NGV-Geonieuws 168 artikel 1029

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Juni 2010, jaargang 12 nr. 4 artikel 1029

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 168! Op de huidige pagina is alleen artikel 1029 te lezen.

<< Vorig artikel: 1028 | Volgend artikel: 1030 >>

1029 Oude pterosauriėr had kaken die aan een reigersnavel doen denken
Auteur: prof.dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In de Marokkaanse Sahara, in het Kem Kem gebied nabij de grens met Algerije, zijn enkele botfragmenten gevonden die worden toegeschreven aan een nieuwe soort pterosauriėr. Het dier is Alanqa saharica gedoopt; de geslachtsnaam is afgeleid van het Arabisch Al Anqa, waarmee de mythische phoenix wordt aangeduid (de vogel die zich aan het eind van zijn leven in het vuur stort en daar dan weer herboren uit verrijst), terwijl de soortnaam uiteraard de woestijn aangeeft waarin de fragmenten werden aangetroffen.


Onderzoeker Nizar Ibrahim met de aan
elkaar gehechte fragmenten van de onderkaak.

De vondst betreft drie afzonderlijk gevonden delen van een onderkaak, die wel aan elkaar blijken te passen. De onderkaak is ruim 34 cm lang en heeft een speervorm. Samen met de bovenkaak moet die een grote gelijkenis hebben getoond met de snavel van een reiger. Behalve deze kaakfragmenten is ook een deel van een nekwervel aangetroffen, waarschijnlijk van hetzelfde dier. De botfragmenten zijn, in tegenstelling tot de meeste pterosauriėrfossielen, goed bewaard gebleven. Ze zijn niet ‘gekraakt’ en hebben nog hun oorspronkelijke 3-dimensionale vorm. Daarbij moet worden aangetekend dat pterosauriėrfossielen schaars zijn, omdat de dieren op de continenten leefden. In tegenstelling tot de zee, waar meestal sedimentatie overheerst, zijn continenten blootgesteld aan erosie. Verder vormen de botten van afgestorven dieren vaak een prooi van aaseters, en zijn ze blootgesteld aan weer en wind (en zuurstof) waardoor ze zelden in hun oorspronkelijke staat bewaard blijven.


Het opgraven van een van de kaakfragmenten in de Marokkaanse Sahara.

Op basis van deze fragmenten, in combinatie met gegevens van andere pterosauriėrs, hebben de onderzoekers kunnen afleiden dat het dier een spanwijdte moet hebben gehad van ongeveer 6 m.


Reconstructie (door Davide Bonadonna) van Alanqa saharica
in zijn veronderstelde leefomgeving.

Het gevonden exemplaar van Alanqa saharica moet 95 miljoen jaar geleden hebben geleefd (het is daarmee de oudste vertegenwoordiger van zijn geslacht). De huidige Sahara vormde destijds een rivierbekken met een rijke tropische flora en fauna. Er moet dus genoeg prooi voor het dier te vinden zijn geweest. Hij was overigens niet de enige belager van de prooidieren: bij het onderzoek zijn ook restanten gevonden van twee andere pterosauriėrsoorten, die echter al eerder waren beschreven. Dat wijst erop dat verschillende soorten hetzelfde gebied deelden; mogelijk joegen ze op verschillende prooidieren.

Referenties:
  • Ibrahim, N., Unwin, D.M., Baidder, L. & Zouhri, S., 2010. A new pterosaur (Pterodactyloidea: Azhdarchidae) from the Upper Cretaceous of Morocco. PLos ONE 5 (5), e10875, doi:10.1371/jhournal.pone.0010875.

Illustraties: Dominic Martella, UCD University Relations, University College Dublin, Dublin, Ierland.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl