NGV-Geonieuws 173 artikel 1103

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


November 2010, jaargang 12 nr. 8 artikel 1103

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 173! Op de huidige pagina is alleen artikel 1103 te lezen.

<< Vorig artikel: 1102 | Volgend artikel: 1104 >>

1103 Fossiele urine geeft indicatie voor vroeger klimaat
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over het Milieu ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De huidige discussie over een eventueel veranderend klimaat leidt tot steeds meer onderzoek naar vroegere klimaatveranderingen. Om dergelijke veranderingen te kunnen vaststellen, moeten de klimaten in opeenvolgende periodes zo goed en kwaad als mogelijk worden gereconstrueerd. Daarvoor worden steeds meer methodes ontwikkeld. Die zijn geen van alle exact, maar hoe meer uiteenlopende indicaties er zijn, hoe groter de kans dat het werkelijke paleoklimaat redelijk kan worden gereconstrueerd. Nu is er een wel heel opvallende nieuwe methode ontwikkeld, mede dankzij subsidie van de European Research Council (ERC): analyse van de eigenschappen van fossiele urine.

De nieuwe methode kent slechts beperkte toepassingsmogelijkheden, namelijk voor een beperkt gebied (delen van Afrika) en een beperkte tijd (enkele tienduizenden jaren). Er wordt namelijk gebruik gemaakt van de gefossiliseerde urine van de Kaapse klipdas (Procavia capensis) die ook wel rotsklipdas wordt genoemd. Dit dier komt in grote delen van Afrika veelvuldig voor. Het is een merkwaardig dier, dat er uitziet als een grote marmot, maar zijn nauwste verwant is de olifant! De dieren gebruiken bepaalde plaatsen als gezamenlijk toilet, en dezelfde plaatsen worden soms duizenden jaren lang door opeenvolgende generaties gebruikt. De urine kristalliseert in de loop van de tijd uit en leidt, samen met de faeces, op den duur tot fijngelaagde afzettingen waarvan de opeenvolgende laagjes goed te dateren zijn, en waarvan de verschillen in eigenschappen mede afhangen van het klimaat ten tijde dat de desbetreffende dieren leefden.


Een zonnebadende rotsklipdas.


Brian Chase als bergbeklimmer op
jacht naar fossiele urine langs
de wand van de Cederberg (Zuid-Afrika).

Voor het eerst zijn nu diverse van dergelijke voorkomens nauwkeurig onderzocht. Dat was overigens geen eenvoudige zaak, want de toiletruimtes van de rotsklipdassen bevinden zich, zoals de naam van de dieren al suggereert, in vaak nauwelijks toegankelijke rotsgebieden. Onderzoeker Brian Chase van het Institut des Sciences de l’Évolution in Montpellier kon daarom zijn ervaring als geoefend bergbeklimmer hierbij goed gebruiken. Ook het bemonsteren van een eenmaal gevonden hoeveelheid bleek niet eenvoudig: het gaat om zeer taai materiaal, dat alleen met speciaal gereedschap goed te bemonsteren bleek.


Een vindplats van fossiele urine
in de Kougaberge (Zuid Afrika)


Brian Chase onderzoekt monsters
in de Klein Swartberge (Zuid-Afrika).


Het bemonsterde materiaal werd onderzocht op de aanwezige organische moleculen. Die omvatten onder meer verbindingen die bij de stofwisseling van de rotsklipdassen ontstaan, alsook plantaardige verbindingen die het spijsverteringskanaal onveranderd zijn gepasseerd. Beide typen organische verbindingen geven aanwijzingen over de aard van de planten die op het menu stonden, en daarom van het (klimaat-afhankelijke) leefmilieu. Op die manier konden de klimaatveranderingen gedurende de laatste 30.000 jaar worden gereconstrueerd, waarbij de nauwkeurigheid enkele tientallen tot enkele honderden jaren bedraagt. Het zo verkregen beeld toont een sterk dynamisch klimaat, zowel tijdens als na de laatste ijstijd.

Juist omdat gegevens over het vroegere klimaat in continentale gebieden uiterst schaars zijn, is de nieuwe methode zeer welkom.


Een goed gevuld klipdastoilet
onder een overhangende rotswand.


Een fraai gelaagd pakket van
uitgekristalliseerde urine met faeces.


Referenties:
  • Chase, B.M., Meadows, M.E., Carr, A.S. & Reimer, P.J., 2010. Evidence for progressive Holocene aridification in southern Africa recorded in Namibian hyrax middens: Implications for African Monsoon dynamics and the ‘‘African Humid Period’’. Quaternary Research 74, p. 36-45.Carr, A.S., Boom, A. & Chase, B.M.,2010. The potential of plant biomarker evidence derived from rock hyrax middens as an indicator of palaeoenvironmental change. Palaeogeography, , Palaeoclimatology, Palaeoecology 285, p. 321-330.

Foto’s welwillend ter beschikking gesteld door Brian Chase, Institut des Sciences de l’Évolution de Montpellier, Université Montpellier 2, Montpellier (Frankrijk).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl