NGV-Geonieuws 171 artikel 1070

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


September 2010, jaargang 12 nr. 6 artikel 1070

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 171! Op de huidige pagina is alleen artikel 1070 te lezen.

<< Vorig artikel: 1069 | Volgend artikel: 1071 >>

1070 Slachtoffers van Vesuvius in Pompeii stierven door hoge temperatuur
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Archeologie ! Klik hier voor alle artikelen over Vulkanologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Toen de door vulkanische as bedolven Romeinse stad Pompeii aan de voet van de Vesuvius in 1599 weer (voor een stukje) werd blootgelegd, begonnen direct speculaties over de vraag waarom de inwoners niet waren gevlucht bij het begin van de uitbarsting. Zelfs bij een heftige uitbarsting zoals die van 24 augustus van het jaar 79 n.Chr. duurt het immers geruime tijd voordat er een dikke aslaag is gevormd. De bewoners waren kennelijk verrast, getuige de talrijke holtes die naderhand in de as werden ontdekt, en die bij bestudering (onder meer aan de hand van gipsafgietsels, bleken te zijn gevormd rondom de lichamen van mensen (en dieren). Hoewel sommige afgietsels mensen tonen die in wanhoop hun armen uitstrekten, wijst de houding van de meeste lichamen erop dat de mensen volledig verrast waren en stierven voordat ze er erg in hadden.


Computersimulatie van de verspreiding en overdruk van een gloedwolk
zoals die Pompeii trof. Bij het begin is de snelheid 50-100 m/s,
de hoogte (dikte) 30-130 m, en de dichheid 2-50 kg/m3.


Karakteristieke lichaamshoudingen
van de slachtoffers in Pompeii.


Slachtoffers uit Pompeii en Oplontis van de gloedwolk.


Aanvankelijk werd aangenomen dat de mensen in Pompeii (net als in de ook getroffen plaats Oplontis) waren omgekomen door het inademen van giftige of anderszins verstikkende gassen. Die hypothese was in hoge mate gestoeld op de beschrijving van een getuige van de ramp: de later beroemde maar toen pas 17-jarige Romeinse schrijver Plinius de Jongere (hij beschreef de ramp overigens pas 25 jaar later). Hij zag de twee dagen durende uitbarsting van de andere kant van de Golf van Napels, en beweerde dat zijn oom in Pompeii was omgekomen in een wolk van as en gassen die hem de adem hadden ontnomen. De mensen zouden volgens deze theorie door de gifgassen zijn verrast voordat ze konden ontkomen.

Pas enkele jaren geleden werd vastgesteld (zie Geonieuws 377) dat er niet alleen sprake was geweest van lavastromen (die overigens niet bijdroegen aan de ondergang van Pompeii, maar die wel Herculaneum bedolven) en heftige asregens, maar dat er ook modderstromen waren opgetreden. Uit het recente nieuws over modderstromen in China en India weet iedereen nu maar al te goed dat die met grote snelheid kunnen voortbewegen, en dat ze vaak zo breed zijn dat er geen ontkomen aan is. Dat leek op zijn minst voor sommige van de slachtoffers in Pompeii en Oplontis een goede verklaring te bieden.

Nu zijn er goede aanwijzingen dat een geheel ander - uit de vulkanologie overigens goed bekend - verschijnsel mede een rol moet hebben gespeeld. Het gaat daarbij om een zogeheten gloedwolk. Dat is een massa van zeer hete gassen die net door de vulkaan zijn uitgestoten, vermengd met zeer fijne asdeeltjes. Een dergelijke gloedwolk kan, omdat het onderste deel functioneert als een luchtkussen, met ontzagwekkende snelheid van een vulkaanhelling afrazen. Dat is volgens het nieuwe onderzoek gebeurd. Pompeii lag op de weg van deze gloedwolk. De mensen in Pompeii kwamen volgens dit onderzoek niet om vanwege de giftigheid van de gassen, en evenmin door gebrek aan adem (al kan dat mede een rol hebben gespeeld). Hun lichamen waren gewoonweg niet bestand tegen de extreem hoge temperatuur van de gloedwolk.

Ze komen tot deze conclusie op basis van onderzoek van ongeveer honderd skeletten waarvan ze de karakteristieken onderzochten, in combinatie met een simulatie van de zes uitbarstingen van de Vesuvius waarbij grote gaspluimen (en dus mogelijk ook gloedwolken) ontstonden. Bij het onderzoek van de skeletten bleek dat de kleur en microstructuur daarvan precies overeenkwamen met die van menselijke en dierlijke botten die ze in experimenten aan hoge temperaturen blootstelden, zodra die temperatuur was opgelopen tot 250-300 °C. Op basis van de simulaties zouden de inwoners van Pompeii het leven hebben verloren door de gloedwolk van de vierde uitbarsting.

Deze nieuwe aanwijzingen in de richting van een gloedwolk bij de ramp van Pompeii zijn van groot belang voor de recente situatie rondom de Vesuvius. Pompeii lag ca. 10 km van de Vesuvius af. Dat betekent dat Napels, dat ook op ca. 10 km afstand ligt, ook door een dergelijke gloedwolk zou kunnen worden getroffen. Echter, met een gloedwolk is geen rekening gehouden bij het opstellen van een rampenplan voor een eventuele uitbarsting. Het rampenplan gaat ervan uit dat de mensen uit een zone van zo’n 8 km rondom de vulkaan geëvacueerd zouden moeten worden en dat zou kunnen betekenen dat de 3 miljoen Napolitanen een nog nauwelijks onderkend gevaar lopen. Dat is des te erger omdat de uitbarstingen van de Vesuvius een ritme kennen van ruwweg 2000 jaar (zie Geonieuws 661).

Referenties:
  • Mastrolorenzo, G., Petrone, P., Pappalardo, L. & Guarino, F.M., 2010. Lethal thermal impact at periphery of pyroclastic surges: evidences at Pompeii. PLoS ONE 5 (6), e11127, doi:10.1371/journal.pone.0011127.

Foto’s uit het aangehaalde artikel.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl