NGV-Geonieuws 172 artikel 1093

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Oktober 2010, jaargang 12 nr. 7 artikel 1093

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 172! Op de huidige pagina is alleen artikel 1093 te lezen.

<< Vorig artikel: 1092 | Volgend artikel: 1094 >>

1093 En weer een vreemde dino ...
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Hoe merkwaardig sommige dinosauriërs ook zijn, er worden voortdurend restanten gevonden van nieuwe soorten die minstens zo vreemd zijn. Dat geldt ook voor de onlangs gevonden Concavenator corcovatus. Het gaat om een exemplaar van ca. 6 m lang, dat werd gevonden in 130 miljoen jaar oude gesteenten van de Calizas de La Huérguina Formatie op het Las Hoyas Plateau in Midden-Spanje (Barremien, Vroeg Krijt). De formatie is een rijke vindplaats van goed gepreserveerde fossielen, soms nog met herkenbare afdrukken van weke delen.


Het holotype van Concavenator corcovatus.

Het uiterlijk was op zichzelf al vreemd, want het bijna complete skelet toont een aantal sterk vergrote rugwervels die erop duiden dat het dier ofwel een enorme bult moet hebben gehad, ofwel (wat waarschijnlijker lijkt) een soort zeil. Het blijft natuurlijk gissen waarvoor een dergelijk zeil kan hebben gediend, maar het zou kunnen dat daarmee in zijaanzicht het beeld van een veel groter dier werd gewekt, waardoor mogelijke aanvallers zouden kunnen worden afgeschrikt. Ook wordt geopperd dat het zeil gediend zou kunnen hebben om zo de lichaamsoppervlakte te vergroten, waardoor een betere koeling mogelijk zou zijn geweest in het leefmilieu van Concavenator, dat vergelijkbaar moet zijn geweest met de Everglades in Florida. Indien het zou gaan om een bult, zou het mogelijk (net als bij kamelen en dromedarissen) om een vetvoorraad kunnen zijn geweest die het dier in staat zou hebben gesteld om perioden zonder voldoende voedsel te overleven.

Het is overigens niet de eerste keer dat er een dino met (mogelijk) een bult is gevonden. Al eerder werd een bult gereconstrueerd voor Becklespinax. Hoewel er diverse punten van overeenkomst zijn, zijn Concavenator en Becklespinax echter twee aparte soorten.

Voor specialisten is Concavenator echter vooral interessant vanwege rijen bobbels die op de ellepijpen zijn aangetroffen. Die tonen namelijk grote gelijkenis met vergelijkbare botten (bijv. bij kalkoenen) waarin de slagpennen van de vleugels zitten verankerd. Tot nu toe waren dergelijke, op veren wijzende, structuren alleen bekend van de veel latere Coelosauria, waartoe onder meer Tyrannosaurus rex en Velociraptor behoren. Concavenator behoort niet tot de Coelosauria maar tot de Allosauroidea, een groep waarbij nooit eerder aanwijzingen voor veren zijn gevonden.


Concavenator had een zeil of een bult op zijn
rug, en mogelijk slagpennen op zijn voorpoten
(tekening Raúl Martín).


Op de ellepijp van Concavenator (boven) zit een rij bobbels
die grote overeenkomst vertonen met die bij kalkoenen op de
plaats waar slagpennen verankerd.


Het lijkt niet erg waarschijnlijk dat veren zich, onafhankelijk van elkaar, in twee groepen dino’s hebben ontwikkeld. Het ligt daarom meer voor de hand om te veronderstellen dat de gezamenlijke voorouder van beide groepen, de Neotetanurae, al veren gehad heeft . Dino’s van deze groep leefden al in het Midden Jura ( 175-161 miljoen jaren geleden) en als deze veronderstelling correct is zou dat betekenen dat de eerste verschijning van vogelachtige dinosauriërs ver in de tijd wordt teruggebracht.

Referenties:
  • Ortega, F., Escaso, F. & Sanz, J.L., 2010. A bizarre, humped Carcharodontosauria (Theropoda) from the Lower Cretaceous of Spain. Nature 467, p. 203-206.

Figuren: Darren Naish.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl