NGV-Geonieuws 172 artikel 1088

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Oktober 2010, jaargang 12 nr. 7 artikel 1088

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 172! Op de huidige pagina is alleen artikel 1088 te lezen.

<< Vorig artikel: 1087 | Volgend artikel: 1089 >>

1088 Fossielen uit Burgess Shale hebben evenknie
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De mid-cambrische Burgess Shales in Canada is bij paleontologen wereldberoemd sinds in het Yoho National Park in 1909 fossielen in deze afzettingen werden ontdekt die buitengewoon goed bewaard zijn gebleven, ook wat betreft weke delen (veel van de fossielen hebben zelfs helemaal geen in- of uitwendig skelet gehad). De fossielen, die een goede indruk geven van de explosie van leven die in het Cambrium plaatsvond, werden ontdekt aan de zuidwestelijke kant van een rug, op een relatief kleine en moeilijk bereikbare plaats.

Nu blijkt dat in 2008, op slechts 40 km van de vindplaats in de Burgess Shale, een soortgelijke fauna is ontdekt in de Stephen Formatie, die een ondiepe mariene afzetting vertegenwoordig. Deze formatie is in ouderdom (505 miljoen jaar) vergelijkbaar met de Burgess Shale. De vindplaats, op een steile helling vlak bij de Stanley gletsjer in het Kootenay National Park, is ook bepaald niet gemakkelijk bereikbaar (het team moest gebruik maken van een helicopter), maar ligt in een relatief dunne laag die vrijwel overal in het zuidelijke deel van de Canadese Rocky Mountain voorkomt, maar nog nauwelijks op fossielen is onderzocht. Dat opent dus goede perspectieven, want alleen al van de nu beschreven vindplaats zijn zo’n 1000-2000 fossielen verzameld (merendeels geleedpotigen en wormen), met nu al acht nieuwe soorten (van organismen zonder harde delen). Inmiddels zijn er ook al fossielen verzameld in drie andere vindplaatsen in de Stephen Formatie.


De garnaalachtige arthropode Stanleycaris
hirpex
n. gen., n. sp.


Vrijwel compleet exemplaar van
de spons Diagoniella cyathiformis.


Een van die acht nieuwe soorten is Stanleycaris hirpex, die een van de grootste roofdieren van zijn tijd moet zijn geweest. Dit dier was meer dan een meter groot en het had grote klauwen om zijn prooi te grijpen. Dat zal niet al te moeilijk zijn geweest, want vrijwel alle andere organismen waren slechts enkele tot ca. 20 cm groot. Kleine details van de diverse organismen (zoals ogen en kieuwen) zijn in veel gevallen prachtig gefossiliseerd, en kunnen dus veel informatie opleveren over de ontwikkeling van de complexe levensvormen die in het Cambrium ontstonden.


Het raadselachtige, molluskachtige fossiel
Haplofrentis carinatus.


De Stanley Gletsjer in het Kootenay National Park,
vlakbij de vindplaats.


De ontdekking van de fossielen in de Stephen Formatie maakt het nodig om enkele eerdere opvattingen te herzien. De fossielen uit de Burgess Shale werden namelijk gevonden op een plaats die vroeger - in een tropische zee -aan de voet van een klif moet hebben gelegen. Aangenomen werd dat de laag waarin de fossielen werden gevonden was gevormd door modderstromen vanaf de steile kliffen. Dat zou ook de goede preservatie van de fossielen verklaren; de zachte modder zou zowel bescherming bieden tegen verpulvering en samen persing en tegen verrotting van de weke bestanddelen. Bij de vindplaatsen in de Stephen Formatie is echter geen sprake van nabije steilwanden, dus kan een klif noch voor het leefmilieu noch voor de preservatie van doorslaggevend belang zijn geweest.


Onderzoeksleider Jean-Bernard Caron
verzamelt materiaal voor het onderzoek.


Transport vond grotendeels plaats
per helicopter.


Het is nog niet volledig duidelijk of de in de Stephen Formatie gevonden fossielen ter plaatse hebben geleefd (op een uitgestrekte modderige ondiepe zeebodem), of dat ze - over een langere of kortere afstand - naar hun vindplaats zijn getransporteerd. Er zijn echter structuren gevonden die op kruipsporen wijzen, wat zou betekenen dat er in ieder geval levende organismen actief zijn geweest.

Referenties:
  • Caron, J.-B., Gaines, R.R., Gabriela Mángano, M., Streng, M. & Daley, A.C., 2010. A new Burgess ShaleBtype assemblage from the "thin" Stephen Formation of the southern Canadian Rockies. Geology 38, p. 811-814.

Foto's welwillend ter beschikking gesteld door Jean-Bernard Caron, Department of Natural History - Palaeobiology, Royal Ontario Museum, Toronto, Ontario (Canada).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl