NGV-Geonieuws 174 artikel 1121

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


December 2010, jaargang 12 nr. 9 artikel 1121

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 174! Op de huidige pagina is alleen artikel 1121 te lezen.

<< Vorig artikel: 1120 | Volgend artikel: 1122 >>

1121 Tyrannosaurus rende hard dankzij bijzondere staart
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Zelfs kleine kinderen herkennen zijn afbeelding direct, maar Tyrannosaurus rex had dan ook wel bijzondere lichaamskenmerken: een groot zwaar hoofd, korte voorpoten, en een lange, brede, vlezige staart. De functie van die bijzondere staart, die veel lijkt op de staart van de meest op een dino lijkende nazaat, de komodovaraan (Varanus komodoensis, zie Geonieuws 1114), is niet geheel duidelijk. Veel experts op dit gebied menen dat de relatief zware staart diende als een soort contragewicht zoals bij een bouwkraan, om zo te voorkomen dat het dier, wanneer het zijn zware kop vooruit stak, voorover zou vallen.


Tyrannosaurus had een
dikke, vlezige staart
(illustratie: The Anatomical Record / Scott Hartman).


De komodo-varaan heeft een in
veel opzichten gelijke staart.


Biologisch georiënteerd onderzoek werpt nu een nieuw licht op de functie van de staart. Uit bestudering van de botten van talrijke exemplaren blijkt dat de staart uiterst sterke spieren moet hebben gehad. De onderzoekers vergeleken de staart van Tyrannosaurus met de staarten van de meest nauw met dino’s verwante recente reptielen zoals de komodovaraan en krokodillen. Al deze dieren bleken in één opzicht gelijk: de grootste spieren in de staart zijn aan de botten van de dijbenen vastgehecht, waardoor die een enorme kracht kunnen ontwikkelen. Die kracht kan door T.rex worden gebruikt om heel hard te rennen.

De structuur van het skelet van T. rex gaf echter aan dat dit dier nog een voordeel had ten opzichte van de andere onderzochte dieren. Dat voordeel hangt samen met de aard van de staart: zowel bij T. rex als bij de andere dieren is die gevormd rondom de staartwervels, die kunnen worden beschouwd al een verlenging (of een uitloper) van de wervelkolom waaraan de botten (ribben) van de romp zijn opgehangen. Ook de staart van de dino’s en reptielen bevatten dergelijke botten; deze lopen in de lengterichting langs de wervels en geven stevigheid en vorm aan de staart. Zowel bij de krokodillen als bij de komodovaraan zitten deze botten zodanig aangehecht dat die de ruimte voor de spieren in de staart beperken. Bij T. rex zaten die botten echter veel hoger in de staart, waardoor de spieren aan het eind van de staart veel meer ruimte hadden (wel 45% meer dan tot nu toe werd gedacht) en zich dus veel meer konden ontwikkelen.


Scott Persons bij het opmeten
van de staart van een jongeGorgosaurus
in het Royal Tyrell Museum (Drumheller, Canada).


Scott Persons bij het opmeten van de
staart van een Ornithomimus
in het Royal Tyrell Museum.


Dit geldt in het bijzonder voor de Musculus caudofemoralis die zich zeer kort kon maken om zich dan weer plotseling te ontspannen. Daarmee vormde deze spier een enorme krachtbron. Mede daardoor kon T. rex ook veel harder rennen dan eerder werd aangenomen; hij moet zelfs een van de snelste dieren van het Krijt zijn geweest. Hoe hard hij kon rennen, blijft vooralsnog echter onduidelijk. Vaak wordt die snelheid gereconstrueerd op basis van de afstand tussen opeenvolgende pootafdrukken tijdens het rennen (zie ook Geonieuws 1107). Volgens onderzoeker Scott Person zijn de meeste rensporen van T. rex echter achtergelaten in een modderige bodem, en het is niet waarschijnlijk dat het dier in de modder op volle snelheid rende.


De staartspieren van Tyrannosaurus
(illustratie: The Anatomical Record / Gregory Paul).


Computermodel van de Tyrannosaurus
-staart met in rood de M. caudofemoralis.


Referenties:
  • Persons IV, W.S. & Currie, Ph.J., 2010. The tail of Tyrannosaurus: reassessing the size and locomotive importance of the M. caudemoforalis in non-avian theropods. The Anatomical Record, doi:10.1002/ar.21290.

Foto’s welwillend ter beschikking gesteld door Scott Persons, IV, Department of Biological Sciences, University of Alberta, Edmonton (Canada).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl