NGV-Geonieuws 171 artikel 1079

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


September 2010, jaargang 12 nr. 6 artikel 1079

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 171! Op de huidige pagina is alleen artikel 1079 te lezen.

<< Vorig artikel: 1078 | Volgend artikel: 1080 >>

1079 Holenbeer was te afhankelijk van zijn grot
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Ongeveer 24.000 jaar geleden stierf de holenbeer (Ursus spelaeus) bijna in heel Europa in korte tijd uit. Over de reden daarvoor is al vrij veel gefilosofeerd, maar geen van de hypotheses stoelt op harde bewijzen, al zijn er voor bepaalde ontwikkelingen wel aanwijzingen. Een van de hypotheses is dat de toenmalige verandering van het klimaat een rol speelde, want de laatste ijstijd begon toen nog aanzienlijk kouder te worden. Daarvan getuigt de ijsuitbreiding over Europa gedurende dit zogeheten Late Glacial Maximum, dat omstreeks 20.000-18.000 jaar geleden zijn maximum bereikte.

Analyse van het mitochondriaal DNA van 17 recentelijk gevonden botten van Europese holenberen, en vergelijking daarvan met dezelfde DNA sequenties van de moderne bruine beer (Ursus arctos) geeft echter aan dat de ‘aftakeling’ van de holenbeer al ongeveer 50.000 jaar geleden startte. Dat is veel eerder dan tot nu toe werd gedacht, en er vond destijds geen opvallende verandering van het klimaat plaats. Dat betekent dat de ‘aftakeling’ niet in gang werd gezet door het klimaat.

Een andere hypothese is dat de holenbeer verdween doordat onze voorouders zoveel op de holenbeer hebben gejaagd, dat die daardoor vrijwel overal in Europa uitstierf. Die hypothese is niet echt waarschijnlijk, want de holenbeer was zeer groot en uiterst gevaarlijk. Voor de primitieve mens lagen daarom andere prooidieren veel meer voor de hand, en er zijn geen archeologische aanwijzingen (bijv. in de vorm van concentraties van botten van holenberen in vroegere nederzettingen) dat de holenbeer behoorde tot het gebruikelijke voedsel. Toch is opvallend dat de ‘aftakeling’ van de holenbeer 50.000 jaar geleden begon op een moment dat ook de prehistorische mens zich sterk uitbreidde en dus ook zijn jachtgebied uitbreidde. Maar radiometrische dateringen van holenberen geven aan dat tot 35.000 jaar geleden nog volop holenberen in centraal Europa voorkwamen en pas daarna in aantal begonnen af te nemen.


De holenbeer was aanzienlijk groter
dan de mens
(tekening Rock Creek).


Skelet van een holenbeer
(White Pine Public Museum Ely,
Nevada).


Schedel van een holenbeer gevonden in de Eiros-Grot
(Triacastela, Lugo, Spanje)
(foto Aurora Grandal D’Anglade).

Die afname zou, eerder dan als gevolg van jacht, een gevolg kunnen zijn geweest van de strijd om een ‘thuis’. Zowel de prehistorische mens als de holenbeer woonde, waar mogelijk, in grotten. Dat was voor de holenbeer lange tijd geen probleem, zoals blijkt uit de vele skeletten die in grotten zijn aangetroffen. Die skeletten moeten afkomstig zijn van holenberen die hun winterslaap in de grot niet overleefden. Zo stapelden zich in sommige grotten steeds grotere hoeveelheden botten van holenberen op. Doordat de mens kennelijk steeds meer grotten in gebruik nam, werden de holenberen echter gedwongen een ander heenkomen te zoeken.

Een en ander valt op te maken uit de analyses van mitochondriaal DNA afkomstig van beren uit zulke grotten in Siberië, de Oekraïne, centraal Europa en Spanje. De onderzoekers analyseerden materiaal van 59 holenberen die leefden tussen 60.000 en 24.000 jaar geleden, en van 40 bruine beren die leefden tussen 80.000 jaar geleden en nu. Uit deze analyse blijkt dat de klimaatverandering van het Laat-Glaciale Maximum net dat zetje gaf dat omstreeks 24.000 jaar geleden bijna overal in Europa de doodssteek betekende voor de toch al afgetakelde holenbeer. Dat kwam niet alleen omdat de toen optredende verarming van het ecosysteem leidde tot minder voedsel, maar vooral omdat de holenbeer geen geschikte plaats meer had om te overwinteren. De bruine beer, die nauwelijks van grotten gebruik maakte (ze hebben maar weinig botten in grotten achtergelaten) en aan lage temperaturen buiten gewend was, had daarvan vrijwel geen last en overleefde die zeer koude periode.

Referenties:
  • Stiller, M.E., Baryshnikov, G., Bocherens, H., Grandal D’Anglade, A., Hilpert, B., Muenzel, S.C., Pinhasi, R., Rabeder, G., Rosendahl, W., Trinkaus, E., Hofreiter, M. & Knapp, M., 2010. Withering away - 25,000 years of genetic decline preceded cave bear extinction. Molecular Biology and Evolution 27, p. 975-978.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl