NGV-Geonieuws 158 artikel 1011

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Maart 2009, jaargang 11 nr. 3 artikel 1011

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 158! Op de huidige pagina is alleen artikel 1011 te lezen.

<< Vorig artikel: 1010 | Volgend artikel: 1012 >>

1011 Het begin van een Pleistocene dierentuin
Auteur: drs. Marvin Overbeeke

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Van bijna 30 soorten is het volledige genoom (bouwtekening van een organisme) ontrafeld. Dit lijkt niet veel, maar het is ontzettend tijdrovend en geldverslindend werk. De ontwikkelingen op dit gebied staan nog maar net in de kinderschoenen en het gaat dan ook steeds sneller en makkelijker. Van vele soorten worden op dit moment de genomen uitgeplozen. Van uitgestorven dieren is nog geen totaal genoom bekend. Het lijkt misschien ook zeer onwaarschijnlijk, maar de ontwikkelingen houden ook hier niet op, en het ontrafelen van het genoom van de wolharige mammout is al in een vergevorderd stadium.

In verschillende musea zijn exemplaren aanwezig van dieren zoals bijvoorbeeld de Tasmaanse Tijger die vrij recent zijn uitgestorven. Of het DNA van deze dieren nog intact genoeg is om ze weer tot leven te wekken is momenteel nog steeds de vraag. In de toekomst is hierin waarschijnlijk veel meer mogelijk, zeker als gebruik gemaakt wordt van het DNA van nog levende familieleden van die soorten. Dit klinkt allemaal al als science fiction, maar het terug tot leven wekken van de wolharige mammoet is dichterbij dan je denkt.



Van het genoom van uitgestorven dieren zijn de eerste wetenschappelijke artikelen verschenen in 2005. Het ging hier om heel kleine fragmenten tot duizenden basenparen. Het totale genoom van vele zoogdieren bestaat namelijk uit een paar miljard basenparen. Een tijdje terug zijn 1 miljoen basenparen gepubliceerd van Neanderthalers, maar het vermoeden is dat hier ook contaminatie van de moderne mens tussen zit.
Dit DNA is uit botmateriaal gehaald, maar in 2007 hebben een aantal van de auteurs van dit artikel al aangetoond dat het betrouwbaarder is om DNA uit haar te winnen. Van 15 mammoeten hadden ze in totaal 947 miljoen basenparen kunnen onttrekken. Van deze 15 hebben ze er 2 geselecteerd waarmee ze nog verder probeerden te gaan, en niet zonder succes. Alles bij elkaar hadden ze 4,17 miljard basenparen en na vergelijking met de Afrikaanse savanne olifant bleek 3,3 miljard daadwerkelijk van mammoet te zijn, de rest komt van bacteriŽn, virussen en nog een gedeelte dat ze niet thuis konden brengen. Aangezien het genoom van de olifant nog niet volledig is ontrafeld en er alleen een schatting is van ongeveer 4,7 miljard basenparen, schatten ze, rekening houdend met een aantal andere factoren, dat ze zoín 70 tot 80% van de wolharige mammoet hebben ontrafeld.

Aan de hand van de genomen van de twee geselecteerde wolharige mammoeten hebben ze vastgesteld dat de twee op DNA-niveau relatief veel van elkaar verschillen. Ze hebben berekend dat ze zoín 1 tot 2 miljoen jaar geleden pas een gemeenschappelijke voorouder gehad hebben. Bekeken is of dit ook in het skelet te zien is, maar dat blijkt zeer lastig te zijn. Oftewel, aan het skelet is niet voldoende te bepalen of de dieren dicht bij elkaar staan, of dat ze al heel lang geleden een gemeenschappelijke voorouder hebben gehad. De verschillen in genoom tussen mammoet en Afrikaanse olifant omvat zoín 20.000 basenparen en dit komt neer op een genetische overeenkomst van zoín 99,8%.

Dit klinkt allemaal nogal spectaculair en ik vraag me dan ook of het genoom van de wolharige mammoet ooit volledige ontrafeld gaat worden. Natuurlijk zou het zeer spannend zijn om een wolharige mammoet tot leven te kunnen wekken, maar dan is er nog de vraag of dat verstandig is. Mocht dit ooit gebeuren dan zullen ze, zolang er mensen zijn, nooit meer vrij in het wild rondlopen. Het zal veel geld kosten en vele problemen zullen nog opgelost moeten worden die we nu nog niet eens kunnen verzinnen, maar ik vermoed dat er ooit wel iemand zal zijn die dit zal proberen en het begin maakt van een dierentuin met tot leven gewekte, uitgestorven, grotendeels Pleistocene dieren. Jurassic Park, of beter gezegd Pleistocene Park, is in de maak.

Referenties:
  • Wong, K., 2009. Decoding the mammoth. Scientific American, January 2009, p. 26-27.
  • Miller W., Drautz D.I., Ratan A., Pusey B., Qi J., Lesk A.M., Tomsho L.P., Packard M.D., Zhao F., Sher A., Tikhonov A., Raney B., Patterson N., Lindblad-Toh K., Lander E.S., Knight J.R., Irzyk G.P., Fredrikson K.M., Harkins T.T., Sheridan S., Pringle T. & Schuster S.C., 2008. Sequencing the nuclear genome of the extinct woolly mammoth. Nature, Vol.456, 20 November 2008, 387-390.

Figuur, met toestemming van Miller, afkomstig van http://mammoth.psu.edu/gallery.html


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl