NGV-Geonieuws 170 artikel 1049

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Augustus 2010, jaargang 12 nr. 5 artikel 1049

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 170! Op de huidige pagina is alleen artikel 1049 te lezen.

<< Vorig artikel: 1048 | Volgend artikel: 1050 >>

1049 Type sediment beïnvloedde kracht van aardbevingen bij Sumatra
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Oceanografie ! Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie ! Klik hier voor alle artikelen over Structurele geologie, (Plaat)tektoniek & Aardbevingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !


De locaties van de aardbevingen in 2004 en 2005 bij Sumatra.

Indonesië kent veel aardbevingen omdat er twee lithosfeerschollen bij elkaar komen, waarvan er een in een subductiezone vlak ten westen van Indonesië onder de ander wegschuift. Dat gebeurt niet regelmatig, maar doordat zich langzaam energie ophoopt die via plotseling bewegen (merkbaar als een aardbeving) weer vrijkomt. Gebeurt dat onder zee, dan kan een tsunami optreden, zoals de verwoestende ‘Kersttsunami’ van 2004 die ontstond na een aardbeving met een epicentrum vlak bij Sumatra. Niet altijd treedt zo’n tsunami op bij een aardbeving, en de wel optredende tsunami’s zijn lang niet altijd even groot. Dat bleek bij een nieuwe grote (zij het wat kleinere) aardbeving, die 3 maanden later op slechts korte afstand van de beving van december 2004 plaatsvond: die resulteerde slechts in een kleine, lokale tsunami.


Het onderzoek werd uitgevoerd vanaf het Duitse
onderzoeksschip Sonne.


Onderzoekers zetten een airgun overboord.


Een internationaal team heeft, vanaf het Duitse onderzoeksschip Sonne, uitgezocht waarom er twee aardbevingen plaatsvonden (en niet één hele zware) en waarom ze zo verschillend waren. Ze deden dat door de sedimenten op de zeebodem ter plaatse te onderzoeken met geofysische instrumenten (airguns). Het bleek daarbij dat het breukvlak op de grens tussen de twee lithosfeerschollen op de locaties van de twee aardbevingen verschillende eigenschappen heeft. Dat betreft onder meer - maar als belangrijkste factor - de aard van de sedimenten ter plaatse. Daardoor vond in 2004 al een breukbeweging plaats op de ene plek, terwijl de spanning toen op de andere locatie pas in 2005 hoog genoeg was opgelopen om een beweging te krijgen.


Een serie airguns gaat af, zichtbaar als verstoringen
van het zeeoppervlak.


Onderzoeker Sean Gulick maakt
meetinstrumenten klaar


De breukbeweging in 2004 leidde, vooral door de samenstelling van de betrokken sedimenten, tot verplaatsing over een veel grotere afstand - en verder zeewaarts - dan die in 2005. Omdat de breukbeweging in 2004 over een aanzienlijk groter gebied plaatsvond, werd daar ook een grotere massa zeewater bij betrokken. Dat leidde tot de veel grotere tsunami in 2004. De onderzoekers vergeleken de geologie van de locatie waar de ‘Kersttsunami’ ontstond ook met die van andere subductiezones, en kwamen tot de conclusie dat die sterk afwijkt van die andere locaties, en wel zodanig dat de kans op grote aardbevingen en daarbij behorende verwoestende tsunami’s voor Sumatra uitzonderlijk groot is.


Onderzoekers op het achterschip van de Sonne.

.

Referenties:
  • Dean, S.M., McNeill, L.C., Henstock, T.J., Bull, J.M., Gulick, S.P.S., Austin Jr., J.A., Bangs, N.L.B., Djajadihardja, Y.S. & Permana, H., 2010. Contrasting décollement and prism properties over the Sumatra 2004-2005 earthquake rupture boundary. Science 329, p. 207-210.
  • Wang, K., 2010. Finding fault in fault zones. Science 329, p. 152-153.

Illustraties (foto’s © Science Party of SO-198-2; tekening © Nicolle Roger Fuller): National Science Foundation.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl