NGV-Geonieuws 175 artikel 1137

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Januari 2011, jaargang 13 nr. 1 artikel 1137

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 175! Op de huidige pagina is alleen artikel 1137 te lezen.

<< Vorig artikel: 1136 | Volgend artikel: 1138 >>

1137 Ediacara-fauna leefde in zeeën met ‘recente’ watertemperatuur
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over het Milieu ! Klik hier voor alle artikelen over Oceanografie ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De merkwaardige Ediacara-fauna (zie o.a. Geonieuws 591, 599, 986 en 1007), waarvan overigens nog steeds omstreden is of het wel om dieren gaat of om organismen die noch in het dierenrijk, noch in het plantenrijk thuishoren, leefde op, vlakbij of vastgehecht aan de zeebodem. Wat de temperatuur van het zeewater is geweest, was tot nu toe niet bekend, al is het vrijwel zeker dat die niet overal hetzelfde was, want de Ediacara fauna is op tal van plaatsen gevonden die destijds (635-542 miljoen jaar geleden) ver uit elkaar lagen, op verschillende breedtegraden.

De meeste specialisten vermoeden dat de temperatuur van het water van de oceanen verminderde van gemiddeld ca. 70 ̊C zo’n 3,5 miljard jaar geleden tot omstreeks 20 ̊C ongeveer 800 miljoen jaar geleden; dat vermoeden is echter vooral op theoretische overwegingen gestoeld en op schaarse metingen van de verhouding tussen de isotopen O-18 en O-16 en de isotopen Si-30 en Si-28 in marien gevormde vuursteen van vlak voor het begin van het Cambrium. De zo gevonden waarden voor de watertemperatuur zijn echter per definitie indirect bepaald.


Locatie (ster) van het onderzoeksgebied
in Sichuan.


‘Artist impression’ van de zeebodem
met Ediacara-fauna.


De interesse in de temperatuur van het zeewater gedurende het naar de Ediacara-fauna genoemde Ediacaran (635-542 miljoen jaar geleden) berust op het feit dat de temperatuur van het zeewater van groot belang is voor het leven, althans voor het leven zoals wij dat kennen. Hoger ontwikkelde mariene dieren kunnen slecht tegen een watertemperatuur van boven de 30-35 ̊C omdat dan de afgifte van lichaamswarmte moeilijk wordt. Ook bij de ongewervelde dieren van enig formaat geldt hetzelfde, zij het in lichtere mate. Verder blijkt dat bij een watertemperatuur van 45 ̊C of hoger er niet voldoende zuurstof in het water is opgelost voor de ademhaling van mariene fauna. Juist omdat het nog steeds onduidelijk is hoe de Ediacara-fauna precies functioneerde, is het dus van groot belang om te weten of deze “fauna” leefde bij temperaturen boven of onder de 45 ̊C.

Er is nu een methode gevonden om de temperatuur van het zeewater gedurende het Ediacaran direct te meten. Ongeveer 700 miljoen jaar geleden begonnen namelijk de eerste mariene zoutafzettingen te ontstaan. Tot ongeveer 500 miljoen jaar geleden gebeurde dat slechts sporadisch, maar er zijn toch een paar van deze zoutvoorkomens bewaard gebleven. Van een van die voorkomens zijn via een boring in de Chinese provincie Sichuan monsters verkregen van een niveau dat kan worden gecorreleerd met de Dengying-Formatie, die gedateerd is als 551-542 miljoen jaar oud (dus jonste Ediacaran). In dit steenzout komen insluitsels voor met zeewater uit de tijd dat het zout chemisch neersloeg. Deze insluitsels zijn onderzocht, waarbij bleek dat de temperatuur van het zeewater destijds ongeveer even hoog moet zijn geweest als gemiddeld in de tropen gedurende het Phanerozoïcum.


Spriggina is een van de
karakteristieke vertegenwoordigers
van de Ediacara-fauna.

De onderzochte vloeistofinsluitsels
in het steenzout.


De conclusie die hieruit getrokken kan worden is dat het zeewater gedurende het Ediacaran voldoende zuurstof moet hebben bevat om op zuurstof gebaseerd leven mogelijk te maken voor grote ongewervelde organismen (in de Ediacara-fauna kwamen organismen voor van meer dan een meter groot). Dit bewijst uiteraard niet dat de Ediacara-fauna ademde op een wijze die vergelijkbaar is met het huidige leven, maar het is wel een aanwijzing dat de in het Precambrium geleidelijk dalende temperatuur van het zeewater voldoende laag was geworden om genoeg zuurstof voor leven te bevatten. Daarmee is mogelijk ook een verklaring gevonden voor het plotseling optreden van deze (zich aanvankelijk overigens slechts langzaam ontwikkelende) merkwaardige organismen.

Referenties:
  • Menga, F., Nia, P., Schiffbauer, Yuan, X., Zhou, C., Wang, Y. & Xi, M., 2011. Ediacaran seawater temperature: evidence from inclusions of Sinian halite. Precambrian Research 184,p. 63-69.

Kaart en foto insluitsels uit het aangehaalde artikel.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl