NGV-Geonieuws 171 artikel 1066

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


September 2010, jaargang 12 nr. 6 artikel 1066

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 171! Op de huidige pagina is alleen artikel 1066 te lezen.

<< Vorig artikel: 1065 | Volgend artikel: 1067 >>

1066 Nieuw onderzoek naar het mysterie van de bewegende stenen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Sommige op het oog simpele verschijnselen kunnen wetenschappers eindeloos bezighouden, zonder dat ze tot een verklaring van het verschijnsel komen. In de geologie is een van de wonderlijkste van zulke onbegrepen verschijnselen een drooggevallen meer in de heuvels rondom Death Valley. De vlakte is bedekt met een laag die ooit uit modder bestond, maar die in het droge klimaat al gauw veranderde in een vlakte vol krimpscheuren. Na een schaarse regenbui verdwijnen die, maar ze komen daarna uiteraard weer snel terug. Dat is niets bijzonders. Wel bijzonder is dat midden op de toch uitgestrekte vlakte stenen liggen. Misschien dat die ooit, door wat voor oorzaak dan ook, op de bodem van het meer terecht zijn gekomen, maar waarschijnlijk is dat niet: dan zouden ze immers deels in de modderige bodem zijn weggezakt. Ze komen dus waarschijnlijk van de omliggende steilwanden; daarop wijst ook hun samenstelling. Maar hoe komen ze dan zo ver van de bergwanden af? Een ding staat vast: ze zijn niet door mensen, noch door dieren naar hun huidige positie gebracht.


Een van de stenen met een (gebogen)
spoor erachter
(foto Cynthia Cheung).


Een veld vol met stenen en sporen
(foto Maggie McAdam).


En dan komt er een mysterieus aspect: het is duidelijk dat de stenen zelf hebben bewogen! Er zijn tal van sporen met een steen aan het eind. Soms lijkt het erop dat twee stenen min of meer gelijk en parallel aan elkaar over de vlakte zijn gegleden, soms zijn het geïsoleerde stenen die zo’n spoor hebben achtergelaten, maar er zijn ook sporen die elkaar kruisen. En om het nog merkwaardiger te maken: veel sporen vertonen bochten, soms na een lang recht stuk, en die bochten kunnen - ook in hetzelfde spoor - nu eens naar links en dan weer naar rechts lopen. En om het helemaal onbegrijpelijk te maken: hoewel de vlakte vrijwel horizontaal is, komen er uiterst geringe hellingen voor (in z’n totaliteit helt de vlakte ook: ongeveer 2,5 cm over z’n totale lengte van ruim 7 km), en de stenen blijken zich voor een groot deel zelfs hellingopwaarts te hebben bewogen.


LANDSAT false-colour opname van
de Racetrack Playa (wit, midden).

Het verschijnsel van deze stenen met sporen is al zo’n 70 jaar bekend, maar hoewel niemand er aan twijfelt dat de stenen op de een of andere manier over de vlakte hebben gegleden, is dat glijden zelf nog nooit waargenomen. Dat is overigens wel verklaarbaar, want de vlakte - Racetrack Playa (racebaan op de drooggevallen meerbodem) - is moeilijk bereikbaar: vanuit Death Valley heb je op z’n minst een stevige 4-wheel-drive auto nodig om er te kunnen komen. Bezoek is dan ook relatief schaars. Deze zomer is er echter weer een onderzoek gestart. Eerdere theorieën over het glijden (activiteit van dieren of mensen, aardbevingen, zwaartekracht) zijn namelijk allemaal onhoudbaar gebleken.


Het gaat om gewone stenen: hier een brok
dolomiet.


De stenen kunnen groot zijn; dit exemplaar is
ca. 25 cm
(foto Maggie McAdam).


Ook tijdens dit onderzoek werd geen beweging van de stenen waargenomen, hoewel sommige stenen zich met zo’n grote snelheid moeten hebben voortbewogen dat ze zich aan het eind van hun spoor in de grond hebben geploegd. Het gebrek aan waarnemingen kan niet komen doordat de stenen alleen ‘s nachts hebben bewogen, want de positie van de stenen werd gedurende het onderzoek nauwkeurig aangegeven, en de sporen werden in detail gefotografeerd en gedocumenteerd. Kennelijk gaat het dus bij het bewegen om een proces dat slechts zelden plaatsvindt. Maar ook weer niet extreem zelden: een andere onderzoeksgroep had drie maanden eerder sommige van de toen bestaande sporen met pinnen gemerkt. Zo kon worden vastgesteld dat sommige stenen in de drie afgelopen manden opnieuw gegleden hadden.


De meeste sporen blijken bij meting iets
opwaarts te lopen ...
(foto Leva McIntire).


Aan het eind van het spoor lijken de stenen
zich soms in de grond te hebben ingeploegd
(foto Cynthia Cheung).


De meest ‘exotische’ mogelijkheden (aardmagnetisische invloed, straling) werden daarom via metingen onderzocht, maar boden geen verklaring. Een steen op een verhoging begon evenmin te glijden. Wind van minder dan 250 km/uur kan zelfs op een beijsde bodem geen stenen van meer dan 300 kg verplaatsen, en zulke windsnelheden zijn daar nooit waargenomen.


De positie van een steen wordt nauwkeurig
aangegeven
(foto Leva McIntire)


De sporen worden geheel in kaart gebracht
(foto Mindy Krzykowski).


De onderzoekers vermoeden nu dat zich bij vorst ‘s nachts een ijsmassa rondom de onderkant van de stenen kan ontwikkelen. Die ‘ijskraag’ blijft bewaard als het overdag weer dooit, en de grond vol plassen komt te staan. De ‘ijskraag’ zou genoeg zijn om de stenen in zo’n plas te laten drijven, waarbij ze door de wind worden voortgeblazen. In het water smelt de ijskraag langzaam af, waardoor de steen dieper en dieper in het water komt te liggen, tot ze de grond raken en zo een spoor achterlaten.


Een van de sporen wordt in detail fotografisch vastgelegd
(foto Maggie McAdam).

.

Referenties:
  • Zubritsky, Z., 2010. The mysterious roving rocks of Racetrack Playa. NASA News 2010-08-11.

Foto’s: NASA/Goddart Space Flight Center


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl