NGV-Geonieuws 170 artikel 1060

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Augustus 2010, jaargang 12 nr. 5 artikel 1060

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 170! Op de huidige pagina is alleen artikel 1060 te lezen.

<< Vorig artikel: 1059 | Volgend artikel: 1061 >>

1060 Een kloddervormig silurisch ‘ding’ in drie dimensies
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In 2005 verscheen in Nature een publicatie over silurische brachiopoden uit Engeland waarvan zachte delen waren gefossiliseerd. In die publicatie werd ook een fossiel afgebeeld waaraan de naam Drakozoon werd toebedeeld, maar dat niet goed was thuis te brengen. Dezelfde onderzoekers hebben nu een publicatie aan dit fossiel gewijd, nadat ze er een 3-dimensionaal computermodel van hebben gemaakt. Ze deden dat door het kleine fossiel in 200 stukjes te verdelen, die te fotograferen, en die beelden in een computer in te voeren, die zo een ruimtelijk beeld kon uitwerken.


Het 3-D computerbeeld van Drakozoon.


In een eerdere publicatie werden diverse
brachiopoden van dezelfde vindplaats afgebeeld,
samen met Drakozoon
(figuur k: rechtsonder).


Het in 2005 getoond exemplaar is het enige individu dat ervan bekend is. Het is geen ‘normaal’ dier: in correspondentie spreekt de onderzoeksleider, Mark Sutton, zelfs van een ‘ding’. Er is inderdaad weinig vorm aan te onderkennen: het fossiel zoals dat nu 3-D te voorschijn is gekomen lijkt nog het meest op een tamelijk vormloze, iets kegelvormige, klodder.

Drakozoon “leefde” ongeveer 425 miljoen jaar geleden in een betrekkelijk diepe zee, waarvan de sedimenten nu terug te vinden zijn in Herefordshire. Het fossiel werd daar gevonden in een bijzondere fossielvindplaats, die beroemd is door fossielen waarin zachte lichaamsdelen goed herkenbaar zijn (paleontologen spreken dan van een Lagerstätte). Die goede fossilisatie is te danken aan een vulkanische uitbarsting, die ervoor zorgde dat het bodemleven snel met een laag as werd bedekt, waardoor het organisch materiaal van de afgestorven individuen geen tijd kreeg om te verrotten, of om door prooidieren te worden opgegeten.

Mede door deze goede fossilisatie is het mogelijk gebleken om nu een beter beeld te krijgen van Drakozoon. Typisch is een soort kap of capuchon, een leerachtige huid en een geleiachtig voorkomen, vergelijkbaar met het materiaal waaruit recente kwallen bestaan. Het lijkt erop dat Drakozoon zich vasthechtte op hard gesteente, of op de harde schal van een ander, groter, organisme dat in hetzelfde milieu leefde.

Het ‘ding’ was ongeveer 3 mm groot en gebruikte van draden voorziene tentakels om organische deeltjes uit het water te vangen, die hij als voedsel gebruikte. Zijn ‘capuchon’ gebruikte hij waarschijnlijk om zich tegen rovers te beschermen die hem als een prooi beschouwden. Zodra de kust weer veilig was, kon hij de capuchon laten zakken om zich weer met het vangen van voedseldeeltjes bezig te houden. Een organisme met dergelijke kenmerken is met geen enkel ander bekend organisme te vergelijken. De onderzoekers zien hierin een mogelijkheid om meer te weten te komen over de aard van de vroege meercellige organismen die zich op aarde hebben ontwikkeld.


Onderzoeksleider Mark Sutton.

Het 3-D computer model wijst uit dat het dier acht ‘ruggen’ bezat op elk van zijn twee zijkanten. Deze ruggen zouden genetisch bepaalde overblijfselen van segmenten kunnen zijn, wat de hypothese van veel paleontologen zou bevestigen dat de vroege, nog primitieve maar al iets gecompliceerdere levensvormen gesegmenteerd waren. Ook wijst het computermodel uit dat Drakozoon moet worden gerekend tot de lophophoraten, een groep ongewervelde dieren waartoe onder meer ook de brachiopoden behoren. Dat maakt begrijpelijk dat het ‘ding’ samen met veel andere brachiopoden in de Lagerstätte werd aangetroffen.

Referenties:
  • Sutton, M.D., Briggs, D.E.G., Siveter, D.J. & Siveter, D.J., 2010. A soft-bodied lophophorate from the Silurian of England. Biology Letters, doi:10.1098/rsbl.2010.0540.
  • Sutton, M.D., Briggs, D.E.G., Siveter, D.J. & Siveter, D.J. 2005. Silurian brachiopods with soft-tissue preservation. Nature 436, 1013-1015.

Foto’s welwillend ter beschikking gesteld door Mark Sutton, Department of Earth Science & Engineering, Imperial College, London (Engeland).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl