NGV-Geonieuws 158 artikel 1012

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Maart 2009, jaargang 11 nr. 3 artikel 1012

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 158! Op de huidige pagina is alleen artikel 1012 te lezen.

<< Vorig artikel: 1011 | Volgend artikel: 1013 >>

1012 Meer bloemen, minder Stegosaurus
Auteur: drs. Adiël Klompmaker

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De Krijtperiode (145-66 miljoen jaar geleden) is de terminale periode van de niet vliegende dinosauriërs. Maar het is ook de periode van het begin van de bloemplanten (angiospermen), die we nu nog steeds overal om ons heen zien.
De gedachte was dat de kleine, herbivore dinosauriërs de ontwikkeling van de bloemplanten positief beďnvloedden. Nieuw onderzoek van Butler (Natural History Museum, Londen) en collega’s laat echter in het tijdschrift The Natural History Museum niet datzelfde beeld zien. Daarnaast nam in het midden van het Krijt Stegosaurus in aantal af toen de bloemen de wereld veroverden


In de Krijtperiode begon de wereld op die van vandaag de dag te lijken.
Hier een afbeelding van de geografie van 90 miljoen jaar geleden.
In het begin van het Krijt zaten Afrika en Zuid-Amerika, Australië
en Antarctica nog aan elkaar vast (het supercontinent Gondwanaland).
De noordelijke landmassa (Azië, Europa en Noord-Amerika) heet Laurasië.
Bron: Creative Commons

Eerder onderzoek van Amerikaanse paleontoloog Bakker (jaren 70 en 80) suggereerde dat de timing van de radiatie (evolueren van nieuwe soorten) van bloemplanten en die van de ontwikkeling van kleinere, herbivore dino’s samenviel. In het late Jura was het compleet anders. Toen domineerden grote naaktzadigen zoals coniferen, ginkgo’s en palmvarens. Belangrijke herbivore dino’s waren toen de stegosaurussen en de sauropoden (zoals de Brachiosaurus). Vooral de sauropoden aten van de hoge boomtoppen. In het vroege Krijt daarentegen waren de herbivoren een stuk kleiner met ornithopoden en ankylosaurussen als belangrijke vertegenwoordigers. De grote, lange herbivoren waren minder dominant. Rond de Jura/Krijt grens (145 miljoen jaar geleden) stierven 57-89% van de sauropoden uit. Bakker stelde dat de kleinere herbivoren zorgden voor een verstoorde omgeving met allerlei open plekken. Hierdoor vond de evolutie van de bloemplanten versneld plaats.


Ginkgo biloba. De voorouder van deze soort leefden al in het Perm.
Ze waren ook veelvuldig te vinden in het late Jura.
Bron: Creative Commons

Maar is dat ook werkelijk zo? Walter en collega’s hebben een grote database gemaakt van alle recente gegevens in de literatuur over planten en dino’s uit het Krijt. En daar is statistiek op losgelaten.
Bloemplanten blijken niet in het oudste Krijt aanwezig te zijn. Pas rond 120-100 miljoen jaar geleden hadden de angiospermen een hoge diversiteit, eerst in de lage breedtegraden en later ook in de hogere breedten. Echter, de gedachte overgang van grotere herbivoren naar kleinere vond plaats rond de Jura/Krijt grens. Dat is ongeveer 25 miljoen jaar eerder dan de radiatie van angiospermen. De theorie van Bakker is hiermee dus omver geworpen.


Stegosaurussen waren geen kleine jongens ten opzichte van de mens.
Ze waren echter bij lange na niet de grootste herbivoren.
Bron: GNU

Overigens klopt de abrupte overgang van grotere naar kleinere niet helemaal. De sauropoden waren bijvoorbeeld nog steeds aanwezig in het Krijt, ondanks de flinke diversiteitsafname op de Jura/Krijt grens. En dinosauriërs die wat lager van de bomen aten waren ook al aanwezig in het late Jura. Een voorbeeld is de Stegosaurus. De overgang is dus geleidelijker, maar niet voldoende om Bakkers theorie te bevestigen.


Stegosaurus met zijn karakteristieke rugplaten is onder andere te
zien in het Senckenberg Museum in Frankfurt. In Nederland is dit monster
uit het Jura en Krijt te zien in Oertijdmuseum ‘De Groene Poort’ in Boxtel.
Bron: Creative Commons

Stegosaurus zelf nam duidelijk af in diversiteit en dat precies tegelijk met de radiatie van de bloemplanten. De stegosaurussen stierven zelfs helemaal uit in deze periode. Een eerdere teruggang vond waarschijnlijk al plaats bij het verschijnen van de eerste angiospermen. Tezamen met Stegosaurus namen ook palmvarenachtige planten af (cycads). En juist dat was waarschijnlijk het belangrijkste voedsel voor Stegosaurus. Een ander opvallend detail is de toename in ankylosaurussen toen de stegosaurussen afnamen. Toeval? Mogelijk niet want ze zijn beiden zwaar bepantserd, herbivoor en ongeveer even groot. En dus zou Ankylosaurus de competitie met de Stegosaurus gewonnen kunnen hebben.


Ankylosaurus leefde tot het eind van het Krijt.

Hoe het nu precies zit, is nog onduidelijk. De wetenschappers melden dan ook dat meer onderzoek nodig is. Wellicht kunnen we de komende jaren hier meer paleontologisch nieuws over verwachten.

Referenties:
  • Butler et al., 2009. Diversity patterns amongst herbivorous dinosaurs and plants during the Cretaceous: implications for hypotheses of dinosaur⁄angiosperm co-evolution. The Natural History Museum 22: 446-459.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl