NGV-Geonieuws 156 artikel 1002

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Januari 2009, jaargang 11 nr. 1 artikel 1002

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 156! Op de huidige pagina is alleen artikel 1002 te lezen.

<< Vorig artikel: 1001 | Volgend artikel: 1003 >>

1002 Vliegende hagedissen uit het Trias
Auteur: drs. Martijn Gorissen.

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Gelijk de hedendaagse 'Vliegende Draak' hagedis uit het regenwoud van India en de Filippijnen, konden de Kuehneosauridae uit het Trias mogelijk ook vliegen. Dit gezien ze een soortgelijk skelet hebben. Op basis van de fossiele overblijfselen uit Groot-BrittanniŽ en VS van de Kuehneosauridae, en met behulp van moderne analogen, hebben wetenschappers Koen Stein en collegaís de vliegcapaciteiten van deze familie hagedisachtige getest in een windtunnel.

De Kuehneosauridae leefden ongeveer 210 miljoen jaar geleden in het Laat-Trias. Het zijn middelgrote (tot ongeveer 72 cm), lichtgebouwde insectivore dieren met opmerkelijke verlengingen van de buikribben aan de flanken. Deze ribben staken tot maximaal 14 cm uit en konden tevens opgevouwen worden. Er wordt aangenomen dat deze ribben bedekt waren met een dunne huid zodat het gebruikt kon worden als 'vleugel'. Vliegen zoals een vogel was er niet bij, bleef beperkt tot zweven. Keuhneosauridae waren niet de eerste vliegende vertebraten. De Coelurosauravidae uit het Laat Perm had soortgelijke vleugels, maar er is geen verwantschap tussen beiden groepen.




In de linker figuur het bovenaanzicht van de Kuenhneosauridae Kuehneosuchus latissimus (links) en Kuehneosaurus latus (rechts) in vergelijking met de 'Vliegende Draak' Draco melanopogon (midden onder). In de rechter figuur een foto van Draco melanopogon (Time-Slice Films ltd).

Twee genera behoren tot de Kuehneosauridae; de Kuehneosuchus met verlengde vleugels welke gebruikt werden om te zweven en de Kuehneosaurus met kortere vleugels die gebruikt werden als een parachute. Kuehneosuchus had waarschijnlijk omhoogstaande vleugels, maar geen extra huidmembranen tussen de vingers aan voeten en handen of tussen de achterpoten. Er bestaat onenigheid tussen de wetenschappers of deze 2 genera nu echt aparte genera zijn of slechts het mannetje en vrouwtje van een soort. Volgens de onderzoekers is het laatste van de twee goed mogelijk, net als dat de vleugels origineel en voornamelijk werden gebruikt voor sexuele vertoning of paringsriten.




Gereconstrueerd skelet van Kuehneosuchus latissimus (links) en (rechts) het model gebruikt voor de windtunnel experimenten.

Op basis van fossielen uit Groot BrittanniŽ en VS hebben de wetenschappers vier replicaís (modellen) gemaakt met o.a. verschillende stand van vleugels, stand van de poten en lengte van poten. (De modellen zijn overeenkomstig met de eigenschappen van de Kuehneosauridae, berekend op basis van de fossielen) Drie modellen zijn gebaseerd op Kuehneosuchus en ťťn op Kuehneosaurus. Dit is gedaan om wendbaarheid, snelheid, hoek en efficiŽntie te testen van het zweven of parachuteren.

De 'Vliegende Draak' is als moderne analoog gebruikt om vlieggedrag te reconstrueren van de Kuehneosauridae voor de experimenten. De reden daarvan is dat Draco melanopogon convergente evolutionaire fysiologische kenmerken laat zien aan dat van Kuehneosauridae, en dus ook mogelijk soortgelijk gedrag.




Links: het model van de Kuehneosuchus latissimus in de Windtunnel. Schanier op zijn rug is het zwaartepunt van het model. Door middel van de kabels aan de staart kan men de hoek van het model laten variŽren. Rechts: de verschillende standen van de vleugels getest in de windtunnel.

De modellen zijn uiteindelijk getest in de windtunnel van Department of Engineering van Bristol Universiteit. Hieruit blijkt dat Kuehneosuchus een redelijk efficiŽnte zwever was op basis van de lift- en wrijvingscoŽfficiŽnten. De ratio tussen het oppervlak en spanwijdte van de vleugels geeft aan dat de vleugels van Kuehneosuchus meer gebouwd zijn op beter te kunnen manoeuvreren bij lagere snelheden dan op zweven. Het zweven gebeurde bij een hoek tussen de 13 en 16 graden met snelheden tussen de 7 en 9 m/s. Kuehneosaurus vleugelratio laat daarentegen zien dat de vleugels heel erg lijken op de ratio van een parachute. Dit geeft aan dat Kuehneosaurus eerder een 'parachutist was dan een zwever. Parachuteren vond plaats bij een hoek groter dan 45 graden en een snelheid tussen de 10 en 12 m/s.

Referenties:
  • Koen Stein, Colin Palmer, Pamela G. Gill and Michael J. Benton, 2008. The aerodynamics of the British Late Triassic Kuehneosauridae. Palaeontology Vol. 51, Part 4, 2008, pp. 967Ė981.

Figuren zijn afkomstig uit het artikel van Stein et al., 2008 en van Time-slice Films ltd. http://www.timeslicefilms.com/projects/weird_nature.shtml.
Interview met auteurs J. Benton en K. Stein:
http://www.sciencedaily.com/releases/2008/07/080714192550.htm


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl