NGV-Geonieuws 172 artikel 1099

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Oktober 2010, jaargang 12 nr. 7 artikel 1099

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 172! Op de huidige pagina is alleen artikel 1099 te lezen.

<< Vorig artikel: 1098 | Volgend artikel: 1100 >>

1099 Nieuw licht op oorsprong van primaten
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De primaten (halfapen, apen, mensapen en de mens) zijn ooit afgescheiden van andere zoogdieren. Daarover bestaan verschillende hypotheses. Iets meer hierover is nu duidelijk geworden door de vondst van het skelet (en enkele losse fragmenten) van een uitgestorven zoogdiertje, datLapidolemur kayi is genoemd. Het fossiel werd gevonden in zoetwater kalksteen van 55 miljoen jaar oud (Vroeg-Eoceen) in het Bighorn Bekken in de Amerikaanse staat Wyoming. Het skelet is zeer goed gefossiliseerd en, hoewel in een onnatuurlijke houding, vrijwel ongestoord in drie dimensies bewaard gebleven.

Met CT scans konden zeer kleine details (van minder dan 0,1 mm) van de schedel worden bestudeerd. Uit vergelijking van die details met die van andere zoogdieren bleek dat Lapidolemur verwant is aan de huidige knaagdieren (inclusief o.a. konijnen en spitsmuizen), vliegende lemurs en primaten. Dit betekent mogelijk dat hij een voorouder van al deze groepen is, waardoor dus ook iets meer bekend wordt over de herkomst van de primaten (en dus ook van de mens).

Bij die herkomst zal in ieder geval de (uitgestorven) familie van de Apatemyidae moeten worden betrokken. Lapidolemur behoort namelijk tot die familie, waarvan fossiele vertegenwoordigers zowel uit Europa als uit Noord-Amerika bekend zijn. Het is een uitgestorven taxon, waarover veel onduidelijkheid bestaat. De nu gevonden schedels zijn de enige van deze familie die niet volledig zijn platgedrukt. Daardoor kon nu de morfologie veel beter worden nagegaan dan bij eerdere vondsten uit deze familie. Juist vanwege de schaarse goed bewaarde fossielen bestaat er al meer dan een eeuw de nodige onenigheid over de juiste plaats van deze familie. Dat hangt overigens ook samen met de vreemde eigenschappen van deze groep: ze hebben in de bovenkaak voortanden die op blikopeners lijken, en ook hebben ze twee uitzonderlijk lange vingers. De Apatemyidae zijn daarom in de loop der tijd vergeleken met een breed scala aan dieren, uiteenlopend van opossums (kleine buideldieren uit Amerika) tot spechten.

Kennelijk waren de Apatemyidae aan uitzonderlijke milieu omstandigheden aangepast. Het lijkt erop dat Lapidolemur insecten at die hij vond door, net als een specht, op de bast van een boom te kloppen. Hij kon, met zijn lengte van zoín 25-30 cm, van boom tot boom springen, en moet eruit hebben gezien als een eekhoorn met een paar zeer lange vingers, ongeveer zoals de aye-aye, een lemur die in Madagascar voorkomt.


Het vrijwel complete skelet van Lapidolemur kayi.
De roodbruine kleur van het skelet wordt veroorzaakt
door een epoxyhars dat is gebruikt om de diverse
onderdelen van het skelet aan elkaar verbonden te houden.



Twee fragmenten van de schedel van
Lapidolemur (donker) ter vergelijking
met die van een in bomen levende
recente spitsmuis uit zuidoost AziŽ (licht).


Onderzoeker Jonathan Bloch toont het fossiel.


Referenties:
  • Silcox, M.T., Bloch, J.I., Boyer, D.M. & Houde, P., 2010. Cranial anatomy of Paleocene and Eocene Labidolemur kayi (Mammalia: Apatotheria), and the relationships of the Apatemyidae to other mammals. Zoological Journal of the Linnean Society, doi:10.1111/j.1096-3642.2009.00614.x.

Fotoís (Kristen Grace): University of Florida, Gainesville, FL (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl