NGV-Geonieuws 170 artikel 1056

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Augustus 2010, jaargang 12 nr. 5 artikel 1056

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 170! Op de huidige pagina is alleen artikel 1056 te lezen.

<< Vorig artikel: 1055 | Volgend artikel: 1057 >>

1056 Niveau van meren op Titan fluctueert
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Astronomie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De grootste maan van de planeet Saturnus, Titan (ontdekt door Christiaan Huygens), is het enige hemellichaam (apart van de Aarde) waarvan we een “hydrologische” cyclus kennen. Terwijl de vloeistof op aarde gevormd wordt door water is het op Titan een mengsel van koolwaterstoffen (methaan, ethaan en propaan). Op Aarde fluctueert het niveau van meren en plassen op korte termijn door veranderingen in neerslag, verdamping, in het meer uitmondende stromen of juist door het wegvloeien van water via stroompjes. Op langere termijn kan klimaatsverandering een belangrijke oorzaak zijn. Nu blijkt dat ook op Titan het niveau van de (methaan)meren fluctueert. Op het zuidelijk halfrond van Titan blijkt het niveau in enkele meren per aards jaar ongeveer een meter te zijn gedaald. Dat moet worden toegeschreven aan verdamping.


Saturnus’ maan Titan (foto NASA).


Artist’s impression van het ruimtevaartuig
Cassini-Huygens in een baan om Saturnus (NASA).


De waarneming werd gedaan met het ruimtevaartuig Cassini-Huygens dat in 2004 Saturnus bereikte. De radar aan boord heeft gegevens opgeleverd waarmee een zogeheten Synthetic Aperture Radar (SAR) kaart van bepaalde delen van Titan is vervaardigd. Dat betreft onder meer het grootste meer op het zuidelijk halfrond, het Ontario Lacus (Ontario-Meer), zo genoemd omdat het ongeveer even groot is als het gelijknamige meer op Aarde. Opnames uit juni 2005 en juni/juli 2009 zijn vergeleken (een Titan-jaar is net zo lang als 29,5 aardse jaren, en de periode van juni 2005 tot 2009 vertegenwoordigt op Titan slechts een seizoen van midzomer tot de herfst). Uit een samengestelde kaart blijkt dat de grens van het meer in 2005 (donkerblauw) in 2009 (lichtblauw tot blauwgroen) ongeveer 10 km horizontaal was verschoven, overeenkomend met een afname in diepte van ca. 4 m (dus 1 m per aardse jaar). Voor andere meren op Titans zuidelijk halfrond werden vergelijkbare ontwikkelingen vastgesteld. Merkwaardig is wel dat soortgelijke veranderingen niet konden worden vastgesteld voor meren op het noordelijk halfrond.


SAR-kaart van Ontario Lacus
(foto Radar Science Team, NASA/JPL/Caltech).


Meren (kustlijnen in lichtblauw) van meren in het zuidpoolgebied
van Titan, die verdwenen tussen december 2007 en mei 2009, door ver-
damping van ongeveer 1 m vloeistof per jaar, net als bij Ontario Lacus
(foto Radar Science Teamn, NASA/JPL/Caltech).

De relatie tussen de afstand waarover het meer zich terugtrok en de daarmee corresponderende diepte van de meren, kon worden vastgesteld door dat met de radarapparatuur de hoogte van het ‘vasteland’ nauwkeurig kan worden bepaald. Uit die metingen blijkt ook dat de helling van de kuststrook zeer gelijkmatig is.


Onderzoeker Alexander Hayes
(foto California Institute of Technology).


Onderzoeker Oded Aharonson
(foto California Institute of Technology).


Referenties:
  • Wall, S., Hayes, A., Bristow, C., Lorenz, R., Stofan, E., Lunine, J., Le Gall, A., Janssen, M., Lopes, R., Wye, L., Soderblom, L., Paillou, P., Aharonson, O., Zebker, H., Farr, T., Mitri, G., Kirk, R., Mitchell, K., Notarnicola, C., Casarano, D. & Ventura, B., 2010. Active shore,line of Ontarius Lacus, Titan: a morphological study of the lake and its surroundings. Geophysical Research Letters (Planets) 37, L05202, doi:10.1029/2009GL041821.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl