NGV-Geonieuws 170 artikel 1050

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Augustus 2010, jaargang 12 nr. 5 artikel 1050

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 170! Op de huidige pagina is alleen artikel 1050 te lezen.

<< Vorig artikel: 1049 | Volgend artikel: 1051 >>

1050 Vleesetende dino’s groeven zoogdieren op
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Dat er sauriërs hebben bestaan die groeven, was al bekend (zie Geonieuws 803). Het heeft er nu alle schijn van dat sommige vleesetende dino’s zelfs zoogdieren uit hun hol onder de grond opgroeven. Weliswaar zijn er nog geen harde bewijzen, mar de aanwijzingen zijn wel heel sterk. Die aanwijzingen bestaan uit sporen die in de Amerikaanse staat Utah gevonden zijn in gesteenten van 75-80 miljoen jaar oud (Laat-Krijt).


De indruk van een dinoklauw, die een stuk
grond heeft weggegraven
(illustratie: Max Needle en Edward Simpson).


Zo stellen de onderzoekers zich de dino voor bij het
opgraven van zijn prooi.


De sporen werden aangetroffen in fijnkorrelige gesteenten die werden afgezet in een riviervlakte, waar overstromingen, net als in onze uiterwaarden, regelmatig zorgden voor de afzetting van nieuwe sliblagen. Zo bleven de sporen bewaard. Sommige van de gevonden pootafdrukken moeten, op basis van hun kenmerken (meer dan 20 cm diep en zo’n 10 cm in doorsnede, enorme klauwen), worden toegeschreven aan vleesetende dinosauriërs. Ze behoorden waarschijnlijk tot de dromaeosauriërs of de Troodontidae, groepen waarvan de talrijke soorten meer op vogels dan op reptielen leken. De sporen die ze achterlieten wijzen erop dat ze met hun grote (achter)poten aan het graven zijn geweest.


Onderzoeksleider Edward Simpson.


Sarah Tindall was een van de onderzoekers.


Op slechts enkele meters afstand vonden de onderzoekers structuren die ze interpreteren als grafgangen en (ondergrondse) kamers, waarvan één ongeveer 15 cm groot is. Dergelijke structuren zijn recent bekend van diverse soorten kleine zoogdieren. De graafactiviteiten van de dino’s vonden vlak bij deze gangen plaats, en soms werd een gang bereikt; op basis daarvan denken de onderzoekers dat de dino’s probeerden om deze zoogdieren op te graven, zoals sommige roofdieren dat nu ook doen.

Referenties:
  • Simpson, E.L., Hilbert-Wolf, H.L., Wizevich, M.C., Tindall, S.E., Fasinski, B.R., Storm, L.P. & Needle, M.D., 2010. Predatory digging behavior by dinosaurs. Geology 38, p. 699-702.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl