NGV-Geonieuws 173 artikel 1108

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


November 2010, jaargang 12 nr. 8 artikel 1108

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 173! Op de huidige pagina is alleen artikel 1108 te lezen.

<< Vorig artikel: 1107 | Volgend artikel: 1109 >>

1108 Eocene barnsteen uit India vormt paleontologische schatkamer
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Barnsteen (verharde hars) is een belangrijke bron van paleontologische informatie, vooral omdat veel kleine dieren zoals insecten, maar ook bijv. stuifmeel aan de hars blijven kleven, vervolgens door nieuwe hars worden bedekt en van de buitenlucht afgesloten, en zo zeer goed - vaak in drie dimensies - bewaard blijven. Juist omdat op het land de fossilisatie mogelijkheden meestal zeer beperkt zijn, dragen vondsten in hars vaak bij tot een beter inzicht in de continentale flora en fauna uit het geologische verleden. Soms moeten zelfs al lang bestaande en algemeen aanvaarde ideeŽn overboord worden gezet wanneer ergens een nieuwe hoeveelheid barnsteen wordt onderzocht.


Fossiele mier.


Fossiele spin.

Dat geldt zeker voor de paleontologische vondsten in barnsteen die onlangs zijn gedaan. Het gaat om barnsteen van 50-52 miljoen jaar oud (Vroeg Eoceen) afkomstig uit een nieuw blootgelegd voorkomen in westelijk India bij Cambay (Khambat). Algemeen dacht men dat India tijdens het Vroeg Eoceen een eiland continent was, maar de in de barnsteen gevonden geleedpotigen geven aan dat de dieren een nauwe evolutionaire relatie hebben met de geleedpotigen van andere continenten; dit zou betekenen dat er al in het Vroeg Eoceen een uitwisseling tussen de fauna van India en de omringende continenten is geweest.

De arthropoden die in de barnsteen zijn gevonden (vrijwel allemaal insecten) omvatten ruim 100 soorten, behorend tot 55 families en 14 ordes. Sommige soorten zijn verwant aan zogenaamde Ďsociale insectení, zoals honingbijen, termieten en mieren; die groepen lijken dus al gedurende of net voor het Vroeg Eoceen over de wereld verspreid te zijn. Diverse insecten hebben nauwe verwanten op andere continenten. Het gaat daarbij echter niet om de continenten waarmee India nog relatief kort geleden verbonden was (Afrika, Madagascar) in het supercontinent Gondwanaland, maar om Noord-Europa, AziŽ, AustraliŽ en Noord- en Zuid-Amerika.


Fossiele stofluis (orde Psocoptera;
niet verwant aan 'gewone' luizen of
aan bladluizen!).


Fossiele mug (Palaeognoriste sp.)


Het klimaat kan een grote rol hebben gespeeld bij de ontwikkeling van de fauna die in de barnsteen is aangetroffen. Het Vroeg Eoceen was zeer warm: zelfs de poolgebieden hadden een tropisch klimaat. Als gevolg daarvan waren er nauwelijks klimaatgordels die de migratie van soorten bemoeilijkten.

Het tropische klimaat komt ook tot uiting in de flora. In de barnsteen komen plantenresten voor die wijzen op een tropisch regenwoud. Het is de vroegste vondst van een dergelijke flora in AziŽ (restanten van een Tertiaire flora die wijzen op een tropisch regenwoud zijn verder gevonden in barnsteen uit Colombia; die flora is nog 10 miljoen jaar ouder). Flora die karakteristiek is voor een tropisch regenwoud zoals we dat ook nu nog kennen, ontwikkelde zich pas in het Tertiair, toen bloemdragende planten de tot dan toe overheersende coniferen begonnen te verdringen. De in de barnsteen van Cambay aangetroffen flora is geochemisch onderzocht, waarbij bleek dat de hars afkomstig moet zijn geweest van bomen die behoorden tot de Dipterocarpaceae, een familie van hardhout bomen die momenteel zoín 80% uitmaken van de bomen die nu in Zuidoost-AziŽ het hoogste niveau van de boomkronen vormen; in de barnsteen zijn ook stukjes hout van deze bomenfamilie gevonden, waarmee de ouderdom van deze familie in ťťn klap is verdubbeld.

Referenties:
  • Rust, J., Singh, H., Rana, R.S., McCann, T., Singh, L., Anderson, K., Sarkar, N., Nascimbene, P.C., Stebner, F., Thomas, J.C., Kraemer, M.S., Williams, C.J., Engel, M.S., Sahni, A. & Grimaldi, D., 2010. Biogeographic and evolutionay implications of a diverse paleobiota in amber from the early Eocene of India. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States 107, p. 18360-18365.

Foto's: David Grimaldi, American Museum of Natural History, New York, NY (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl