NGV-Geonieuws 171 artikel 1081

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


September 2010, jaargang 12 nr. 6 artikel 1081

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 171! Op de huidige pagina is alleen artikel 1081 te lezen.

<< Vorig artikel: 1080 | Volgend artikel: 1082 >>

1081 Een tropische fauna in het hoge noorden
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Door continentverschuiving zijn gebieden in de loop der tijd vaak in andere klimaatzones terecht gekomen. Zo danken we de Nederlandse steenkool (en daarmee ook ons aardgas) aan een tropisch klimaat tijdens het Carboon. Maar het blijft natuurlijk toch vreemd om fossielen van een tropische fauna te vinden in gebieden ver boven de poolcirkel. Nog vreemder is het als de desbetreffende tropische dieren niet in de tropen leefden, maar niet ver van hun huidige koude positie.

Toch is dat goed verklaarbaar. De fossielen, van onder andere reusachtige land- en waterschildpadden, grote slangen, tapirs, nijlpaard- en neushoornachtigen en alligators, zijn aangetroffen op Ellesmere Island, een enorm eiland in het verre noorden van Canada. Deze dieren leefden daar destijds ook boven de poolcirkel en hadden, net als de huidige (schaarse) fauna, te maken met een winter van zes maanden die grotendeels van zonlicht verstoken was.


Veldwerk in het hoge noorden op Ellesmere Island.


De tronken van een Eoceen bos op Ellesmere Island
(foto Jaelyn Eberle).


De ouderdom van de fossielen is iets meer dan 50 miljoen jaar, en dat maakt veel duidelijk: het was de tijd van het Paleocene/Eocene Thermisch Maximum (zie ook Geonieuws 1080), toen de temperatuur wereldwijd vele graden hoger was dan nu. Dat het toen ook warm was op Ellesmere Island konden de onderzoekers vaststellen met behulp van zuurstofisotopen in het mineraal apatiet. Apatiet komt voor in de botten en het glazuur van de tanden van zoogdieren en reptielen, en de graten van vissen. Met geavanceerde technieken konden ze zo niet alleen een gemiddelde jaartemperatuur vaststellen, maar ook de temperatuur van de koudste maand. Het jaargemiddelde bleek 19-20 0C te bedragen (vroegere schattingen leverden temperaturen op die varieerden van 4 0C ‘s winters tot 20 0C ‘s zomers), de koudste maand kende een temperatuur van net boven het vriespunt (0-3,5 0C). Waarschijnlijk vroor het nooit op Ellesmere Island gedurende het Vroeg-Eoceen. Deze verschillende waarden konden worden gevonden doordat bijv. het tandglazuur van de nijlpaardachtige Coryphodon voortdurend aangroeit, waardoor het als het ware vastlegt hoe de temperatuur van het drinkwater gemiddeld in het zomerseizoen was en wat de temperatuur in de winter was. Bij andere dieren, zoals de waterschildpadden, groeide het glazuur alleen ‘s zomers aan.

Blijkbaar konden de Eocene alligators wat lagere wintertemperaturen doorstaan dan hun huidige nazaten. Overigens kunnen de laatste ook korte vorstperioden overleven. De grote landschildpadden van nu, zoals die leven op bijv. de Galapagos Eilanden, kunnen echter geen wintertemperaturen aan van minder dan zo’n 10 0C. Hun Eocene voorgangers waren dus beter ‘winterproof’.

De diverse fossielen (er werd ook een fossiel bos aangetroffen) geven aan dat het gebied in het Eoceen grotendeels een moerasachtig bos van voornamelijk cypressen was. Nu behoort het tot de koudste en droogste gebieden op aarde, waar de temperatuur varieert van -38 0C ‘s winters tot 8 0C ‘s zomers.


De tand van een Eoceen nijlpaardachtig
zoogdier (Coryphodon sp.)
(foto Jaelin Eberle).


Onderzoekleidster Jaelyn Eberle.


Referenties:
  • Eberle, J.J., Fricke, H.C., Humphrey, J.D., Hackett, L., Newbrey, M.G. & HutchisonJ.H., 2010. Seasonal variability in Arctic temperatures during early Eocene time. Earth and Planetary Science Letters 296, p. 481-486.

Foto’s: Universiteit van Colorado.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl