NGV-Geonieuws 175 artikel 1134

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Januari 2011, jaargang 13 nr. 1 artikel 1134

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 175! Op de huidige pagina is alleen artikel 1134 te lezen.

<< Vorig artikel: 1133 | Volgend artikel: 1135 >>

1134 Herstel na Perm/Trias-uitsterving duurde 10 miljoen jaar
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Enkele jaren geleden werd in het zuidwesten van China, nabij Luoping in de provincie Yunnan, en nieuwe fossielvindplaats ontdekt in ondiep-mariene afzettingen. De fossielen stammen uit de Midden Trias en tonen het herstel van de flora en fauna na de grootste massa uitsterving die in de laatste 500 miljoen jaar heeft plaatsgevonden (op de grens van Perm en Trias, toen 80-90% van alle bestaande soorten uitstierven).

Inmiddels zijn van de vindplaats meer dan 20.000 fossielen verzameld, en deze geven aan dat het herstel na de catastrofe lang duurde, en dat pas omstreeks 10 miljoen jaar erna (in het midden- tot laat-Anisien: Midden-Trias) de flora en fauna zich zodanig hersteld hadden dat weer alle ecosystemen bezet waren, vergelijkbaar met de situatie van voor de P/T-catastrofe .Er zijn wel duidelijk verschillen: zo kwamen er in de Midden-Trias grote rovers in zee voor in de vorm van reptielen en vissen, die in het Perm niet aanwezig waren geweest. Het gaat daarbij onder meer om de vis Saurichthys met zijn langgerekte snuit, de ichthyosauriër Mixosaurus, de sauropterygiër Nothosaurus en het tot de Prolacertiformes behorende reptiel Dinocephalosaurus. Deze rovers voedden zich vooral met vissen en kleine reptielen.


De pissebed-achtige arthropode
Protoamphisosum baii.



Een miljoenpoot.


De aanwezigheid van talrijke grote rovers geeft aan dat er een goed ontwikkelde voedselketen was. Aan de basis daarvan stonden vooral soorten die zich later in de Trias veel verder zouden ontwikkelen, zoals kreeftachtigen, vissen en tweekleppige molusken (pelecypoden).


De tot de Xiphosuridae behorende -
en aan de recente degenkrab verwante -
arthropode Yunnanolimulus luopingensis.


Zeeëgel met goed bewaarde stekels.


De aangetroffen fossielen vertegenwoordigen veel groepen, maar de arthropoden (geleedpotigen) blijken in de afzettingen veruit dominant (93,7%). Er zijn echter ook stekelhuidigen (zoals zeeëgels, crinoïden en zeesterren), vissen, reptielen, mollusken (met pelecypoden, gastropoden en zeer schaarse belemnoiden en ammonoiden), brachiopoden, foraminiferen en conodonten aangetroffen. Ook komt er ingespoeld plantaardig materiaal voor: vooral restanten van coniferen; de talrijke nog vertakte fragmenten wijzen op een kort transport (waarschijnlijk niet meer dan zo’n 10 km) vanaf de nabije kust.


Een tot de Eugnathidae behorende vis.


De roofvis Saurichthys yunnanensis.


Veel fossielen zijn prachtig bewaard gebleven, waardoor tal van details zichtbaar zijn. De goede preservering hangt mogelijk samen met gebrek aan zuurstof nabij de zeebodem. Daarop wijst namelijk het schaarse voorkomen van fossielen die op de zeebodem leefden, zoals zeesterren, crinoïden en bachiopoden, terwijl er kennelijk geen beperkende factoren voor het leven waren in de oppervlakte wateren.


Een ichthyosauriër.


Tand van een archosauriër.


Referenties:
  • Hu, S.-x., Zhang, Q.-y., Chen, Z.-Q., Zhou, C.-y. Lü, T., Xie, T., Wen, W., Huang, J.-y. & Benton, M.J., 2010. The Luoping biota: exceptional preservation, and new evidence on the Triassic recovery from end-Permian mass extinction. Proceedings of the Royal Society B, doi:10.1098/rspb.2010.2235, 9 blz.

Foto’s welwillend ter beschikking gesteld door Mike Benton, School of Earth Sciences, University of Bristol, Bristol (Verenigd Koninkrijk).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl