NGV-Geonieuws 9 artikel 104

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Oktober 2000, jaargang 2 nr. 3 artikel 104

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 9! Op de huidige pagina is alleen artikel 104 te lezen.

<< Vorig artikel: 103 | Volgend artikel: 105 >>

104 Edelgassen in grondwater zijn indicatie voor paleotemperaturen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De temperatuur gedurende het geologische verleden (paleotemperatuur) kan goed worden ingeschat door gebruik te maken van edelgassen die in het grondwater zijn. Dat was weliswaar al eerder bekend, maar de uitkomsten waren tot nu toe erg onnauwkeurig. Dat kwam doordat een deel van de in het grondwater opgeloste edelgassen daarin is opgenomen in de vorm van 'excess air', een hoeveelheid gassen die niet afhankelijk is van de temperatuur en waarvan de herkomst tot nu toe niet goed was verklaard (de overige edelgassen in grondwater zijn afkomstig van hetzij het natuurlijk verval van radioactieve isotopen, hetzij van oplossing in evenwicht met de heersende temperatuur). Zwitserse onderzoekers hebben nu een nieuw model ontwikkeld. De 'truc' die ze daarbij uithalen, is dat ze rekening houden met de 'excess air', en dat ze dat doen op basis van een model dat ze hebben ontwikkeld om de hoeveelheid van die gassen te bepalen. Het model berust op de veronderstelling dat excess air in het grondwater van quasi-verzadigde bodems ontstaat, en dat de hoeveelheid afhangt van het evenwicht tussen de hoeveelheid water en de daarin opgenomen lucht.

De Zwitsers hebben hun model op een aantal bekende situaties toegepast. Daarbij bleek de uitkomst goed overeen te stemmen met paleotemperaturen die op andere wijzen waren vastgesteld. Het nieuwe model is daarom volgens de onderzoekers voldoende betrouwbaar om te dienen als 'scheidsrechter' in gevallen waar andere methoden tot uiteenlopende conclusies komen. Zo is er een fel omstreden hypothese dat de temperatuur gedurende het laatste 'hoogtepunt' van de laatste ijstijd in het tropische deel van Amerika - in het bijzonder Brazilië - zo’n 5 °C lager was dan thans (diverse andere benaderingsmethoden geven een daling aan van 2 °C of nog minder). Het nieuwe model geeft aan dat er inderdaad een dergelijke temperatuurdaling in dat gebied optrad, en dat die daling zelfs nog groter was op middelbare breedte.

Dat er geen sprake is van lokale factoren die de uitkomst beïnvloeden, blijkt uit een vergelijkbare analyse van edelgassen uit grondwater van Oman. Daar werd een temperatuurdaling van 6,5 °C gevonden. Dat stemt redelijk goed overeen met een daling van 5,3 °C die met andere methoden was vastgesteld voor Namibië.

De onderzoekers zijn dermate overtuigd van de juistheid van hun model, dat ze menen dat hun 'thermometer' zelfs gebruikt zou kunnen worden voor het 'ijken' van andere methoden om paleotemperaturen vast te stellen. Ze denken daarbij speciaal aan de veelgebruikte zuurstof-18 thermometer die voor watervoerende pakketten wordt gebruikt.

Referenties:
  • Aeschbach-Hertig, W., Peeters, F., Beyerle, U. & Kipfer, R., 2000. Palaeotemperature reconstruction from noble gases in ground water taking into account equilibrium with entrapped air. Nature 405, p. 1040-1044.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl