NGV-Geonieuws 172 artikel 1090

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Oktober 2010, jaargang 12 nr. 7 artikel 1090

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 172! Op de huidige pagina is alleen artikel 1090 te lezen.

<< Vorig artikel: 1089 | Volgend artikel: 1091 >>

1090 Ordovicische atmosfeer was niet extreem rijk aan CO2
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over het Milieu ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Gedurende het Laat-Ordovicium (460-445 miljoen jaar geleden) was de atmosferische CO2-concentratie veel lager dan tot nu toe werd aangenomen. Het lijkt er nu op dat de klimaatgordels gedurende het Laat-Ordovicium veel gelijkenis vertoonden met de huidige.

Juist voor het Ordovicium werd aangenomen dat er, vergeleken met nu, een extreem hoge atmosferische CO2-concentratie bestond. Die hoge concentratie, tot wel twintigmaal zo hoog als nu, was overigens al lange tijd ďverdachtĒ, omdat in het Laat-Ordovicium een periode met een of meerdere ijstijden is geweest met zeer lage temperaturen die een van de grootste massa-uitstervingen uit de aardgeschiedenis heeft veroorzaakt.


De Chitinozoa Armoricochitina nigerica
(ca. 0,3 mm groot) was een belangrijke
component van de poolfauna gedurende
de ijstijd van het Laat-Ordovicium


Graptolieten uit de tijd dat de
Laat-Ordovicische ijstijd plaatsvond


Om licht in deze duistere materie te brengen, heeft een internationale onderzoeksgroep proberen uit te zoeken hoe de diverse klimaatgordels op aarde waren gesitueerd tijdens het Laat-Ordovicium. Ze deden dat aan de hand van de verspreidingspatronen van chitinozoŽn, een groep nog steeds raadselachtige microfossielen die deel uitmaakten van het zoŲplankton (mogelijk waren chitinozoŽn de eikapsels van andere - intussen uitgestorven - organismen die deel uitmaakten van het zoŲplankton). Het huidige zoŲplankton bevat assemblages van soorten die duidelijk verschillen per klimaatgordel. De logische gedachte bij het onderzoek was uiteraard dat een soortgelijke relatie tussen klimaatgordel en zoŲplankton ook in het Laat-Ordovicium moet hebben bestaan.


Het Conway Kasteel in Gwynedd (Noord-Wales),
gebouwd op zandstenen uit de Laat-Ordovische
ijstijd.

Inderdaad leverden de Ordovicische chitinozoŽn het beeld op van aanvankelijk koude poolgebieden en warmere wateren op meer gematigde breedte. De positie van de diverse klimaatgordels veranderde duidelijk toen de temperatuur op aarde begon te dalen in de aanloop naar de Laat-Ordovicische ijstijd. Het patroon veranderde daarbij op dezelfde wijze als in het Pleistoceen als een interglaciale (warmere) tijd overging in een ijstijd. Het ging dus om een ďmodernĒ patroon, wat het uiterst onwaarschijnlijk maakt dat de atmosferische CO2-concentratie zo hoog was als tot nu toe algemeen werd aangenomen. Waarschijnlijk ging het tijdens de ijstijd overigens nog altijd om een concentratie die vijfmaal zo hoog was als voor het begin van de industriŽle revolutie. Dat de temperatuur ondanks de hoge CO2-concentratie zo laag was, moet waarschijnlijk worden toegeschreven aan het feit dat de zon in het verre verleden minder fel scheen dan nu, en dus minder zonnewarmte leverde.

Referenties:
  • Vandenbroucke, T.R.A., Armstrong, H.A., Williams, M., Paris, F., Zalasiewicz, J.A., Sabbe, K., Nolvak, J., Challands, T.J., Verniers, J. & Servais, T., 2010. Polar front shift and atmospheric CO2 during the glacial maximum of the Early Paleozoic Icehouse. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States, doi:10.1073/pnas.1003220107, 4 pp.

Fotoís welwillend ter beschikking gesteld door Thijs Vandenbroucke, GťosystŤmes, Universitť Lille 1, Villeneuve díAscq Cedex (Frankrijk).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl