NGV-Geonieuws 171 artikel 1072

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


September 2010, jaargang 12 nr. 6 artikel 1072

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 171! Op de huidige pagina is alleen artikel 1072 te lezen.

<< Vorig artikel: 1071 | Volgend artikel: 1073 >>

1072 Aardbeving leidde tot aardbevingen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Geofysica ! Klik hier voor alle artikelen over Oceanografie ! Klik hier voor alle artikelen over Structurele geologie, (Plaat)tektoniek & Aardbevingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Op 29 september vorig jaar trad een aardbeving op met een kracht van 8,1 in de Stille Oceaan. Een van de gevolgen was een tsoenami (met golfhoogtes van plaatselijk zo’n 17m), die 149 slachtoffers maakte op Samoa, 34 op Amerikaans Samoa en 9 op Niuatoputapa, een van de noordelijke eilanden van Tonga. Nadere bestudering van de seismogrammen die de aardbeving hebben geregistreerd wijzen nu op een bijzonder verschijnsel: het ging niet om één aardbeving, maar om drie. De twee iets latere aardbevingen hadden beide een kracht van 7,8 en hun epicentrum lag niet ver af van het epicentrum van de eerste aardbeving (zie het kaartje, waarop de epicentra met een sterretje zijn aangegeven). De drie bevingen vonden alle op 14-18 km diepte plaats. De oorspronkelijke beving duurde 60 seconden; de tweede begon 49-89 seconden na het begin van de eerste beving, de derde na 90-130 seconden.


Kaart van het aardbevingsgebied met locaties
(sterren) van de epicentra. De grenzen tussen
de lithosfeerschollen zijn met stippellijnen aangegeven
(illustratie Keith Koper, University of Utah).


De uitbreiding van de tsoenami in de uren na de bevingen
(illustratie National Oceanic and Atmospheric Administration).

Dat zich enkele aardschokken kort na elkaar voordoen, is niet uitzonderlijk; het gaat daarbij dan om een ‘hoofdschok’ en een of meer naschokken. Dat was hier echter niet het geval: het ging om afzonderlijke aardbevingen. Toch waren de drie bevingen wel aan elkaar gerelateerd: de laatste twee moeten een gevolg zijn geweest van de eerste. Ook een dergelijk verband is niet onbekend, maar in dit geval was het verband juist omgekeerd van eerdere situaties. Wat wel vaker voorkomt is namelijk dat een aardbeving optreedt onder een trog waar de ene lithosfeerschol als gevolg van continentverschuiving wegduikt onder een andere schol, waarna de daarbij optredende krachten kunnen leiden tot nieuwe aardbevingen elders in de wegduikende schol. Bij de bevingen van 29 september 2009 trad echter juist de eerste (en grootste) aardbeving op op een plaats waarvan het epicentrum ver van de subductiezone was verwijderd, terwijl de twee volgende (ook grote maar toch iets minder zware) schokken optraden op plaatsen waarvan de epicentra in de subductiezone lagen.

Deze uitzonderlijke gebeurtenis kon worden gereconstrueerd doordat het seismogram, waarin de trillingen van de drie bevingen uiteraard op elkaar gesuperponeerd zijn, een aantal verschijnselen vertoonde die niet met één aardbeving konden worden verklaard. Evenmin kon het patroon van de tsoenami worden verklaard op basis van één beving. Om deze onduidelijkheden te kunnen verklaren, werd het seismogram maandenlang bestudeerd. Daarbij bleek ook dat de talrijke veel kleinere naschokken niet optraden op de plaats van de hoofdschok zelf, wat zeer ongewoon is. Het idee van diverse afzonderlijkje schokken op verschillende plaatsen, kort na elkaar, werd gelanceerd op een wetenschappelijke bijeenkomst in december. Met die theorie in het achterhoofd werden de seismogrammen opnieuw bekeken, waarbij het modelleren van de golven een passende oplossing bleek te bieden als er drie bevingen hadden plaatsgevonden.

Ook is duidelijk geworden dat de eerste beving optrad toen een deel van de Pacifische schol afbrak bij het wegduiken onder de Tongaschol. Dat moet een gevolg zijn geweest van een te scherpe ombuiging van de wegduikende schol, niet van de wrijving met de bovenliggende schol. Er zijn drie eerdere gevallen bekend waarbij een dergelijk afbreken een grote aardbeving veroorzaakte: in 1933 bij Sanriku (Japan), in 1977 bij Soemba, en in 2007 bij de Koerillen.





Onderzoeker Keith Koper bij het seismogram
(foto Remi Barron, University of Utah).


Schade op Amerikaans Samoa na de tsoenami
(foto Flickr).


Referenties:
  • Lay, T., Ammon, Ch.J., Kanamori, H., Rivera, L., Koper, K.D. & Hutko , A.R., 2010. The 2009 Samoa–Tonga great earthquake triggered doublet. Nature 466, p. 964-968.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl