NGV-Geonieuws 174 artikel 1125

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


December 2010, jaargang 12 nr. 9 artikel 1125

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 174! Op de huidige pagina is alleen artikel 1125 te lezen.

<< Vorig artikel: 1124 | Volgend artikel: 1126 >>

1125 Vrije doortocht ‘om de Noord’ niets bijzonders
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Oceanografie ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In het kader van de discussie over een opwarmende aarde wordt steeds weer - ook op de recente klimaatconferentie van de Verenigde Natie in Cancun - gewezen op het feit dat er de laatste jaren schepen in zijn geslaagd om vanuit de oostkust van Amerika ‘om de Noord’ te varen naar de westkust (of omgekeerd). De afname van het ijs in de Noordelijke IJszee zou daaraan debet zijn. Al eerder heb ik er, o.a. in Nature, op gewezen dat dergelijke tochten niets nieuws zijn: zelfs de poolreiziger Amundsen deed dat al meer dan honderd jaar geleden. Er is dus geen sprake van een nieuwe ontwikkeling.

Het idee dat de huidige opwarming uniek is en dat we er alles aan moeten doen om die tegentegaan wijst op weinig kennis en inzicht in de geologische geschiedenis van de aarde. En ze beseffen zeker niet dat we nu dan weliswaar in een relatief warme tijd leven, maar dat het - naar alle waarschijnlijkheid - toch gaat om een interglaciaal waarin de aarde in zijn totaliteit (zoals ook blijkt uit de aanwezigheid van grote ijskappen) kouder is dan ‘normaal’. Dat laatste blijkt ook weer uit een presentatie die op 13 december werd gehouden op de grote conferentie van de American Geophysical Union.

Gedurende een expeditie van negen weken werd vanaf het onderzoeksschip JOIDES Resolution een 700 m diepe boring gezet in de Beringzee, een zeestraat tussen Siberië en Alaska, die de Stille Oceaan met de Noordelijke IJszee verbindt. Het is een koud gebied met ‘s winters veel ijs, en het onderzoek was gericht op sedimenten van 4,5 miljoen jaar geleden (Plioceen) tot recent om de geschiedenis van bijv de ijsbedekking in de Beringzee te onderzoeken. Uit eerder onderzoek was al bekend dat het atmosferisch gehalte aan koolzuurgas (CO2) in het Plioceen ongeveer even hoog was als nu. Interessant vergelijkingsmateriaal dus met de huidige situatie.


Het onderzoeksschip JOIDES Resolution
waarmee de boring werd verricht.


Een deel van de onderzochte boorkern.


De boorkern leverde interessante gegevens op. De toename van de temperatuur in het gebied moet in het Plioceen ongeveer even snel (of even langzaam) zijn gegaan als nu, wat op zichzelf aantoont dat de temperatuurstijging van de vorige eeuw (die overigens sindsdien lijkt te zijn gestopt) geen uitzonderlijke situatie is. Het oppervlaktewater van de Beringzee was destijds minstens 5 0C warmer dan nu, terwijl de gemiddelde temperatuur op aarde ‘slechts’ 3 0C hoger was dan nu. Een en ander betekent dat klimaatveranderingen regionaal op heel verschillende manieren uitwerken.

Verder blijkt dat gedurende de afgelopen 5 miljoen jaar de bioproductiviteit in de Beringzee onveranderlijk hoog was; fossiel plankton onderzoek bevestigt dat er geen noemenswaardige veranderingen in productiviteit plaats vonden bij de overgang van het warme Plioceen naar het koude Pleistoceen . Wel waren er in het Plioceen diepwater-organismen die op zuurstofrijker bodemwater wijzen, wat suggereert dat de menging van oppervlakte- en bodemwater toen groter was dan nu. Dat is in tegenspraak met de huidige ideeën die aangeven dat zeewater in warme perioden beter gelaagd is (en zich dus minder onderling mengt) dan tijdens koude perioden.

De Beringzee is nu alleen in de zomer bevaarbaar, maar was in het Plioceen gedurende het hele jaar ijsvrij zoals blijkt uit het ontbreken van stenen die door ijsschollen konden worden aangevoerd, maar ook uit het ontbreken van fossielen van organismen die nu met zee-ijs worden geassocieerd. Een en ander suggereert ook dat de Noordelijke IJszee destijds niet of nauwelijks bevroren kan zijn geweest, zodat een tocht ‘om de Noord’ toen geen enkel probleem zou hebben opgeleverd.


Onderzoekster Christina Ravelo
(foto Carlos Alvarez Zarikian, IODP/TAMU).

Referenties:
  • Presentatie gedurende de ‘Fall Meeting’ van de American Geophysical Union, San Francisco, December 2010.
  • Van Loon, A.J., 2007. Explorers’ challenge sunk by Arctic warming. Nature 450, 161.

Foto’s: University of California, Santa Barbara, CA (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl