NGV-Geonieuws 172 artikel 1095

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Oktober 2010, jaargang 12 nr. 7 artikel 1095

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 172! Op de huidige pagina is alleen artikel 1095 te lezen.

<< Vorig artikel: 1094 | Volgend artikel: 1096 >>

1095 Hoorns, hoorns en nog meer hoorns
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Naast de gewone uitgave van Geonieuws zou misschien wel een aparte uitgave gewijd kunnen worden aan de nieuwe literatuur over dinosauriërs. Het is ongelooflijk hoeveel merkwaardige soorten er steeds weer worden gevonden, en tot wat voor opvallende conclusies dat soms leidt. Zo zijn er onlangs drie nieuwe soorten ontdekt bij veldwerk in een van de Amerikaanse Nationale Parken, Grand Staircase-Escalante National Monument in de staat Utah. Het gaat om Vagaceratops ivinensis, Utahceratops gettyi enKosmoceratops richardsoni. Zoals de namen al aangeven, behoren deze soorten tot de ceratopsiden, een groep dinosauriërs die gekenmerkt worden door grote hoorns (zie bijv. Geonieuws 1027); het bekendste geslacht is Triceratops.

Van de drie nieuwe soorten zijn Utahceratops en Kosmoceratops het meest opvallend; ze bezitten namelijk niet zomaar wat hoorns, maar ze zijn er uitzonderlijk rijk mee bedeeld. Utahceratops is de grootste, met een schedel van zo’n 2,3 m lang. Hij heeft niet alleen een lange hoorn over zijn neus, maar ook een aantal korte, zijwaarts gerichte, stompe hoorns bij zijn ogen. Daarmee wijkt hij af van alle andere ceratopside dino’s. Kosmoceratops heeft eveneens zijwaarts gerichte hoorns bij zijn ogen, maar die zijn veel langer en puntiger dan bij Utahceratops. In totaal heeft hij 15 hoorns: 1 op zijn neus, 1 boven elk oog, 1 op de bovenkant van iedere kaak, en 10 op de achterkant van de enorme ‘kraag’ (vgl. Geonieuws 1040). Dit maakt deze soort tot veruit de rijkst van hoorns voorziene dino.


Mike Getty (met Deanna Brandau) bij het
opgraven van een naar hem genoemd exemplaar
van Utahceratops gettyi.


Zijaanzicht van de schedel van Kosmoceratops
richardsoni



Het opgraven van een nieuwe dino.


Onderzoeksleider Scott
Sampson op de vindplaats
van de met veel 'hoorns'
versierde dino's.


Over de functie van zowel de hoorns als de ‘kraag’ bestaat nog steeds grote onzekerheid. Omdat geen enkele andere tot nu toe aangedragen verklaring hout snijdt, houden de meeste dino specialisten het nu maar op de moeilijk te controleren hypothese dat het ging om uiterlijke kenmerken die de kans op succes bij het vinden van een partner moesten vergroten (zoals de staart van een pauw).

Het gebied waar de nieuwe soorten werden gevonden maakt deel uit van een ca. 800.000 hectare groot woestijngebied dat volgens onderzoeksleider Sampson een van de laatste grote, nog nauwelijks onderzochte, gebieden van de Verenigde Staten is waarin grote hoeveelheden dinobotten te vinden zijn. Gedurende het Laat-Krijt, toen de zeespiegel hoog stond, was Noord-Amerika in twee delen gescheiden door een warme ondiepe zee die zich uitstrekte van de Noordelijke IJszee tot de Golf van Mexico. Het westelijke deel, waar de nieuwe dino’s zijn gevonden, wordt Laramidia genoemd. Dit gebied was rijk aan dino’s, vooral in een strook tussen de zee in het oosten en gebergten in het westen. Het gebied waar Utahceratops en Kosmoceratops leefden, in het zuidelijk deel van Laramidia, was moerasachtig en had een subtropisch klimaat.

Heel Afrika kent momenteel slechts vijf zeer grote zoogdieren. Laramidia had echter meer dan 25 dinosoorten die minstens zo groot waren, terwijl het gebied nog geen kwart van de oppervlakte van Afrika was. Hoe dat mogelijk was, is nog een van de talrijke onopgeloste raadselen. Mogelijk was Laramidia veel rijker aan voedsel gedurende het Krijt. Misschien ook hadden de dino’s een zeer langzame stofwisseling en hadden ze dus relatief weinig voedsel nodig (zoals ook bij de recente krokodillen het geval is).



De enorme schedel van
Utahceratops


Verspreiding van de diverse
dinosauriërs gedurende het
Campanien (76-73 miljoen jaar
geleden in Laramidia.


Referenties:
  • Sampson, S.D., Loewen, M.A., Farke, A.A., Roberts, E.M., Forster, C.A., Smith, J.A. & Titus, A.L., 2010. New horned dinosaurs from Utah provide evidence for intracontinental dinosaur endemism. PloS ONE 5 (9): e12292, doi:10.1371/journal.pone.0012292.

Illustraties: Utah Museum of Natural History, Salt Lake City, UT (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl