NGV-Geonieuws 168 artikel 1028

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Juni 2010, jaargang 12 nr. 4 artikel 1028

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 168! Op de huidige pagina is alleen artikel 1028 te lezen.

<< Vorig artikel: 1027 | Volgend artikel: 1029 >>

1028 Leefden vroegste hominiden in bos of op savanne?
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Archeologie ! Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Vorig jaar wijdde Science een speciaal nummer aan de leefomgeving van de vroege hominiden. In een van de in dat nummer geplaatste artikelen meldden onderzoekers de vondst van een nieuwe hominide, die ze Ardipithecus ramidus doopten, en die al snel de ‘troetelnaam’ Ardi kreeg. Ardi leefde zo’n 4,4 miljoen jaar geleden, en werd door sommige onderzoekers zelfs beschouwd als de oudste mensachtige, aanzienlijk ouder dan de fameuze Luci. Hij was ongeveer 1,2 m hoog, een alleseter, en had een herseninhoud met een volume dat ongeveer een kwart was van dat van de moderne mens. Ardi zou volgens het artikel in de bossen - of in bosrijke gebieden - van Afrika hebben geleefd.


Een schedel van Ardipithecus.

Die interpretatie van de leefomgeving van Ardi heeft, zoals haast de regel is bij publicaties over onze verre voorouders, inmiddels veel kritiek gekregen. Recent is daar een goedbeargumenteerde kritiek bijgekomen (met overigens ook weer een antwoord van de oorspronkelijke onderzoekers), waarin uit de doeken wordt gedaan dat Ardi niet in bossen leefde maar op de savanne. Het lijkt de moeite waard op de argumenten voor een leven op de savanne hier te noemen, niet alleen omdat de oorspronkelijke onderzoekers de savanne als leefmilieu expliciet uitsloten, maar ook - en vooral - omdat al heel lang vrijwel algemeen wordt aangenomen dat de evolutie van onze verre voorouders op de (Afrikaanse) savanne plaatsvond.


Het vrijwel complete skelet van Ardipithecus ramadus.

Deze ‘savannetheorie’ houdt in dat de savannes - grasvlaktes met verspreide losstaande of groepjes bomen en struiken - zich in de afgelopen miljoenen jaren steeds verder uitstrekten ten koste van de bossen (die zo’n 8 miljoen jaar geleden het beeld van Afrika bepaalden). Daardoor werden onze - toen nog - aapachtige voorouders verleid om de bomen te verlaten, om voedsel en beschutting te zoeken in de savannes, waarbij ze geleidelijk rechtop gingen lopen omdat ze zo een beter uitzicht hadden en dus efficiënter voedsel konden vinden.


De savanne zou volgens de laatste inzichten het leefmilieu van Ardipithecus zijn geweest.

Opvallend is dat de tweede groep onderzoekers (die de savannetheorie verdedigen) dat doen op basis van de gegevens waarop de eerdere onderzoeksgroep juist tot een bosachtige leefomgeving concludeerde. Het gaat dus om verschillende interpretaties van dezelfde gegevens. Die betreffen de verhouding tussen de diverse koolstofisotopen in fossiele bodems (paleosols) (waaruit het type vegetatie kan worden afgeleid), de verhouding tussen de zuurstofisotopen in het tandglazuur van zoogdieren, de relatieve hoeveelheid kleine zoogdieren binnen de gehele fauna, en de relatieve hoeveelheid van fytolieten (opaalachtige deeltjes die vooral in grassen voorkomen). Deze parameters geven indicaties over het milieu van destijds en zijn onafhankelijk van de vorm van de diverse gewervelde dieren (inclusief hominiden).


Naomi Levin (John Hopkins University), een van de onderzoekers
die concluderen dat Ardipithecus niet in bossen maar op de savanne leefde.

Uit de waarden van deze parameters concluderen de onderzoekers nu dat de biomassa in het gebied van de vondst van Ardi (Aramis, Ethiopië) voor 40-60% uit gras moet hebben bestaan. Dat is onverenigbaar met een bosachtig gebied, maar volledig in overeenstemming met een savanne.

Referenties:
  • White, T.D., Asfaw, B., Beyene, Y., Haile-Selasie, Y., Lovejoy, C.O., Suwa, G. & Gabriel, G.W., 2009. Ardipithecus ramidus and the paleobiology of early hominids. Science 326 (special issue: Light on the origin of Man), p. 75-86.
  • Cerling, T.E., Levin, N.E., Quade, J., Wynn, J.G., Fox, D.L., Kingston, J.D., Klein, R.G. & Brown, F.H., 2010. Comment on the paleoenvironment of Ardipithecus ramidus. Science 328, 1105-d, doi:10.1126/science/1185274.
  • White, T.D., Ambrose, S.H., Suwa, G. & Gabriel, G.W., 2010. Response to comment on the paleoenvironment of Ardipithecus ramidus. Science 328, 1105-d, doi:10.1126/science/1185466.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl