NGV-Geonieuws 171 artikel 1069

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


September 2010, jaargang 12 nr. 6 artikel 1069

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 171! Op de huidige pagina is alleen artikel 1069 te lezen.

<< Vorig artikel: 1068 | Volgend artikel: 1070 >>

1069 Schrikvogel vocht als Mohammed Ali
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De schrikvogels (Phorusrhacidae), die tussen 60-2 miljoen jaar geleden leefden in Zuid-Amerika en die koppen zo groot hadden als een paardenhoofd (zie Geonieuws 746), werden door diverse geslachten (met in totaal 18 bekende soorten) vertegenwoordigd. Ze konden volgens de huidige inzichten niet vliegen, maar waren op de grond angstaanjagende rovers. Een van de soorten was Adalgalornis steulleti, die een vechtstijl lijkt te hebben gehanteerd die in veel opzichten doet denken aan die van de vroegere wereldkampioen boksen in het zwaargewicht, Mohammed Ali (Cassius Clay).

Met zijn enorme omvang (ca. 1,4 m hoog en 40 kg zwaar) stak Adalgalornis ver boven de meeste van zijn prooidieren uit. Daardoor kon hij ze met zijn zeer grote, havikachtige snavel van ca. 37 cm lengte van boven aanvallen. Dankzij zijn enorme, zeer stevige schedel kon hij daarbij grote kracht uitoefenen. Hij viel aan door zijn snavel als een bijl op zijn prooi te laten neerkomen, aanvallend zodra hij daartoe de kans zag, en zich dan weer even terugtrekkend om een nieuw moment af te wachten waarop hij kon toeslaan.


De fossiele schedel van Adalgalornis steulleti,
vergeleken met de schedel van de steenarend
(Aquila chrysaetos).


Andalgalornis bij een aanval op zijn prooi
(illustratie Marcos Cenizo).


De schrikvogels hebben geen nauwe verwanten meer onder de nu levende vogelsoorten. Daardoor is hun leefwijze tot nu toe vrijwel onbekend gebleven. Door de fossiele schedel van een exemplaar van A. steulleti te scannen (om zo de inwendige opbouw te bepalen) en de gegevens daarvan te evalueren met moderne ingenieurstechnieken, konden onderzoekers nu de vorm, functie en jachtmethode van deze vogel ontrafelen. Het was de meest uitgebreide biomechanische analyse van een schrikvogel die ooit is uitgevoerd. Deze studie was in de eerste plaats opgezet om de rol te bepalen die de schrikvogels in het ecosysteem van destijds speelden. In het geval van A. steulleti is dat ongeveer 6 miljoen jaar geleden.

Uit de scans bleek dat deze schrikvogel, in afwijking van alle moderne vogels, een extreem onbuigzame schedel had. Normaal zijn vogelschedels behoorlijk flexibel, met veel bewegingsvrijheid tussen de afzonderlijke schedelbeenderen. Dit resulteert in een relatief lichte constructie, die op zijn beurt het vliegen bevordert. De mobiele elementen bleken bij Andalgalornis echter juist rigide zones te vormen. Merkwaardig genoeg was de ontzagwekkende snavel echter juist gedeeltelijk hol.

Op basis van de scans kon een gedetailleerd 3-D computer model van de schedel worden gemaakt. Dat vergeleken de onderzoekers met soortgelijke modellen van de arend en een seriema (een kraanvogelachtige, de nauwste – hoewel zeer verre - levende verwant van de schrikvogels). Op basis hiervan werd met een zogeheten eindige-elementenanalyse de biomechanica vergeleken van een neerwaarts gerichte beet, het terugtrekken van de nek, en het schudden van de kop; deze handelingen vertegenwoordigen respectievelijk een poging de prooi dood te bijten, het aan stukken scheuren van de prooi, en het heen en weer schudden van een nog spartelende prooi. Met deze analyse kon worden vastgesteld waar en wanneer grote krachten op delen van de schedel en snavel werden uitgeoefend.

De schedel bleek, hoewel verticaal zeer sterk, van zijkant tot zijkant namelijk veel minder sterk. Daardoor liep de vogel gevaar zijn snavel te breken als hij te heftig met een spartelende prooi vocht. Hij moet daarom steeds, net als Mohammed Ali, korte aanvallen hebben geplaatst om zijn prooi op die manier te verwonden en te verzwakken. Als de prooi eenmaal gedood was, kon Andalgalornis zijn stevige nek krachtig recht achterover trekken terwijl hij de prooi met zijn snavel vasthield. Zo werd de prooi in stukken gereten.




Computerreconstructie van de
schedel in linker zijaanzicht.


Computerreconstructie van de schedel in
vooraanzicht.


Referenties:
  • Degrange, F.J., Tambussi, C.P., Moreno, K., Witmer, L.M. & Wroe, S., 2010. Mechanical analysis of feeding behavior in the extinct “Terror Bird” Andalgalornis steulleti (Gruiformes: Phorusrhacidae). PLoS ONE 5 (8), e11856, doi:10.1371/journal.pone.0011856

Illustraties: National Science Foundation, Washington (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl