NGV-Geonieuws 159 artikel 1013

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


April 2009, jaargang 11 nr. 4 artikel 1013

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 159! Op de huidige pagina is alleen artikel 1013 te lezen.

<< Vorig artikel: 1012 | Volgend artikel: 1014 >>

1013 Gassen uit Zechstein zoutmeren mogelijk oorzaak van uitsterving op P/T-grens
Auteur: prof. dr. A. J. van Loon

Klik hier voor alle artikelen over het Milieu ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Aan de talrijke hypotheses over de oorzaak van de grootste massa-uitsterving op aarde (op de Perm/Trias-grens), waarbij ongeveer 90% van alle planten- en diersoorten op het land uitstierven, is er weer een toegevoegd. Een internationaal onderzoeksteam stelt namelijk dat de uitstoot van schadelijke gassen uit de enorme zoutmeren die gedurende het Zechstein bestonden, de oorzaak is. Het gaat hierbij om halonen (ook wel gehalogeneerde koolwaterstoffen genoemd), waarvan sommige buitengewoon schadelijk zijn; het bekendste voorbeeld daarvan vormt de groep van dioxinen. Halonen kunnen in de natuur onder meer ontstaan wanneer halogeniden (dat zijn verbindingen met fluor, chloor, broom of jodium) een reactie aangaan met organisch materiaal. Op het einde van het Perm zouden halonen zo geconcentreerd in de atmosfeer zijn voorgekomen dat de vegetatie (en daarmee uiteindelijk ook het dierlijk leven) onherstelbaar werd beschadigd.


Dit landschap met een zoutmeer in Zuid-Rusland is wellicht een (kleinschalig) equivalent
van het milieu dat eind Perm door halogeenhoudende koolwaterstoffen werd aangetast
(foto Dr. Ludwig Weisflog, UFZ, Leipzig).

De nieuwe hypothese is gebaseerd op een analyse van hedendaagse biochemische processen in combinatie met chemische processen die in de atmosfeer plaatsvinden. Volgens die analyse moeten door de wind uit de zoutmeren meegevoerde stoffen een catastrofale uitwerking hebben gehad. Volgens de onderzoekers zouden ook in de toekomst, als gevolg van klimaatverandering, vergelijkbare problemen kunnen ontstaan.

Het onderzoek werd gestart nadat was ontdekt dat micro-organismen in huidige zoutmeren van zuidelijk Rusland en Afrika zeer vluchtige stoffen presenteren zoals chloroform, trichlooretheen en tetrachlooretheen. Er zijn geen redenen om aan te nemen dat dat niet gebeurde gedurende het Zechstein. Toen werd een groot deel van Europa bedekt door de Zechstein-Zee, die een totale oppervlakte had van ca. 600.000 km2. De zee was zeer zout (door sterke verdamping in een grotendeels woestijnachtig klimaat met veel zon), net zoals nu geldt voor de zoutmeren van zuid-Rusland en Afrika (o.a. in Namibië).


Zoutmeer in Namibië (foto Dr. Karsten Kotte, Universiteit van Heidelberg).

Berekeningen tonen aan dat uit de Zechstein-Zee jaarlijks minimal 1,3 miljoen ton trichlooretheen, evenveel tetrachlooretheen, 1,1 miljoen ton chloroform en 50.000 ton methylchloroform moeten zijn vrijgekomen. Dat zijn ontzagwekkende hoeveelheden: wereldwijd stoot de industrie nu slechts 20% van die hoeveelheid tri- en tetrachlooretheen uit, en slechts 5% van de hoeveelheid chloroform (de industriële uitstoot van chloroform is sinds 1987 nihil na het Verdrag van Montreal, om de ozonlaag te beschermen).

Door na te gaan welke uitwerking de uitgestoten gassen op de vegetatie hebben, werd dit op steppeplanten uitgeprobeerd. Daarbij bleek dat ‘verwoestijning’ werd bevorderd doordat de combinatie van een droog klimaat en halonen de vegetatie snel aantast, waarna erosie door de wind vrij spel krijgt.

De onderzoekers wijzen erop dat de halonen uit de Zechstein-Zee (en andere zoutmeren) niet in hun eentje verantwoordelijk hoeven te zijn voor de massa-uitsterving op de P/T-grens. Mogelijk was het een extra factor die - samen met bijvoorbeeld de vulkanische uitbarstingen die niet alleen reusachtige lavavelden achterlieten maar die ook veel gifstoffen in de atmosfeer brachten, en met het vrijkomen van grote hoeveelheden methaangas door uiteenvallend ‘methaanijs’ in de zeebodem en in periglaciale gebieden - precies de druppel vormde die de emmer deed overlopen. Het lijkt overigens volgens de onderzoekers wel zeker dat grote zoutmeren of zoutvlaktes het klimaat wereldwijd kunnen beďnvloeden.

Referenties:
  • Weissflog, L., Elanskii, N.F., Keppler, A., Pfenningsdorff., A., Lange, K., Putz, E. & Lisitzina, L.V., 2009. Late Permian changes in conditions of the atmosphere and environments caused by halogeneted gases. Dokladi Earth Sciences 424, p. 818-823.

Foto’s: Umweltforschungszentrum Leipzig-Halle (UFZ), Leipzig (Duitsland).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl