NGV-Geonieuws 9 artikel 110

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Oktober 2000, jaargang 2 nr. 3 artikel 110

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 9! Op de huidige pagina is alleen artikel 110 te lezen.

<< Vorig artikel: 109 | Volgend artikel: 111 >>

110 Inslagkrater gevonden met diameter van 120 km
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Astronomie ! Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Ten oosten van Hamlin Pool, in het Carnarvon-Bekken (West-AustraliŽ), ligt begraven onder een pakket meerafzettingen uit het Krijt (in het centrum ook uit het Vroeg-Jura) een ringvormige structuur. Die is nu herkend als een inslagkrater. De argumenten voor deze interpretatie door Australische geologen uit Perth en Canberra zijn: (1) een kern van waarschijnlijk minder dan 25 km in doorsnede waarin het onderliggende granietachtige gesteente is opgeheven; (2) deformatie-structuren in het kwarts van dit gesteente die ontstaan moeten zijn door een schokgolf; (3) verglaasde veldspaatkristallen; (4) aders van pseudotachyliet; (5) een ingezakte ringvormige zone met een ongeveer 70 m dikke laag van klasten van sterk uiteenlopende grootte, die wordt bedekt door een pakket meer-afzettingen.

De diameter van de totale structuur is ongeveer 120 km, zoals kon worden vastgesteld door zwaartekrachtsmetingen, magnetisch onderzoek, en analyse van het afwateringspatroon aan het aardoppervlak. Deze structuur kan het beste worden omschreven als een cirkelvormige breuk, die dwars door de regionale tektonische noord/zuid-richting heenbreekt.

De onderzoekers hebben aangetoond dat het granietachtige complex in het centrum op een diepte begint van 171 m. Dat is minimaal 1800 hoger dan de ligging in de directe omgeving, waar de diepteligging is vastgesteld met zwaartekrachtsgegevens.

De aders van pseudotachyliet zijn sterk verrijkt met aluminium, calcium, magnesium, nikkel, kobalt, chroom, vanadium en zwavel; ze zijn daarentegen arm aan kalium en silicium. Volgens de onderzoekers wijst dit op een chemische fractionering die moet zijn gevolgd op een situatie waarin door een zeer heftige schok een grote massa gesteente verdampte.

Het tijdstip van de inslag moet voor (of in) het Vroeg-Jura geplaatst worden, omdat sedimenten van die ouderdom de structuur bedekken. Hij moet echter na het Perm hebben plaatsgevonden, omdat stukken Perm (die kennelijk bij de inslag waren losgeslagen) in de meerafzettingen van het Vroeg-Jura gevonden zijn. Ook fragmenten van oudere PaleozoÔsche gesteenten werden overigens veelvuldig aangetroffen. Op basis van structuren in het mineraal apatiet zou de inslag 280-250 miljoen jaar geleden (ruwweg op de grens tussen Perm en Trias) kunnen hebben plaatsgevonden. Omdat er in de meer-afzettingen echter geen fossielen uit het Laat-Trias voorkomen, lijkt het weer onwaarschijnlijk dat de inslag voor het einde van het Trias plaatsvond.

Referenties:
  • Mory, A.J., Iasky, R.P., Glikson, A.Y., Pirajno, F., 2000. Woodleigh, Carnarvon Basin, Western Australia: a new 120 km diameter impact structure. Earth and Planetary Science Letters 177, p. 119-128.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl