NGV-Geonieuws 173 artikel 1105

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


November 2010, jaargang 12 nr. 8 artikel 1105

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 173! Op de huidige pagina is alleen artikel 1105 te lezen.

<< Vorig artikel: 1104 | Volgend artikel: 1106 >>

1105 Cambrische “schrik der zee” blijkt “softie”
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De veronderstelde eerste grote rover op aarde is, na een half miljard jaar, ontmaskerd: het dier lijkt lichamelijk niet eens in staat te zijn geweest om de aan hem toegeschreven schranspartijen werkelijk uit te voeren. Dat is één van de interessante nieuwe gegevens en opvattingen die naar voren kwamen op het jaarlijkse congres van de American Geological Society, dat eerder deze maand werd gehouden.

Het gaat om Anomalocaris, een op een reuzengarnaal gelijkend dier (behorend tot de anomalocarididen) dat een lengte van ongeveer een meter kon bereiken. Dit dier zou, volgens de eerder bestaande opvattingen, met zijn zeker voor het Cambrium ontzagwekkende grootte, de zeeën hebben afgeschuimd en grote aantallen trilobieten en andere mariene organismen hebben verorberd. Er zijn nu echter drie verschillende aanwijzingen gevonden die er op wijzen dat het dier geen nietsontziende slokop was, maar zich op een veel bescheidener wijze voedde.


Goed gepreserveerd van een juveniel
exemplaar van Anomalocaris, dat
de gelijkenis met een reuzengarnaal
duidelijk maakt.


Het eerste vrijwel complete fossiele
exemplaar van Anomalocaris, nu in
het Ontario Museum of Natural History.


De eerste aanwijzing komt van fossiele exemplaren waarvan ook de maaginhoud is gefossiliseerd, en van faeces van het dier. In geen van beiden zijn resten gevonden van de goed fossiliseerbare harde delen van prooidieren. Dat wijst erop dat Anomalocaris voedsel at dat geen harde delen bevatte, zoals het uitwendig skelet van trilobieten.

Een tweede aanwijzing betreft de tandplaten van het dier. Anomalocaris had 32 naar binnen gerichte gepunte tandplaten in zijn bek. Bij de analyse van 400 fossiele exemplaren bleek geen van die tandplaten tekenen van aantasting te vertonen. Als het om voedsel met harde skeletdelen zou gaan, zouden toch op zijn minst een aantal van de onderzochte tandplaten krassen of afgebroken schilfers moeten vertonen. Dergelijke verschijnselen werden echter niet aangetroffen, wat ook al weer op voedsel zonder harde bestanddelen wijst.

Tenslotte leek de bek van het dier ongeschikt voor het verorberen van relatief grote, harde brokken zoals trilobieten. Ook zijn bepaalde onderdelen van de bek niet als gemineraliseerd materiaal in fossielen teruggevonden, wat er op wijst dat het geen harde onderdelen waren, maar eerder buigzame elementen. Op basis van al deze gegevens werd met de zogeheten eindige-elementen-analyse een 3D model van de bek van Anomalocaris gemaakt. Dat leverde een aantal verrassende resultaten op. Volgens het gemaakte model is het dier niet eens in staat geweest om zijn bek volledig te sluiten. Dat betekent ondermeer dat het dier niet de kracht kon opbrengen om een trilobiet te kraken.

Dat Anomalocaris geen dieren met “huid en haar” (pantser/schaal) at, lijkt dus een onontkoombare conclusie. Wat hij wel at, en hoe hij dat deed, is voorlopig echter nog onduidelijk. Volgens onderzoeker Whitey Hagadorn slikte hij misschien wel prooi met harde delen in, maar spuugde hij, als de prooi min of meer verteerd was, de harde delen weer uit. Een andere mogelijkheid lijkt dat hij op de een of andere wijze toch in staat was om zijn prooi in kleine deeltjes te verdelen voor hij die inslikte. Het waarschijnlijkst lijkt echter dat hij alleen voedsel zonder harde delen verorberde. Een softie dus.


Model van de bek van Anomalocaris.


Model van een tandplaat van Anomalocaris.



Reconstructie van Anomalocaris.

Referenties:
  • Hagadorn, J.W., 2010. Putting Anomalocaris on a soft-food diet? Geological Society of America Abstracts with Programs 42 (5), p. 320.

Figuren van de modellen welwillend ter beschikking gesteld door Whitey Hagadorn, Department of Earth Sciences, Denver Museum of Nature & Science, Denver, CO (Verenigde Staten van Amerika).

Foto "reuzengarnaal": Mark A. Wilson, Department of Geology, College of Wooster, Wooster, OH, USA). Foto "Ontario" exemplaar: Keith Schengilli-Roberts. Reconstructie: Nobu Tamura (Wikipedia).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl