NGV-Geonieuws 173 artikel 1107

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


November 2010, jaargang 12 nr. 8 artikel 1107

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 173! Op de huidige pagina is alleen artikel 1107 te lezen.

<< Vorig artikel: 1106 | Volgend artikel: 1108 >>

1107 Kleine reuzenstappen en een joggende dino
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In 1877 ontdekte Arthur Lakes het eerste exemplaar van een Apatosaurus, hetzelfde geslacht waarvan latere exemplaren de naam Brontosaurus kregen; pas enkele jaren geleden werd duidelijk dat Brontosaurus een synoniem is van Apatosaurus en dus als geslachtsnaam niet geldig is. De enorme grootte van deze planteneters (waarvan sommige soorten een gewicht bereikten van 30 ton, evenveel als acht volwassen olifanten) heeft er overigens wel toe geleid dat de groep sauropoden waartoe Apatosaurus behoort bij het grote publiek bekend staat als brontosaurussen.

Lakes vond nog veel meer botten van dino’s. Die zaten in een pakket met zandsteen en schalie (binnen de Morrison-Formatie); wat hij echter niet opmerkte was dat dit pakket aan de top een niveau bevat met veel sporen van dino’s. Op het congres van de Geological Society of America dat eerder deze maand werd gehouden, werden enkele bijzondere dino sporen getoond die zijn gevonden in de heuvels aan de voet van de Rocky Mountains, nabij Denver. Ze maken, net als de vondsten van Lake, deel uit van de Morrison-Formatie en dateren van 148 miljoen jaar geleden (Laat-Jura). De Rocky Mountains waren toen nog niet gevormd, en het gebied vormde een uitgestrekte savanne bewoont door talrijke dino’s.

Al enkele jaren geleden werden hier restanten van zowel volwassen als onvolwassen individuen van de ‘brontosauriër’ Stegosaurus ontdekt. Er waren zoveel restanten van zeer jonge exemplaren dat sommige onderzoekers menen dat er sprake was van een soort crèche. In dezelfde omgeving zijn daarna ook sporen van zowel volwassen en jonge ‘brontosauriërs’ gevonden. Botten en sporen wijzen inderdaad in de richting van de jongste exemplaren ( baby’s) van deze groep die ooit zijn gevonden.


De totale pootafdruk van de baby-dino
is kleiner dan een hand.


Door het geringe gewicht van de
baby-dino zijn zijn pootafdrukken
ondiep en niet scherp afgebakend.


De ‘baby sporen’ bestaan uit afdrukken die kleiner zijn dan een mensenhand en die op zeer kleine afstand van elkaar staan. Ze zijn vaak ook zo ondiep dat ze alleen goed te zien zijn bij licht dat er langs scheert. Uit deze gegevens kan worden opgemaakt dat de baby-dino’s niet groter kunnen zijn geweest dan een kleine hond. Het moet dus inderdaad om de sporen van een heel jong (baby) exemplaar gaan, want een volwassen Stegosaurus wordt zo’n 9 m lang en 4 m hoog (de kam op zijn rug meegerekend). Bijna alle gevonden baby sporen vertonen onregelmatige patronen. Duidelijk is echter ook dat een van de baby dino’s parallel aan een volwassen exemplaar liep, wat het beeld van een zorgzame situatie zoals in een crèche nog vergroot.


Een deel van het spoor met de
afdrukken van de baby-dino.

Een ander opvallend spoor werd gemaakt door een rennende ‘brontosauriër’. Dergelijke sporen zijn verder niet bekend. De afstand tussen de opeenvolgende afdrukken is tweemaal zo groot als bij gewoon lopende exemplaren, wat volgens de onderzoekers betekent dat het dier er maar een matig gangetje in had. Meer dus een jogger dan een dier dat op de vlucht was voor een vijand. Het meest opvallende aan dit spoor is dat er alleen afdrukken van achterpoten te zien zijn. Het kan natuurlijk zijn dat toevallig de afdrukken van de achterpoten steeds die van de (kleinere) voorpoten bedekken, maar waarschijnlijker lijkt toch dat het dier op zijn achterpoten rende. Van de staart is geen spoor te zien. Dat wijst erop dat de dieren hun staart niet achter zich aan lieten slepen, maar dat ze hem opgetild hielden.

Referenties:
  • Mossbrucker, M.T., 2010. From the tomb of the first Stegosaurus: a preliminary report on a Stegosaur-rich track assemblage from Lakes quarry 5, Morrison Formation of Morrison, Colorado. Geological Society of America Abstracts with Programs 42 (5), p. 355.

Foto’s (8 Morrison Museum of Natural History - Matthew Mossbrucker): Geological Society of America.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl