NGV-Geonieuws 175 artikel 1131

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Januari 2011, jaargang 13 nr. 1 artikel 1131

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 175! Op de huidige pagina is alleen artikel 1131 te lezen.

<< Vorig artikel: 1130 | Volgend artikel: 1132 >>

1131 Ineenstorting Carbonisch regenwoud leidde tot meer diversificatie
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over het Milieu ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Menselijke activiteiten bedreigen het tropisch regenwoud, dat daardoor in steeds kleinere stukken dreigt te worden opgesplitst. Het is een van de grootste ecologische bedreigingen waarmee we momenteel kampen, want de ‘versplintering’ van vooral het regenwoud in het Amazonegebied zal leiden tot een catastrofaal verlies aan biodiversiteit. Dat is althans de mening van vrijwel alle milieudeskundigen.

Die mening is echter niet per definitie juist, zoals uit geologisch onderzoek blijkt. Omstreeks 305 miljoen jaar geleden (Kasimovian, Laat-Carboon) vond namelijk een soortgelijke ontwikkeling plaats. De continenten vormden toen het grote supercontinent Pangea, en daarin lagen Noord-Amerika en Europa (waaronder Nederland) in de tropen. Het was in de tientallen miljoen jaren daarvoor warm en vochtig geweest, en zowel langs de grote rivieren zoals nu in het Amazone-gebied als langs de kusten hadden zich grote, vaak moerassige, bossen ontwikkeld die in veel opzichten te vergelijken zijn met het huidige tropisch regenwoud. Daarin hadden zich ook een gevarieerde flora en fauna ontwikkeld.


Een karakteristiek, vochtig bos uit het Carboon.

Toen omstreeks 305 miljoen jaar geleden het klimaat veranderde (en vooral veel heter en droger werd), kreeg het regenwoud het zwaar te verduren. Het verdween zelfs op veel plaatsen, zodat er als het ware alleen maar ‘eilandjes’ van tropisch regenwoud overbleven. Tussen die geïsoleerde gebieden bestond weinig of geen uitwisseling van dieren. In bepaalde opzichten was die situatie dus te vergelijken met de huidige situatie in de Galapagos-archipel, waar eilanden met vrijwel identieke condities van elkaar gescheiden zijn door een voor de fauna onneembare barrière (in dit geval de zee). En net zoals zich op de Galapagos-eilanden fauna’s (in het bijzonder van vogels) ontwikkelden die steeds meer van elkaar begonnen af te wijken (waardoor veel nieuwe soorten ontstonden en de biodiversiteit dus toenam), zo gebeurde dat ook in de restanten van het Carbonisch regenwoud.


Fossiele schedel van één van de
reptielen die zich na de ineenstorting
van het grote Carbonische regenwoud ontwikkelden.


Het reptiel Dimetrodon, een
van de belangrijkste roofdieren uit
het Vroeg-Perm, was een gevolg van
de diversificatie na het verdwijnen
van het Carbonisch regenwoud.


De amfibieën, die een voor vocht zeer doorlaatbare huid hebben en die hun eieren meestal in water leggen, verdwenen voor een groot deel onder de steeds drogere omstandigheden. Daarentegen gingen de reptielen, die een veel beter isolerende huid hebben en die hun eieren - met een veel hardere schaal - gewoonlijk op droog land leggen, het steeds beter doen. De groep begon een bloeitijd (die in feite de aanzet was tot de dominante positie die de dinosauriërs later zouden gaan innemen), en hun diversiteit nam snel toe, zoals blijkt uit de studie die de diversiteit van de reptielen voor en na de ineenstorting van het regenwoud onderzocht.

Volgens de onderzoekers had de grootschalige teloorgang van het Carbonische regenwoud dus een positief gevolg voor de biodiversiteit (al zijn de gevolgen voor andere diergroepen niet in vergelijkbaar detail bekend). Ze voegen daar echter wel aan toe dat hun bevinding niet per definitie betekent dat de aantasting van het huidig regenwoud ook zulke positieve effecten voor de biodiversiteit zal hebben. Het omgekeerde is echter dus niet zo vanzelfsprekend als tegenwoordig vaak wordt gesuggereerd.

Referenties:
  • Sahney, S., Benton, M.J. & Falcon-Lang,H.J., 2010. Rainforest collapse triggered Carboniferous tetrapod diversification in Euramerica. Geology 38, p. 1079-1082.

Foto reptielenschedel (Spencer Lucas, New Mexico Museum of Natural History): Royal Holloway University of London, Londen (Groot-Brittannië).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl