NGV-Geonieuws 8 artikel 102

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Juni 2000, jaargang 2 nr. 2 artikel 102

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 8! Op de huidige pagina is alleen artikel 102 te lezen.

<< Vorig artikel: 101 | Volgend artikel: 103 >>

102 Vulkanische erupties onder IJslandse ijskap minder sterk dan radarbeelden suggereren
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Vulkanologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Vuur en ijs zijn op IJsland direct met elkaar verbonden in de vorm van actieve vulkanen onder enkele van de gletsjers op dit eiland. Deze merkwaardige combinatie, te danken aan de ligging van het land op hoge breedte in combinatie met het feit dat het land in feite een boven zee uitstekend deel van de Mid-Atlantische Rug is, leidt tot soms catastrofale situaties. Zo werd nog slechts enkele jaren geleden een deel van de weg langs de zuidkust weggeslagen door een plotselinge uitstroom van geweldige hoeveelheden smeltwater (jökulhlaup), die het gevolg was van het 'overstromen' van een onder een gletsjer gelegen meer dat plotseling werd opgevuld met smeltwater als gevolg van een subglaciale vulkanische uitbarsting.

Vanwege de persoonlijke en economische risico’s die zowel smeltwaterstromen als erupties met zich meebrengen, wordt op tal van manieren gepoogd om dergelijke verschijnselen te voorspellen. Die voorspellingen moeten uiteraard mede zijn gebaseerd op historische gegevens. Daartoe vinden tal van waarnemingen plaats, sinds geruime tijd ook via RADARSAT, een satelliet waarmee zogeheten SAR-opnamen (synthetic aperture radar) kunnen worden gemaakt. Op basis van die beelden kunnen onder meer de hoeveelheden bij erupties gesmolten ijs worden vastgesteld. Dat was althans de gedachte; maar er is grote twijfel gewekt aan de betrouwbaarheid van de interpretaties van de beelden. Daarmee is ook het veiligheidsbeleid ter discussie gekomen.

Het gaat daarbij om aanzienlijke discrepanties. Zo interpreteerde een onderzoeker op beeld van SAR-opnamen dat een eruptie eind 1998 onder de ijskap van de Vatna-gletsjer leidde tot een wateroppervlak van zo’n 4 km2; in totaal zou ca. 1 km3 ijs zijn gesmolten, waarvoor 3x1017 joule aan vulkanische warmte nodig zou zijn geweest. IJslandse onderzoekers die ter plaatse onderzoek hadden uitgevoerd, stellen echter dat niet meer dan 0,10-0,15 km3 ijs is gesmolten. Dat de SAR-opnamen een andere hoeveelheid suggereren, schrijven de auteurs toe aan enerzijds de invloed die drijfijs op smeltwater uitoefent op de radarbeelden, anderzijds aan uitgeworpen vulkanisch materiaal (as en vulkanische 'bommen') die - liggend op het ijs - voor een onjuist beeld zouden zorgen.

Volgens de onderzoekers bieden SAR-opnamen wel degelijk veel mogelijkheden, maar is men tot nu toe te optimistisch geweest wat betreft de betrouwbaarheid van hun interpretaties, vooral omdat men nog te weinig kennis had van de plaatselijke omstandigheden. Die kennis moet nu snel veder worden opgebouwd, want de uitbarsting van 1998 en de daarbij gevormde hoeveelheid smeltwater waren relatief klein. Er zijn echter ook uitbarstingen bekend waarbij vele tientallen kubieke kilometers ijs - en in enkele gevallen zelfs meer dan 100 km3 - smolten. Dat de veiligheid zeer gebaat is bij een goede voorspelling van de resulterende smeltwaterstromen, staat uiteraard vast.

Referenties:
  • Garvin, J.B., Mahmood, A. & Giguere, C., 1999. Satellite radar images capture a subglacial volcanic eruption in Iceland. Eos (Transactions American Geophysical Union) 80, p. 205-207.
  • Gudmundsson, M.T., Larsen, G., Björnsson & Sigmundsson, F., 2000. Comment: subglacial eruptions and synthetic aperture radar images. Eos (Transactions American Geophysical Union) 81, p. 134-135, 140.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl