NGV-Geonieuws 1 artikel 11

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Januari 1999, jaargang 1 nr. 1 artikel 11

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 1! Op de huidige pagina is alleen artikel 11 te lezen.

<< Vorig artikel: 10 | Volgend artikel: 12 >>

11 Begon het IJstijdvak door de botsing tussen Noord- en Zuid-Amerika?
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Glaciologie ! Klik hier voor alle artikelen over Oceanografie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

We weten inmiddels dat de afwisseling van de Pleistocene ijstijden en interglacialen samenhangt met de intensiteit van de zonnewarmte, die op zijn beurt weer afhangt van een aantal astronomische factoren. Waarom er niet altijd zo’n afwisseling is, is minder goed bekend. Naar alle waarschijnlijkheid speelt de verdeling van de landmassa’s over de aarde een belangrijke rol (in het Pleistoceen de geïsoleerde ligging van Antarctica op de Zuidpool en het door continentale massa’s omgeven watergebied van de Noordpool). Door die configuratie wordt immers bepaald in hoe sterke mate warmtetransport via oceaanstromen vanuit de tropen naar de poolgebieden kan plaatsvinden.

Er moeten echter nog meer factoren een rol spelen. Waarom is bijvoorbeeld de vergletsjering op het noordelijk halfrond gedurende het Pleistoceen veel sterker dan op het zuidelijk halfrond? Voor een deel lijkt dat toe te schrijven aan de warme golfstroom, die veel warm water in de richting van Noord-Europa stuurt. Daarom zijn de winters in Noord-Europa milder dan in bijv. Noord-Amerika; ook zijn daarom de winters op de Noordpool minder koud dan op de Zuidpool.

De oceanografen Driscoll (Woods Hole Oceanographic Institution) en Haug (Forschungszentrum für Marine Geowissenschaften te Kiel) hebben nu een soortgelijke verklaring gegeven voor het begin van de sterke vergletsjering die ongeveer viermiljoen jaar geleden inzette. Zij schrijven dat toe aan een veranderend patroon van oceaanstromen, veroorzaakt doordat toen de daarvoor open zee tussen Noord- en Zuid-Amerika werd gesloten. De thermohaliene circulatie (een gevolg van verschillen in soortelijk gewicht van watermassa’s door verschillen in temperatuur en zoutgehalte) nam daardoor in belang toe. Volgens de onderzoekers leidde het nieuwe stromingspatroom ertoe dat er meer warm, relatief zoet water via de Atlantische Oceaan in de richting van Europa werd gestuwd. Dat leidde tot een toename van de neerslag, ook in het noordpoolgebied, waardoor de aangroei van zeeijs werd vergemakkelijkt (geringere vriespuntsverlaging dan daarvoor). Toen dat eenmaal gebeurde, kon door bekende verschijnselen (zoals de toename van de albedo) een vergletsering gemakkelijk inzetten, eerst vanuit de gebergten, later zich ook daarbuiten uitstrekkend.

Deze theorie wordt ondersteund door onderzoek aan foraminiferen, die via chemische analyse en bepaling van diverse isotopenverhoudingen aangeven welke eigenschappen het zeewater had waarin ze leefden.

Referenties:
  • Driscoll, N.W. & Haug, G.H., 1998. A short circuit in thermohaline circulation: a cause for northern hemisphere glaciation? Science 282, p. 436-438.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl