NGV-Geonieuws 170 artikel 1045

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Augustus 2010, jaargang 12 nr. 5 artikel 1045

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 170! Op de huidige pagina is alleen artikel 1045 te lezen.

<< Vorig artikel: 1044 | Volgend artikel: 1046 >>

1045 De ontwikkeling van de schedel van een fossiel buideldier
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De ontwikkeling van een nog ongeboren jong weerspiegelt de evolutionaire ontwikkeling van de diergroep waartoe het behoort; in wetenschappelijke bewoordingen: de ontogenie weerspiegelt de fylogenie. De vondst van 26 schedels van een fossiel buideldier, Nimbadon lavarackorum,is daarom van groot paleontologisch belang.

De vondst werd gedaan in de Australische staat Queensland, in de beroemde Riversleigh World Heritage fossielenvindplaats. Ter plaatse bestond zo'n 15 miljoen jaar geleden een grot, maar de kalksteen ter plaatse is inmiddels verdwenen. Op de bodem van de grond stapelde zich echter nog aanwezig sediment op, met daarin de restanten (botten) van dieren die in de grot aan hun eind kwamen (mogelijk vielen ze via een verticale schacht in de grot). Daartoe behoren kangoeroe's, bosvleermuizen, primitieve buideldassen, buidelwolven en een op een wombat lijkend buideldier. Om de schedels van dit laatste dier gaat het hier.


Opgraving bij Riversleigh site AL90.


Compleet (samengesteld) skelet van
Nimbadon lavarackorum.


De 26 schedes van dit dier (Nimbadon) vertegenwoordigen namelijk verschillende ontwikkelingsstadia, uiteenlopend van zuigelingen die nog in de buidel van hun moeder leefden tot oude individuen. Door deze schedels met elkaar te vergelijken konden de onderzoekers vaststellen dat de ontwikkeling van Nimbadon, waarvan de jongen moeten zijn geboren na ongeveer een maand zwangerschap waarna ze in de buidel van hun moeder kropen om hun vroege ontwikkeling te voltooi en, niet wezenlijk verschilde van die van de huidige buideldieren.


Onbewerkt blok uit de grotbodem
met restanten van Nimbadon.

De schedels van Nimbadon tonen aan dat de botten aan de voorkant het eerst een sterke groei doormaakten, wat het drinken van moedermelk mogelijk maakte. In een latere ontwikkelingsfase, toen ook bladeren op het menu kwamen te staan, ontwikkelde de rest van de schedel zich; de schedel werd pas toen stevig doordat zich een serie benige kamers rondom de hersenen ontwikkelde. De hersenen bleven, zoals blijkt uit de grootte van de hersenpan, vrij klein, en de groei ervan stopte al betrekkelijk vroeg in het leven van een individu. Dat zich toch een stevige schedel ontwikkelde, was volgens de onderzoekers waarschijnlijk dan ook niet bedoeld om de hersenen te beschermen. De schedel van volwassen exemplaren vertoont ook veel inhammen en holtes; die vergroten het oppervlak, om zo goede aanhechtingsplaatsen te bieden voor de vele sterke spieren die onder meer nodig waren om grote hoeveelheden bladeren kapot te kauwen.


Schedel van een jong van Nimbadon dat
nog in de buidel van zijn moeder leefde.


Schedel van een volwassen exemplaar
van Nimbadon.


Naast de vele schedels werden ook honderden andere goed gepreserveerde botten gevonden, zowel van Nimbadon (voldoende om een compleet skelet te reconstrueren)als van andere dieren. Ook fossiele plantenresten werden aangetroffen. Die zijn mogelijk afkomstig van vegetatie die de schacht aan het oog onttrok waardoor de diverse dieren omlaag vielen.

Het sedimentpakket met fossielen lijkt metersdiep. Tot nu toe is alleen het bovenste laagje verwijderd, maar het is al wel duidelijk geworden dat er nog duizenden fossiele botten liggen te wachten. Er kan in de loop van de komende jaren dus nog veel meer duidelijk worden over de flora en fauna van dit deel van AustraliŽ, dat destijds een vochtig, warm klimaat kende, resulterend in een weelderige "broeikasvegetatie". Echter, het klimaat begon al over te gaan naar een droger type, met onherroepelijk een effect op de flora en fauna.

Referenties:
  • Black, K.H., Archer, M., Hand, S.J. & Godthelp, H., 2010. First comprehensive analysis of cranial ontogeny in a fossil marsupial - from a 15 million year old cave deposit in northern Australia. Journal of Vertebrate Paleontology 30, p. 993-1011.

Foto's welwillend ter beschikking gesteld door Karen Black, Vertebrate Palaeontology Lab., School of Biological, Earth & Environmental Sciences, University of New South Wales, Sydney (AustraliŽ).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl