waarschijnlijk enkele miljoenen malen). Dat geeft aan dat er behoefte aan bestaat. Ik wil al mijn lezers hierbij danken voor de interesse die ze hebben getoond, en ik wens hun toe dat ze ook in de komende jaren van Geonieuws kunnen blijven profiteren. Mijn opvolgers wens ik toe dat ze ook zoveel interesse weten op te wekken als ik heb gedaan, en dat ze Geonieuws nog verder weten uit te bouwen.


Redacteur George Brouwers besteedde zeer veel tijd en energie aan Geonieuws

Tenslotte dank ik de NGV die het initiatief van Geonieuws steeds van harte heeft ondersteund, en vooral George Brouwers die als redacteur en webmaster eindeloze hoeveelheden tijd heeft besteed om het door mij aangeleverde materiaal tijdig en in een fraaie opmaak op de website te presenteren.

Referenties:
  • Geen Referenties


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl