NGV-Geonieuws 171 artikel 1083

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


September 2010, jaargang 12 nr. 6 artikel 1083

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 171! Op de huidige pagina is alleen artikel 1083 te lezen.

<< Vorig artikel: 1082 | Volgend artikel: 1084 >>

1083 Zee-ijs rond Anarctica groeit, maar hoe lang nog?
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Het is in het debat over de al dan niet wereldwijd stijgende temperatuur altijd een raadsel geweest hoe de ijsmassa’s in de twee poolgebieden zich zo verschillend konden gedragen. Die verschillen blijken uit satellietopnames: terwijl de (gemiddelde) omvang van het zee-ijs in de Noordelijke IJszee gedurende de afgelopen 30 jaar geringer werd, nam in dezelfde periode de omvang van het zee-ijs rond Antarctica juist toe.


Zee-ijs rondom Antarctica
(foto NASA).


IJsbreker temidden van ijsschollen bij Antarctica
(foto Mr. Marlow).


Een combinatie van klimaatmodellen en metingen van de temperatuur van het zee-ijs en de hoeveelheid neerslag in de periode 1950-2009 lijkt dit nu te kunnen verklaren. De metingen tonen dat de opwarming van het oppervlaktewater in de oceanen gedurende de 20e eeuw leidde tot een sterk verhoogde neerslag in de hoge atmosfeer boven Antarctica; die neerslag viel daar in de vorm van sneeuw (die na verloop van tijd onder invloed van het gewicht van bovenliggende sneeuwlagen overgaat in ijs). De neervallende sneeuw zorgde in wezen voor de aanvoer van zoet water, waardoor het zoutgehalte in de oppervlaktewateren rondom Antarctica afnam. Daardoor verminderde de massa ervan (het soortelijk gewicht), zodat dit minder zoute water een stabiele laag aan het wateroppervlak ging vormen. Dat verhinderde de opwelling van (warmer) dieptewater, waardoor minder zee-ijs kon smelten.

Dat was een grotendeels natuurlijk proces in de 20e eeuw, maar de onderzoekers betwijfelen of dat ook in deze eeuw zo kan blijven doorgaan. Als het waar is dat de mens zorgt voor verdergaande opwarming, dan zal het zee-ijs ook rond Antarctica immers sneller smelten. Ook zal dan meer neerslag bij Antarctica kunnen gaan vallen in de vorm van regen, wat ook zal bijdragen tot versneld smelen van het zee-ijs. En dan treedt het zelfversterkende proces in werking: minder zee-ijs betekent een donkerder oppervlak, dus meer absorptie van zonnewarmte (en minder terugkaatsing van zonne-energie), met als gevolg nog sneller afsmelten van het ijs, etc.

De onderzoekers menen dat het omslagpunt van aangroei van het zee-ijs rond Antarctica naar netto smelten ervan nabij is. Hoe nabij, durven ze niet te zeggen, maar ze menen dat het nog deze eeuw zal zijn. Als er daadwerkelijk zo’n omslag zou komen, zou dat grote gevolgen kunnen hebben voor het Antarctische mariene ecosysteem. Bij gebrek aan voldoende ijs zouden de pinguïns bijvoorbeeld kunnen verdwijnen. Ook zou het circulatiepatroon van de zeestromen drastisch kunnen veranderen, juist omdat de oceanen rond Antarctica nu het koudste water van de aarde bevatten.

Bij een en ander moet natuurlijk worden aangetekend dat de metingen vooralsnog op aangroei van het zee-ijs rond Antarctica wijzen, en dat het (opnieuw) modellen zijn die een omslag aangeven, op basis van een veronderstelde voortgaande opwarming van de aarde. Het artikel heeft ook verder inmiddels tot enkele kanttekeningen van klimaatonderzoekers geleid. Zo wijst Kevin Trenberth van het National Center for Atmospheric Research in Boulder (in de Amerikaanse staat Colorado) erop dat in het model geen rekening is gehouden met de rol die het ‘ozongat’ in de atmosfeer boven de poolgebieden (maar vooral boven Antarctica) speelt. Het ozongat leidt tot meer bewolking gedurende de zomer, en die bewolking schermt de aarde tegen een deel van de zonnestraling af. Nu het ozongat geringer wordt, zal de bewolking ‘s zomers afnemen, waardoor Antarctica nog sneller zal opwarmen dan het nu gepresenteerde model aangeeft. Misschien moeten we dus weer spuitbussen met fluor-chloor-koolwaterstoffen (cfk’s) gaan gebruiken om verdere opwarming van de aarde tegen te gaan ...




IJsbeer tussen zee-ijs in de Noordelijke IJszee.


Binnenkort geen plaats meer voor pinguïns?


Referenties:
  • Liu, J. & Curry, J.A., 2010. Accelerated warming of the Southern Ocean and its impacts on the hydrological cycle and sea ice. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America 107, p. 14987-14992.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl