NGV-Geonieuws 169 artikel 1035

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Juli 2010, jaargang 12 nr. 4 artikel 1035

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 169! Op de huidige pagina is alleen artikel 1035 te lezen.

<< Vorig artikel: 1034 | Volgend artikel: 1036 >>

1035 Oudste knaagsporen van zoogdieren gevonden op dino- en andere botten
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De oudste sporen die de tanden van zoogdieren achterlieten op de botten van andere dieren dateren, sinds een vondst van onderzoekers van de Yale Universiteit en het Museum voor Natuurlijke Historie van Cleveland van 75 miljoen jaar geleden (Laat-Campanien). De sporen werden ontdekt op botten uit een collectie van het Laboratorium voor Vertebraten-Paleontologie van de Universiteit van Alberta en een andere collectie van het Royal Tyrell Museum, waarna aanvullend materiaal in het veld werd verzameld.


Detail van het knaagspoor op een rib van een
dinosaurus, waarschijnlijk behorend tot de Ornithischia.

De sporen werden ontdekt op een dijbeen van Champosaurus (een voornamelijk in het water levend reptiel dat ongeveer anderhalve meter lang kon worden), een rib van een dinosauriėr die waarschijnlijk tot de hadrosauriėrs of de ceratopsiden behoorde, het dijbeen van een grote dinosaurus die waarschijnlijk tot de Ornithischia behoorde, en op de onderkaak van een klein buideldier, Eodelphis.


Knaagsporen op het bot uit het
dijbeen van een Champosaurus.

Dat de sporen gemaakt werden door zoogdieren leiden de onderzoekers af uit het feit dat het in alle gevallen gaat om sporen van twee naar elkaar toe gerichte tanden (een uit de bovenkaak, de ander uit de onderkaak), wat gedurende het Laat-Krijt alleen bij zoogdieren het geval was. De verantwoordelijke zoogdieren behoorden waarschijnlijk tot de multituberculaten, een uitgestorven groep van vroege zoogdieren die op de huidige knaagdieren leken, met grote tanden. Deze dieren moeten ongeveer de grootte van een eekhoorn hebben gehad. Het is dan ook onwaarschijnlijk dat het jagers waren: de prooidieren zouden immers vele malen groter zijn geweest dan de jagers.


Knaagsporen op de onderkaak van het buideldier Eodelphis.

Verschillende botten vertonen elkaar overlappende sporen op de gebogen oppervlakken van de botten; een dergelijk patroon doet denken aan dat van mensen die bijvoorbeeld een maļskolf eten. De onderzoekers menen daarom dat het niet om vraatsporen gaat maar om knaagsporen: de dieren zouden op de botten hebben geknaagd om zo de benodigde mineralen binnen te krijgen. Wij zouden dat nu een voedingssupplement noemen!


Reconstructie hoe de knaagsporen ontstonden.

De onderzoekers memoreren dat er nog veel meer sporen van zoogdiertanden op (deels nog oudere) botten zijn aangetroffen, maar die moeten nog nader worden onderzocht.

Referenties:
  • Longrich, N.R. & Ryan, M.J., 2010. Mammalian tooth marks on the bones of dinosaurs and other Late Cretaceous vertebrates. Paleontology, doi:10.1111/j.1475-4983.2010.00957.x

Foto’s (Nicholas Longrich, Yale University) welwillend ter beschikking gesteld door Suzanne Taylor Muzzin, Office of Public Affairs, Yale University, New Haven, CT (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl