NGV-Geonieuws 170 artikel 1046

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Augustus 2010, jaargang 12 nr. 5 artikel 1046

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 170! Op de huidige pagina is alleen artikel 1046 te lezen.

<< Vorig artikel: 1045 | Volgend artikel: 1047 >>

1046 Er kan meer gericht naar diamant worden gezocht
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over het Inwendige van de Aarde ! Klik hier voor alle artikelen over Mineralen ! Klik hier voor alle artikelen over Olie, Gas & Mijnbouw !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Diamant is zo zeldzaam dat er tonnen gesteenten moeten worden verkruimeld om een diamant van een paar karaat te vinden. Juist dat zeldzame voorkomen belemmert het opstellen van betrouwbare modellen die aangeven waar diamant een (relatief) grote waarschijnlijkheid van voorkomen heeft. Natuurlijk is allang bekend dat er twee belangrijke typen voorkomens zijn: alluviale placers (plekken in een rivierafzetting waar de relatief zware diamanten tussen ander grind zijn geconcentreerd) en vulkanische kraterpijpen van kimberliet en lamproiet. De diamanten in alluviale placers zijn uiteindelijk (voor het overgrote merendeel) uit kimberliet of lamproiet afkomstig, en daarom zou een betere kennis omtrent de plaats waar dergelijke vulkanische pijpen ontstaan, van groot belang zijn voor de opsporing van nieuwe diamantvoorkomens.


Ruwe diamanten zijn niet veel fraaier dan veel
andere kristallen ...


... maar geslepen als briljant zijn ze
- letterlijk - schitterend.


Opnieuw is die kennis nu uitgebreid, zij het dat het gaat om de onderbouwing van een van de diverse hypotheses over de plaats waar (vooral) kimberlietpijpen voorkomen. De desbetreffende hypothese stelde dat kimberlietpijpen worden gevormd door de - veelal in pulsen plaatsvindende - opstijging van heet magma uit de diepe aardmantel (mantelpluimen). Al zo=n 40 jaar geleden werd gesuggereerd dat die mantelpluimen begonnen op de grens tussen mantel en kern, zo=n 2000 km diep, maar daarvoor bestond tot voor kort geen overtuigend bewijs. Overtuigende aanwijzingen daarvoor zijn pas in de afgelopen paar jaar gevonden.

Een onderzoeksteam heeft nu deze aanwijzingen gecombineerd met seismische gegevens uit de diepe aarde. Die seismische gegevens zin eerder verzameld om na te gaan hoe de lithosfeerschollen in de afgelopen 500 miljoen jaar bewogen ten opzichte van elkaar. Uit die combinatie van gegevens, met daaraan gekoppeld allerlei berekeningen, stelden de onderzoekers vast hoe de structuur van de diepe aardmantel zich gedurende de laatste 500 miljoen jaar ontwikkelde. Daarbij bleek dat twee grote volumes mantelmateriaal juist boven de grens tussen kern en mantel gedurende al die tijd op dezelfde positie zijn blijven liggen. Die bevinding was geheel onverwacht, omdat algemeen wordt aangenomen dat de diepe aardmantel, hoewel vast, zo heet is en onder zo=n hoge druk staat dat er voortduren bewegingen in moeten plaatsvinden.


Diamanten ontstaan vooral in de bovenmantel door-
dat daar de optimale temperatuur en druk heersen.
Wanneer magma van grotere diepte opstijgt, kan het
diamanten uit de bovenmantel tot aan of nabij het
aardoppervlak meevoeren.


Aan het aardoppervlak wordt diamant
vooral in kimberliet- en lamproietpijpen
gevonden.


Diamanthoudende kimberlieten komen, zoals al zo=n 50 jaar bekend is, geconcentreerd voor in de oude kernen (cratons) van de continenten. Die kernen beslaan ca. 10% van de continenten, en de zoektocht naar diamanten heeft zich tot nu toe daarom vooral op die 10% gericht. Nu blijkt dat mantelpluimen alleen onder bepaalde omstandigheden op de grens tussen kern en mantel ontstonden, kan het zoeken naar diamanten tot veel kleinere gebieden worden beperkt

Referenties:
  • Torsvik, T.H., Burke, K., Steinberger, B., Webb, S.J. & Ashwal, L.D., 2010. Diamonds sampled by plumes from the core-mantle boundary. Nature 466, p. 52-355.


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl