NGV-Geonieuws 169 artikel 1032

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Juli 2010, jaargang 12 nr. 4 artikel 1032

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 169! Op de huidige pagina is alleen artikel 1032 te lezen.

<< Vorig artikel: 1031 | Volgend artikel: 1033 >>

1032 Fossiele ‘mier’ blijkt oudste (en bijzondere) vijgenwesp
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In 1920 werd enkele fossiele mieren beschreven die in het Oligoceen van het eiland Wight (voor de zuidkust van Engeland) waren gevonden. Toen onlangs de fossiele flora en fauna van Wight werden geïnventariseerd, werden ook de in 1920 beschreven fossielen nog eens goed bekeken. Toen bleken de zeer kleine diertjes (ca. 1,5 mm) geen mieren te zijn, maar vijgenwespen. Met hun ouderdom van 34 miljoen jaar waren het ook gelijk de oudste vertegenwoordigers van deze merkwaardige groep (Agaonidae).


De fossiele vijgenwesp. Het pollenzakje
is met een rode pijl aangegeven.
Foto NHM.


Scanning electron microscope (SEM) opname
van een recente vijgenwesp. Het pollenzakje
is met een rode pijl aangegeven.
Foto NHM.


Opvallend is dat de drie opnieuw bestudeerde exemplaren, die zeer goed zijn gepreserveerd, nauwelijks te onderscheiden zijn van recente vertegenwoordigers. Dat betekent dat ze in 34 miljoen jaar nauwelijks zijn geëvolueerd (een dergelijke langdurige ongewijzigde staat wordt in de biologie met ‘stasis’ aangeduid), wat erop duidt dat ze hun leefwijze niet of nauwelijks hoefden aan te passen aan veranderende omstandigheden. Dat is des te opvallender omdat de relatie tussen vijgenwespen en vijgenbomen (genus Ficus; de vijgenboom met eetbare vijgen behoort hier ook toe) zeer complex is.

Vijgenbomen en vijgenwespen zijn namelijk volledig van elkaar afhankelijk. Er bestaan ongeveer 800 soorten vijgenbomen, en iedere soort wordt, via meegebrachte pollen, bestoven door slechts 1 of 2 soorten vijgenwespen. Andere soorten vijgenbomen worden door de vijgenwespen genegeerd. De bestuiving van de vijgenbomen met pollen vindt plaats door vijgenwespen die daartoe een op een specifieke soort vijgenbloem afgestemde lichaamsvorm hebben, en die kenmerken hebben ontwikkeld waardoor ze naar de bloemen kunnen kruipen.


Microscopische opname van een vijgenwesp
met pollen in het pollenzakje (rode pijl).
Foto NHM.


Fossiele pollen (doorsnede ca. 2 micron)
Foto NHM.


De larven van vijgenwespen ontwikkelen zich het beste als ze opgroeien in een bevruchte vijgenbloem. De best ontwikkelde soorten vijgenwespen bestuiven de bloemen daarom voordat ze eieren leggen; dat levert een beter resultaat op dan wanneer ze met pollen van boom naar boom vliegen. De vijgenwespen verzamelen het stuifmeel (pollen) in zakjes aan de onderkant van hun lichaam. De onderzoekers troffen dergelijke pollenzakjes ook aan de onderzijde van de onderzochte Oligocene vijgenwespen aan, evenals bij een 20 miljoen jaar oude vijgenwesp in barnsteen uit de Dominicaanse republiek.


Microscopische opname van het pollenzakje
(met pollen) van een recente vijgenwesp.
Foto NHM.


De vijgenwesp in de Dominicaanse barnsteen.
Foto Simon van Noort, Iziko Museums, Kaapstad.


Op basis van de ‘moleculaire klok’ waarmee kan worden geschat wanneer verschillende taxa zich van elkaar hebben afgescheiden, wordt aangenomen dat zowel de vijgenbomen als de vijgenwespen zich al ruim 60 miljoen jaar samen verder hebben ontwikkeld. Dat is nu dus zeker voor 34 miljoen jaar. In die lange periode zijn er tal van klimaatveranderingen opgetreden, en ook hebben zich steeds weer andere diersoorten ontwikkeld die vijgen aten. Kennelijk hebben zowel de vijgenbomen als de vijgenwespen al die miljoenen jaren aan die bedreigingen kunnen ontsnappen, en dat ook nog zonder noemenswaard te veranderen. Het moet dus om een zeer uitgekiend ontwerp gaan, zowel bij de vijgenbomen als bij de vijgenwespen.


Vijg met vijgenwespen.

Referenties:
  • Compton, S.G., Ball, A.D., Collinson, M.E., Hayes, P., Rasnitsyn, A.P. & Andrew, J., 2010. Ancient fig wasps indicate at least 34 Myr of stasis in their mutualism with fig trees. Biology Letters, doi:10.1098/rsbl.2010.0389, 5 blz.

Foto’s (© Natural History Museum, Londen) welwillend ter beschikking gesteld door Daisy Barton (Royal Society, Londen, Groot-Brittannië).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl