NGV-Geonieuws 170 artikel 1065

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Augustus 2010, jaargang 12 nr. 5 artikel 1065

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 170! Op de huidige pagina is alleen artikel 1065 te lezen.

<< Vorig artikel: 1064 | Volgend artikel: 1066 >>

1065 ‘Duizelingwekkende’ draaiing van Gondwanaland of poolverschuiving?
Auteur: prof. Dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat ! Klik hier voor alle artikelen over Structurele geologie, (Plaat)tektoniek & Aardbevingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Het vroegere supercontinent Gondwanaland, ook wel kortweg ‘Gondwana’ genoemd (hoewel specialisten een subtiel onderscheid maken tussen beide termen), lijkt nog meer beweging te hebben ondergaan dan tot nu toe bekend. Gedurende het Vroeg Cambrium, d.w.z. binnen een tijdsbestek van ‘slechts’ ongeveer 25 miljoen jaar, zou dit supercontinent over maar liefst 600 geroteerd zijn. Deze ongekend snelle rotatie kon worden vastgesteld door paleomagnetische metingen in het Amadeus-Bekken in centraal Australië. De metingen geven aan dat sommige gebieden bij deze gigantische rotatie een snelheid bereikten van 8-28 cm per jaar (de onderzoekers houden ca. 16 cm/jaar aan als meest waarschijnlijke snelheid). Dat is ongelooflijk snel, want de hoogste snelheid waarmee lithosfeer schollen zich in de laatste paar honderd miljoen jaar hebben bewogen, is ongeveer 4 cm/jaar. Deze uitzonderlijke rotatie die Gondwanaland zou hebben ondergaan, was de eerste van dit supercontinent. Latere rotaties, ook bij de opsplitsing van Gondwanaland in landmassa’s van ‘normale’ continentale afmetingen, gingen aanzienlijk langzamer.

De ‘duizelingwekkende’ snelheid van deze draaiing moet volgens onderzoeksleider Ross Mitchell hebben geresulteerd in geologisch gezien zeer snel veranderende condities van de oceanen (zeestromen, verbindingswegen), en daarom lijkt het hem ook heel waarschijnlijk dat die extreme continentbeweging ook consequenties heeft gehad voor het leven in zee (voor zover bekend was er nog geen leven op het land). Het lijkt hem dan ook niet toevallig dat juist in het Vroeg Cambrium de zogeheten ‘cambrische explosie’ plaatsvond, een fase waarin binnen zeer korte tijd vrijwel alle nu bestaande groepen van complexe (ongewervelde) dieren ontstonden uit wat daarvoor nog zeer primitieve organismen waren. Aan deze plotseling gewijzigde omstandigheden van het mariene ecosysteem zouden volgens Mitchell veranderingen in het patroon van oceaanstromen, maar ook fluctuaties van het niveau van de zeespiegel en de concentratie van CO2 ten grondslag hebben kunnen liggen.


Paleomagnetische metingen van gesteenten uit het
Amadeus-Bekken in Australië (ster) wijzen op een
grote verschuiving van Gondwanaland t.o.v. de Zuidpool

De paleomagnetisch bepaalde extreme rotatiesnelheid komt de onderzoekers zelf haast onmogelijk voor. Ze besteden daarom ook aandacht aan een mogelijke alternatieve verklaring: als een continent beweegt ten opzichte van de magnetische polen (en dat is immers wat gemeten wordt met paleomagnetisme), dan bewegen per definitie ook de polen ten opzichte van dat continent. Er bestaat reeds tientallen jaren veel discussie over de vraag of paleomagnetisch bepaalde continentverschuivingen werkelijk het gevolg zijn van schollentektoniek, of dat de desbetreffende gebieden (min of meer) op hun plaats bleven, maar dat de polen van de aarde verschoven (door verandering van de stand van de aardas). Die laatste optie lijkt de onderzoekers waarschijnlijker dan schollentektoniek, want de processen die verantwoordelijk moeten worden gehouden voor een rotatie zoals die nu is waargenomen, kunnen niet op de gebruikelijke wijze worden verklaard. “Het is logischer dat de polen zich verplaatst hebben”, meent Mitchell.

Referenties:
  • Mitchell, R.N., Evans, D.A.D. & Kilian, T.M., 2010. Rapid Early Cambrian rotation of Gondwana. Geology 38, p. 755-758.

Illustratie: Ross Mitchell/Yale University.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl