NGV-Geonieuws 176 artikel 1141

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Februari 2011, jaargang 13 nr. 2 artikel 1141

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 176! Op de huidige pagina is alleen artikel 1141 te lezen.

<< Vorig artikel: 1140 | Volgend artikel: 1142 >>

1141 Binnen vier jaar klonen we uitgestorven wolharige mammoet - science fiction of werkelijkheid ?
Auteur: Dr. Willem M.L. Schuurman

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De permafrost in Siberië smelt steeds sneller door de opwarming van ons klimaat en brengt onverwachte schatten naar boven, zoals dit perfect bewaarde baby-mammoetje dat tussen de 10.000 en 40.000 jaar geleden gestorven is (Afbeelding 1; zie ook Geonieuws 847).


Baby mammoet uit west Siberië

Akiri Iritani, een professor aan de universiteit van het Japanse Kyoto, zegt dat hij een mammoet kan klonen. "Ik denk dat we een redelijke kans hebben om binnen vier à vijf jaar een gezonde mammoet te verwekken", beweert de wetenschapper.

Er zijn al heel wat films gemaakt en boeken geschreven over het klonen van lang uitgestorven dieren, maar, hoe hoog ook de entertainmentwaarde, zoiets leek vooralsnog puur fantasie. Want hoewel de procedure om uitgestorven dieren te klonen ondertussen theoretisch mogelijk lijkt te zijn, is er goed bewaard DNA voor nodig, en dat is nu eenmaal niet direct voorhanden.

De wolharige mammoet, die ongeveer 5000 jaar geleden uitstierf, is erg moeilijk te klonen omdat de celkernen (en het DNA) die gevonden worden in spierweefsel en huidcellen van wolharige mammoeten uit de Siberische permafrost meestal ernstig beschadigd zijn door kou, straling en/of bacteriën. Een groot aantal pogingen in de jaren negentig waren daardoor niet succesvol. Echter, in 2008 ontwikkelde Dr. Teruhiko Wakayama van het Riken Centre for Development Biology (het Japanse TNO) een kloon techniek die hem in staat stelde om een muis te klonen uit de bevroren huidcellen van een muis die al 16 jaar dood was. Deze techniek nu maakt het volgens Prof.Iritani mogelijk om bevroren spier of huidcellen van fossiele wolharige mammoeten met succes te gebruiken voor het klonen van deze soort. De Japanners lanceerden al meer dan 10 jaar geleden het ‘Mammut creation Project”: het idee om een wolharige mammoet terug te klonen; een langharige reus met gekrulde slagtanden. Zijn meest naaste verwant, de Indische olifant, zou als moeder en eiceldonor kunnen optreden. De Japanners willen het liefst intacte zaadcellen van de mammoet gebruiken, die dan moeten versmelten met een eicel van de olifant. Als er evenwel geen bruikbare zaadcellen voorhanden zijn wil men terugvallen op celkernen verkregen uit goed bewaard spier of huidweefsel. Het idee lijkt onrealistisch, maar spreekt te zeer tot de verbeelding om meteen als science fiction aan de kant te schuiven.

Het plan
Het plan is als volgt: in de zomer van 2011 of 2012 trekt Prof. Iritani naar Siberië om er in de door de opwarming van de aarde steeds sneller smeltende permafrost een geschikt mammoet fossiel te vinden. Uit huid of spierweefsel haalt Prof. Iritani vervolgens celkernen, gebruik makend van de techniek die zijn collega Wakayama ontwikkelde. De volgende stap is het inbrengen van een van de celkernen in een eicel van een Indische of Afrikaanse olifant, die als draagmoeder voor de mammoet zal fungeren.
Volgens Prof.Iritani zijn we dan al wel twee jaar verder. Als we ons dan ook nog realiseren dat de draagtijd van een olifant zo’n 600 dagen is, dan zijn we in het gunstigste geval zeker 4 jaar verder voordat we de geboorte van de eerste mammoet tegemoet kunnen zien.

Business met fossielen in de toendra
Het vinden van een goed, bruikbaar mammoet fossiel is misschien niet zo makkelijk, maar de opwarming van het klimaat kan daarbij van pas komen. In de laatste jaren is in de Siberische toendra, en speciaal in het Kolyma gebied in Noordoost Siberië (onderdeel van de Russische autonome republiek Jakoetië), een heuse industrie ontstaan rond fossielen die worden prijsgegeven door de smeltende permafrost. De Jakoeten, een nomadenvolk dat met rendieren door het land trekt, stuiten er voortdurend op beenderen van uitgestorven dieren en ook steeds vaker op erg goed bewaarde karkassen van ondermeer mammoeten.De Jakoeten krijgen tussen 200 en 4.000 roebel (€5 - €100) per kilo voor beenderen van uitgestorven dieren, afhankelijk van de kwaliteit. Voor een goed bewaarde en volledige schedel wordt zelfs 200.000 roebel (€5.000) betaald, een bedrag waar een Jakoet normaal twee jaar voor moet werken. Privéverzamelaars hebben al €15.000 neergeteld voor één van de enorme slagtanden van een mammoet en klanten, onder wie steeds meer inkopers voor musea in Azië, tellen tot €150.000 neer voor een volledig mammoet skelet.

Twee sneeuwscooters en jaarvoorraad eten voor perfect bewaard mammoetje
De regio is bijzonder moeilijk bereikbaar en geïsoleerd, maar de buit is overvloedig en voor wie zijn weg kent op de toendra liggen de fossielen blijkbaar voor het oprapen. Dat geldt ook voor het Jamal-schiereiland in noordwest Siberië waar de Nenetsen met hun 500.000 rendieren rondtrekken. In mei 2007 stuitte één van de rendierherders op de overblijfselen van een 40.000 jaar oude baby-mammoet. De herder bewaarde het fossiel van het kalfje een maand buiten zijn tent - zolang duurde het voor wetenschappers het konden komen oppikken - en zelfs daarna zag het er onwaarschijnlijk goed bewaard uit (zie afbeelding 1). De wetenschappers kochten het mammoetkalfje voor twee sneeuwscooters en een jaarvoorraad eten.

{table]
reconstructie wolharige mammoet

Grazige steppe
Wat als de Japanners succesvol zijn? Waar moeten deze wolharige mammoeten leven? Dat leefgebied hoeft misschien geen probleem te zijn. Russische ecologen zijn onder leiding van Prof Zimov al tien jaar bezig met het inrichten van een zogenaamd Pleistoceen Park op de toendra in Oost-Siberië. De Russen laten in dit reservaat bizon, muskusos, wilde paarden, rendieren en elanden los. Een toekomstige introductie zou bijvoorbeeld ook een groot roofdier kunnen zijn zoals de Siberische tijger. De grote grazers verstoren met hun hoeven de toplaag van de grond en bevorderen zo de grassgroei. De mossen, die hier dominant waren verdwijnen geleidelijk om plaats te maken voor steeds meer gras. Dit gras kan op zijn beurt weer nog grotere hoeveelheden grazers voeden.
Prof.Zimov probeert hiermee ook aan te tonen dat het menselijke bejaging was, die een einde maakte aan het bestaan van de mammoetsteppe en haar bewoners en niet alleen klimaatsverandering. Tenslotte wordt hiermee een poging gedaan de ontdooiing van de Siberische permafrost (veroorzaakt door het versterkte broeikaseffect) af te remmen. Het idee is dat de grote grazers in de winter de sneeuwlaag vertrappelen waardoor de kou veel dieper in de grond kan doordringen. Hierdoor zou het vrijkomen van grote hoeveelheden opgeslagen koolstof en methaan worden voorkomen. Het huidige (omheinde) natuurreservaat is ongeveer 160 km2 groot. Dit kan als het project succesvol blijkt te zijn vergroot worden tot 600 km2. In een volgende stadium worden alle omheiningen weggehaald en kunnen de dieren zich verspreiden over het 500.000 km2 grote Laagland van Kolyma. Mocht het ooit lukken een mammoet te klonen, dan is er hier tenminste één leefgebied voor dit dier gecreëerd.

Voetnoot; voor verdere informatie over dit onderwerp zie ook Geonieuws 379 'DNA in bodem blijft honderduizenden jaren herkenbaar', Geonieuws 847 'Gave babymammoet gevonden in Siberie" en Geonieuws 1011 'Het begin van een Pleistocene dierentuin".

Referenties:
  • www.hln.be, 17/01/11
  • wikipedia

foto's overgenomen van wikipedia.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl