NGV-Geonieuws 168 artikel 1027

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Juni 2010, jaargang 12 nr. 3 artikel 1027

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 168! Op de huidige pagina is alleen artikel 1027 te lezen.

<< Vorig artikel: 1026 | Volgend artikel: 1028 >>

1027 Dino met enorme horens
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In Mexico zijn de resten van een dinosaurus gevonden die op zijn kop grotere hoorns had dan welke andere dinosaurus ook, inclusief de beroemde Triceratops. Er bestaat een grote verscheidenheid aan horendragende dino’s (Ceratopsidae), maar het nu gevonden exemplaar (dat wordt beschreven in een boek dat in mei werd gepubliceerd) is met zijn horens van ongeveer 1,25 m wel uitzonderlijk.


Ingekleurd de gevonden fragmenten van de schedel.

De nieuwe soort is Coahuilaceratops magnacuerna gedoopt. De geslachtsnaam refereert aan de Mexicaanse staat Coahuila waar het dier werd gevonden; de term ‘ceratops’ is Grieks en betekend ‘gezicht met horens’. De soortnaam is een wat ongelukkige combinatie van het Latijnse woord magna (groot) en het Spaanse woord cuerna (horen). Het dier, dat ongeveer 72 miljoen jaar geleden (Laat Krijt) leefde, was ongeveer 7 m lang en ruim 2 m hoog, en moet een gewicht hebben gehad van 4000-5000 kg. Ondanks zijn afschrikwekkend uiterlijk was het geen agressieve jager: het moet een planteneter zijn geweest. Zijn horens waren echter mogelijk wel een afschrikwekkend verdedigingsmiddel tegen de tyrannosauriërs die zijn leefgebied onveilig makten.


Reconstructie van de schedel.

In het Laat Krijt strekte zich een warme, ondiepe zee uit van de huidige Golf van Mexico tot aan de Noordelijke IJszee. Het Noord-Amerikaanse continent, waarvan Mexico het zuidelijkste punt vormde, was daardoor verdeeld in een oostelijke en een westelijke landmasa. Cohuilaceratops leefde, met vele andere dinosoorten, op de westelijke landmassa (bekend als Laramidia), die bestond uit een serie nauwe vlaktes tussen de zee in het oosten en een rijzend gebergte in het westen. De vlaktes waren vochtig met een rijke vegetatie, en zoet water uit de rivieren mengde zich met zout water uit de zee in een soort estuarium. Dat blijkt onder meer uit mariene slakken en andere schelpdieren die op veel botten van dino’s uit dit gebied worden aangetroffen; het gaat in zulke gevallen waarschijnlijk om dino’s die, na hun overlijden, door een rivier over een korte afstand naar het estuarium werden meegevoerd. Er zijn aanwijzingen dat er veelvuldig zeer zware stormen woedden, waarbij grote delen van de kust werden weggeslagen. Ook bij dergelijke natuurrampen moeten grote aantallen dino’s in het brakke water van het estuarium terecht zijn gekomen.


Reconstructie van de kop van Coahuilaceratops.

De resten van Coahuilaceratops (deels van een volwassen exemplaar, deels van een jong) werden al in 2001 aangetroffen in de Cerro del Pueblo Formatie, bij het plaatsje Porvenir de Jalpa. In 2003 werden ze uitgegraven en vervoerd nar het Museum voor Natuurlijke Historie van de Universiteit van Utah, waar ze zorgvuldig zijn uitgepreparee


Omslag van het boek waarin de nieuwe vondst wordt beschreven.

Referenties:
  • Ryan, M.J., Chinnery-Allgeier, B.J. & Eberth, D.A. (red.), 2010. New perspectives on horned dinosaurs. Indiana University Press (Bloomington, IN), 656 pp.

Figuren: Museum of Natural History, University of Utah (fossielen) en Indiana University Press (boekomslag).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl