NGV-Geonieuws 174 artikel 1126

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


December 2010, jaargang 12 nr. 9 artikel 1126

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 174! Op de huidige pagina is alleen artikel 1126 te lezen.

<< Vorig artikel: 1125 | Volgend artikel: 1127 >>

1126 Fossiele bos levert informatie over strijd tegen dalende temperatuur
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over het Milieu ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De grote ijskappen op aarde worden groter en kleiner, in eindeloze herhalingen. Bij uitbreiding bedekken ze materiaal dat ten gevolge daarvan zeer goed bewaard kan blijven (denk aan de Italiaans/Oostenrijkse prehistorische Ötzi: zie Geonieuws 732 en821); wanneer de ijskappen weer smelten, geven ze de vaak lang en goed bewaarde geheimen weer prijs. In het Canadese National Park Ellesmere komt momenteel stukje bij beetje een bos vrij dat 2-8 miljoen jaar geleden door een aardverschuiving werd bedekt, en daarna door een ijskap werd toegedekt. Op de bijeenkomst van de American Geophysical Union die in december in San Francisco werd gehouden, werden enkele voorlopige bevindingen gepresenteerd.


Ellesmere National Park.


Deel van de bomen die onder een
smeltende gletsjer zichtbaar werden.


Afgelopen zomer verzamelden onderzoekers stukken van afgebroken boomstronken, takken, wortels en zelfs bladeren, die zeer goed bewaard zijn gebleven. Het bijzondere daaraan is dat ze een flora representeren die onder steeds moeilijker klimaatomstandigheden overeind moest blijven als gevolg van de wereldwijde temperatuurdaling die zo’n 11 miljoen jaar geleden begon. Weliswaar kregen destijds alle bossen op aarde met het verslechterende klimaat te maken, maar het nu bloot komende fossiele bos is veruit het meest noordelijke, wat inhoudt dat de individuele planten van dit in zeer sterke mate met steeds lagere temperaturen werden geconfronteerd.

Uit de voorlopige gegevens blijkt dat sparren en berken de meest voorkomende bomen waren. Veel bomen waren minstens 75 jaar oud toen ze bedolven werden, maar ze hadden dunne stammen (met dus heel dunne jaarringen) en kleine bladeren, wat erop wijst dat ze onder stressvolle omstandigheden hadden moeten leven. Pollen geven aan dat ook de diversiteit van de flora al behoorlijk was afgenomen. Momenteel wordt microscopisch onderzoek verricht om eventuele zaden en insecten te vinden, die eveneens informatie over de leefomstandigheden kunnen verschaffen.


Een nog goed herkenbaar berkenblad
van enkele miljoenen jaren oud.


Onderzoekersleider Joel Barker.


Nu het bos onder het ijs vandaan komt, begint het te rotten. Zonder ijsbedekking zou de daarbij vrijkomende CO2 al miljoenen jaren geleden in de atmosfeer terecht zijn gekomen; de hoeveelheid is echter relatief gering en zal daarom niet merkbaar bijdragen aan een verdere stijging van de atmosferische koolzuurgasconcentratie op wereldschaal. Lokaal kan de concentratie echter wel stijgen (wat verder afsmelten van de ijsmassa kan bevorderen), vooral omdat er waarschijnlijk nog meer bossen onder het ijs vandaan zullen komen. Het gebied waar dat het geval zou kunnen zijn is echter zo groot en zo moeilijk begaanbaar, dat het waarschijnlijk nooit (of slechts zeer ten dele) duidelijk zal worden of er werkelijk van veel fossiele bossen onder de ijskap sprake is.

Referenties:
  • Poster PP51A-1576, ‘Fall Meeting’ van de American Geophysical Union, San Francisco, 17 December 2010.

Foto’s (Joel Barker): Ohio State University, Columbus, OH (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl