NGV-Geonieuws 173 artikel 1104

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


November 2010, jaargang 12 nr. 8 artikel 1104

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 173! Op de huidige pagina is alleen artikel 1104 te lezen.

<< Vorig artikel: 1103 | Volgend artikel: 1105 >>

1104 Dino’s hadden hun eigen leefmilieu
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In films van het type Jurassic Park komen vaak talrijke soorten sauriërs voor die, als ze al niet achter elkaar aanrennen, in ieder geval hetzelfde gebied bewonen. De werkelijkheid was anders, zoals een gedegen studie (van meer dan 300 fossielen) uitwijst waarin is nagegaan in wat voor type gesteenten restanten van allerlei grote dino soorten zijn aangetroffen, en in wat voor typen gesteenten ze pootafdrukken achterlieten. De studie gaat weliswaar alleen om grote dino’s uit het Laat Krijt die het huidige Noord-Amerika bewoonden, maar er lijkt geen reden om aan te nemen dat de situatie elders of gedurende andere tijdperken anders was.

Het patroon werd ontdekt na jarenlang veldwerk. Om na te gaan of dat patroon toeval was voor het onderzoeksgebied (westelijk Canada en de Amerikaanse staten Montana, Wyoming en de aangrenzende gebieden), werden ook fossielen uit museumcollecties bestudeerd. In sommige gevallen zaten aan de botten uit die collecties nog stukken van het gesteente waarin het bot was gevonden, zodat ook in die gevallen kon worden vastgesteld of het bot uit een modderig of een zandig gesteente afkomstig was.

Uit de gegevens blijkt dat sommige taxa zich het liefst op en bij zandbanken langs rivieren ophielden, terwijl andere meer drassige gebieden van de riviervlakte op grotere afstand van de rivier prefereerden. Langs de rivier woonden onder meer de hadrosauriërs, in het Nederlands ook wel ‘eendebeksnaveldinosauriërs’ genoemd (een vertaling van het Engelse duck-billed dinosaurs . Daarentegen leefden de ceratopsiden (met Triceratops als bekendste vertegenwoordiger) juist verder van de rivier. Beide groepen bestaan uit planteneters, en deze onderlinge verdeling van leefgebied moet hebben bijgedragen aan voldoende voedsel voor alle betrokkenen. Tot nu toe was weinig bekend van het menu van de herbivore dino’s, maar omdat de flora uit de twee genooemde leefgebieden redelijk goed bekend is, komt er nu ook meer duidelijkheid over welke planten door welke groep dino’s werden gegeten.


Hadrosauriërs leefden vooral
langs rivieren, ceratopsiden
vooral landinwaarts.


De meeste soorten hadden een
voorkeur wat betreft leefomgeving,
sommige hadden dat kennelijk niet.

De enige grote vleesetende dino uit het Laat Krijt was Tyrannosaurus rex. Deze soort, die vooral leefde van plantenetende dino’s, bekommerde zich niet om de aard van de vegetatie, de bodem of zijn prooi: hij zocht zijn weg kennelijk gewoon waar hij het gemakkelijkst een prooi kon vinden.


Diverse typen sauriërs hadden
duidelijk voorkeur voor een zandige
of een modderrijke leefomgeving.


Restanten van een schedel van
Triceratops, die - zoals
de meeste ceratopsiden - het liefst
landinwaarts leefde.


Referenties:
  • Lyson, T.R. & Longrich, N.R., 2010. Spatial niche positioning from the latest Cretaceous (Maastrichtian) of North America. Proceedings of the Royal Society B, doi:10.1098/rspb.2010.1444.

Foto’s welwillend ter beschikking gesteld door Suzanne Taylor Muzzin, Office of Public Affairs and Communication, Yale University, New Haven, CT (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl