NGV-Geonieuws 174 artikel 1112

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


December 2010, jaargang 12 nr. 9 artikel 1112

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 174! Op de huidige pagina is alleen artikel 1112 te lezen.

<< Vorig artikel: 1111 | Volgend artikel: 1113 >>

1112 Vroegere opwarming van de aarde zorgde voor een grotere diversiteit van planten in het tropisch regenwoud
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Onderzoek dat mede werd gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) toont aan dat de gevreesde opwarming van de aarde niet per definitie hoeft te leiden tot het verlies van diversiteit in het tropisch regenwoud. Integendeel, toen de aarde 56,3 miljoen jaar geleden (tijdens het zogeheten paleo-eocene thermisch maximum: PETM) zo’n 3-5 0C warmer was dan nu, en het gehalte aan atmosferisch CO2 ongeveer 2,5 maal zo hoog, bleek het tropisch regenwoud een grotere diversiteit aan planten te hebben dan nu.

Het PETM duurde ongeveer 200.000 jaar. Het CO2 -gehalte verdubbelde in ongeveer 10.000 jaar, en ook de opwarming ging zeer snel. In volledige tegenspraak met de onheilsprofetieën die nu worden verkondigd, namelijk dat een groot deel van de flora in het tropisch regenwoud zal verdwijnen om nooit meer terug te keren (er zou een nieuwe massa-uitsterving optreden), blijkt dat de diversiteit van de flora in de periode van opwarming snel toenam en gedurende het PETM zelf ook in stand bleef. Klaus Winter, een wetenschappelijk medewerker van het Smithonian Tropical Research Institute in Panama City, begrijpt daarom de zorgen niet die mensen hebben over een teloorgang van het regenwoud bij verdere temperatuurstijging. Volgens hem zou een wereldwijde klimaatverandering alleen negatief voor het tropisch regenwoud kunnen uitwerken als daar veel frequentere en ernstiger periodes van droogte zouden optreden dan nu het geval is. Het onderzoek wees echter ook uit dat er in het PETM geen sprake was van een significante vermindering van de aanwezige hoeveelheid vocht.

Weliswaar verdwenen tijdens het PETM sommige planten van het toneel, maar de ontwikkeling van nieuwe soorten ging veel sneller, zodat er een netto zeer positieve ontwikkeling optrad. Zo verschenen voor het eerst onder meer de Passifloraceae (passiebloemfamilie, met als huidige representant onder andere de leverancier van de passievrucht, Passiflora edulis) en de Malvaceae (kaasjeskruidfamilie, met als huidige representant onder meer de cacaoboom, Theobroma cacao).


Pollen van angiospermen uit het
paleo-eocene thermisch maximum (PETM).
Foto Francy Carvajal (STRI).


Sporen en pollen uit het PETM.
Foto Maria Carolina Vargas (CPI).


Een en ander kan worden opgemaakt uit de pollen en sporen die werden vrijgemaakt uit boorkernen en handstukken van gesteenten die tijdens het PETM werden afgezet in het huidige Colombia en Venezuela. Die pollen en sporen geven een betrouwbaar beeld van de ontwikkeling van de vegetatie tijdens die uitzonderlijk warme periode.


Ontsluiting van gesteenten uit
het PETM bij Catatumbo (Colombia).
Foto: Carlos Jaramillo (STRI).

Referenties:
  • Jaramillo, C., Ochoa, D., Contreras, L., Pagani, M., Carvajal-Ortiz, H., Pratt, L., Krishnan, S., Cardona, A., Romero, M., Quiroz, L., Rueda, M., de la Parra, F., Moron, S., Green, W., Bayona, G., Mones, C., Quintero, C., Ramirez, R., Mora, G., Schouten, S., Bermudez, N.R., Parr, F., Alvarán, M., Osorno, J., Crowley, J., Valencia, V. & Vervoort, J., 2010. Effects of rapid global warming at the Paleocene-Eocene boundary on neotropical vegetation. Science 330, p. 957-961.

Foto's: Smithsonian Tropical Research Institute (STRI), Panama City (Panama) en het Instituto Colombiano de Petróleo (CPI), Bucaramanga (Colombia).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl