NGV-Geonieuws 174 artikel 1117

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


December 2010, jaargang 12 nr. 9 artikel 1117

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 174! Op de huidige pagina is alleen artikel 1117 te lezen.

<< Vorig artikel: 1116 | Volgend artikel: 1118 >>

1117 Cambrische explosie te danken aan toenemend zuurstofgehalte op zeebodem ?
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Zo’n 17 miljoen jaar na het begin van het Cambrium vond een explosie plaats van levensvormen met een hard inwendig skelet of harde uitwendige bescherming (pantsers, schelpen). Over de oorzaak van deze ‘Cambrische explosie’ is veel onderzoek gedaan (zie bijv. Geonieuws 1109) maar veel is nog onduidelijk. Zo merkte Charles Darwin in zijn fameuze boek ‘On the origin of species’ al op dat de plotselinge verschijning van zoveel sterk uiteenlopende nieuwe diergroepen in tegenspraak was met zijn evolutietheorie; die gaat er immers vanuit dat nieuwe soorten zich geleidelijk via evolutionaire patronen ontwikkelen. Een ‘explosie’ van nieuwe levensvormen past daar niet in.


Steenkern van Mellopegma,
een mollusk uit het vroegste Cambrium.


Stekel van een nog raadselachtig
fossiel behorend tot de Chancelloriidae,
uit het vroegste Cambrium.


Onderzoekers hebben nu systematisch uitgezocht wanneer de Cambrische explosie plaatsvond op en onder welke omstandigheden dat gebeurde. Daarbij werd gebruik gemaakt van nieuwe, verfijnde methoden om sedimenten uit diverse gebieden (Siberië, Mongolië, China en Marokko) met elkaar te correleren (o.a. koolstof-isotopen diversificatie).

Uit dit onderzoek komt een opzienbarende - en voor de evolutietheorie geruststellende - conclusie: de eerder veronderstelde plotselinge explosie blijkt helemaal niet zo plotseling te zijn geweest. In plaats van een plotselinge gebeurtenis omstreeks 17 miljoen jaar na het begin van het Cambrium blijkt bijna de helft van de nieuwe diergroepen met harde skeletten of schalen zich al in de eerste 10 miljoen jaar van het Cambrium te hebben ontwikkeld. En ook na de eerder veronderstelde plotselinge verschijning van al die nieuwe diergroepen blijken de nieuwe verschijningen te zijn doorgegaan. De ‘explosie’ blijkt al met al zo’n 20 miljoen jaar te hebben geduurd. Het was dus niet zozeer een explosie als wel een schitterend vuurwerk.

Niet alleen bepaalden de onderzoekers met veel meer nauwkeurigheid - en op veel grotere schaal - dan voorheen op welk moment nieuwe diergroepen verschenen, maar ook stelden ze de condities vast waaronder de nieuwe groepen zich ontwikkelden, en wat de geologische context was. Dat deden ze door analyse van de sedimenten waarin de vroegste fossielen voorkwamen. Daarbij bleek dat gedurende het hele interval van 20 miljoen jaar waarin de ‘explosie’ plaatsvond, de zeespiegel steeg. Of dat rlevant was, is moeilijk te zeggen. Waarschijnlijk niet, want er zijn in de loop van de geologische geschiedenis talrijke perioden van langdurige zeespiegel stijging geweest, zonder dat kon worden vastgesteld dat daarmee een opvallende toename van nieuwe soorten gepaard ging. Waarschijnlijk wel relevant is de bevinding dat gedurende deze 20 miljoen jaar durende periode ook een voortdurend verdere toename van de hoeveelheid beschikbare zuurstof optrad in het grensgebied tussen water en sediment in ondiepe zeeën.


Onderzoekers John Moore en Susannah Porter
bij een beeldscherm met een huidplaat van
mogelijk een siphonogonuchitide, een nog
raadselachtig dier uit het vroegste Cambrium.

Referenties:
  • Maloof, A., Porter, S.M., Moore, J.L., Dudás, F.Ö., Bowring, S.A., Higgins, J.A., Fike, D.A. & Eddy, M.P., 2010. The earliest Cambrian record of animals and ocean geochemical change. Geological Society of America Bulletin 122, p. 1731-1774.

Foto’s fossielen: Susannah Porter, UCSB; foto onderzoekers: George Foulsham, Office of Public Affairs, University of California, Santa Barbara, CA (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl