NGV-Geonieuws 170 artikel 1041

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Augustus 2010, jaargang 12 nr. 5 artikel 1041

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 170! Op de huidige pagina is alleen artikel 1041 te lezen.

<< Vorig artikel: 1040 | Volgend artikel: 1042 >>

1041 Sabeltandtijger had extreem gespierde voorpoten
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De sabeltandtijger (Smilodon fatalis) is een van de grote zoogdieren die deel uitmaakte van de megafauna die omstreeks 10.000 jaar geleden plotseling grotendeels van de aarde verdween. Zijn enorme hoektanden maken hem tot een van de meest bekende soorten van de megafauna, die overigens ook zijn voedsel vormde. Hij had het vooral op dieren zoals bisons, kamelen, mammoeten en mastodonten voorzien. Met zijn enorme hoektanden kon hij deze grote dieren gemakkelijk zodanige verwondingen toebrengen (net als de huidige panters en diens verwanten scheurde hij waarschijnlijk de keel van zijn prooi open) dat zij de strijd snel moesten opgeven.


de sabeltandtijger is vooral bekend vanwege zijn enorme hoektanden.

Het is echter niet zo gemakkelijk om dergelijke tanden, bijv. na een sprong, goed in de keel van een prooi te planten: de prooi beweegt immers, schudt zijn kop en de keel is daarom geen gemakkelijk doelwit. Panters bespringen daarom hun prooi en klampen zich met hun klauwen aan hun prooi vast, waardoor zij langer de gelegenheid krijgen om de keel van de prooi met een welgemikte beet kapot te rijten.

Bij deze manier van jagen moet je uiteraard stevige tanden hebben, die bestand zijn tegen de krachten die worden opgeroepen wanneer de prooi zijn kop in alle richtingen schudt. De huidige katachtigen hebben daarom betrekkelijk korte, vaak kegelvormige tanden, die een ronde doorsnede hebben; de sabeltandtijger had echter kwetsbaarder tanden: niet alleen veel langer, maar ook ovaal in doorsnede. Dergelijke tanden breken relatief gemakkelijk als er grote krachten op worden uitgeoefend. Er is daarom wel gespeculeerd over de mogelijkheid dat de sabeltandtijger een andere wijze van jagen had dan de huidige katachtigen.


Het skelet van een sabeltandtijger.


Röntgenopnames van het opperarmbeen
van een recente jaguar (Panthera onca; links)
en de sabeltandtijger (rechts) (Cr = doorsnede).


Onderzoek heeft nu duidelijk gemaakt dat de botten uit de voorpoten van sabeltandtijgers aanhechtingsplekken van spieren vertonen die uitwijzen dat die spieren uitzonderlijk sterk moeten zijn geweest. Zo sterk dat deze dieren waarschijnlijk in staat waren om, wanneer ze hun prooi hadden besprongen, te voorkomen dat hun prooi de kop nog heen en weer kon schudden. Zo konden ze niet alleen zorgen dat de keel van de prooi goed bereikbaar was, maar ook voorkwamen ze zo dat hun hoektanden zouden afbreken.

Om te onderzoeken hoeveel sterker de voorpoten van sabeltandtijgers waren dan die van vergelijkbare katachtigen, maakten onderzoekers röntgenfoto’s van de voor- en achterpoten van fossiele katachtigen die ‘heelhuids’ waren opgedolven uit de beroemde teerputten van La Brea in Los Angeles. Zo konden ze de grootte en doorsnede van de botten vaststellen. Tevens deden ze dat voor een fossiel exemplaar van de Amerikaanse leeuw, de grootste katachtige met kegelvormige tanden die ooit heeft geleefd. Daarbovenop maten ze deze botten ook bij 28 recente katachtigen, uiteenlopend van een tijgerkat van 3 kg tot een tijger van 300 kg.


Zo moet de sabeltandtijger eruit hebben gezien.

Uit de metingen konden de onderzoekers de sterkte en rigiditeit van de botten berekenen. Niet verbazend was de uitkomst dat de sterkte van de botten van de 30 onderzochte soorten vrijwel altijd toenam met toenemende lengte van de voorpoten. Maar bij de sabeltandtijger bleken de botten uit de voorpoten exceptioneel sterk in verhouding tot hun lengte, vooral doordat ze een veel ‘te grote’ doorsnede hadden. Bovendien was de cortex (de dichte, buitenste laag van de botten) verhoudingsgewijs dikker dan bij de andere katachtigen, waardoor de botten extra sterk waren. Dat wijst erop dat de voorpoten grote krachten te verduren hadden, want net zoals mensen nu een dikkere cortex krijgen wanneer ze veel met gewichten oefenen, zo hebben de sabeltandtijgers door hun wijze van jagen waarschijnlijk niet alleen de spieren van hun voorpoten steeds sterker gemaakt, maar deed dat ook de cortex van de botten in de voorpoten dikker worden.

Referenties:
  • Meachen-Samuels, J.A. & Valkenburgh, B. van, 2010. Radiographs reveal exceptional forelimb strength in the saber-toothed cat, Smilodon fatalis. Plos ONE 5 (7): e11412, doi:10.1371/journal.pone.0011412.

Foto's welwillend ter beschikking gesteld door Julie Meachen-Samuels, Department of Ecology and Evolutionary Biology, University of California Los Angeles, Los Angeles, CA; nu: National Evolutionary Synthesis Center, Durham, NC (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl